Hoe het voelt om vis te zijn

Geholpen door een truc van Socrates probeert Menno Lievers kinderen aan het denken te krijgen, in een heldere stijl. Is dat het soort boek dat een kind wil? In ieder geval doet het een volwassene ernaar verlangen een kind te zijn.

Wat is filosofie?

Dat is de vraag en het beste antwoord is: `Het geheel aan inspanningen door de eeuwen heen om een bevredigend antwoord op die vraag te geven'.

Zo komt het dat wie filosofie wil gaan studeren altijd verplicht wordt om de geschiedenis van de filosofie te bestuderen. Alsof wie astronomie of chemie gaat studeren ook alles moet leren over astrologie en alchemie. Zo gauw de filosofen een samenhangend antwoord hebben op wat sterren zijn of hoe stoffen in elkaar veranderen, ontspringen er nieuwe wetenschappen: astrologie, alchemie, astronomie, chemie. Het gevolg van deze afsplitsingen is dat de filosofie steeds armer wordt. Wat over blijft wordt door sommigen gezwets of zelfbedrog genoemd, door anderen beschouwd als de belangrijkste vragen waarmee de mensheid te maken heeft. Al vaak is het einde der filosofie uitgeroepen, wat telkens tot een opleving van de filosofische discussie leidde.

Kunnen we niet gewoon al die eeuwen met al die voor ons onbegrijpelijke kletskoek weggooien en uit het niets beginnen te denken? Zou dat niet in ieder geval noodzakelijk zijn als je bijvoorbeeld een dochter wil inwijden in de belangrijkste vragen van de filosofie zonder haar direct met Augustinus, Descartes, Spinoza, Kant, Heidegger, Turing, Tarski, Nagel om de oren te slaan?

Menno Lievers, medewerker van deze bijlage, heeft die handschoen opgepakt. In Dat is waar vertelt hij hoe hij, een filosoof van beroep, met een meisje en een jongen uit zijn buurt gesprekken houdt waarin de belangrijkste filosofische problemen behandeld worden.

Het boek is voor kinderen geschreven. Ik ben geen kind. Toch heb ik het gelezen en bespreek ik het. De kinderboekenwet zegt nu eenmaal: kinderboeken worden niet door kinderen geschreven, uitgegeven, gekocht, gerecenseerd en beprezen, maar door volwassenen.

Alice in Wonderland werd als kinderboek geschreven, maar is waarschijnlijk vaker door volwassenen gelezen en gewaardeerd dan door kinderen. De mythe zegt dat Lewis Carroll het verhaal van Alice zomaar verzon op een boottochtje met Alice en haar zusjes, maar uit de commentaren die in omvang het boek overtreffen, blijkt dat dit niet waar kan zijn. Jostein Gaarder heeft een kinderboek geschreven, waarin de filosofie als levertraan gedoseerd wordt toegediend, maar hij noemt de namen van allerlei filosofen, terwijl Lievers dat nu juist niet doet.

Liegen

In drieëntwintig korte hoofdstukken behandelt hij, steeds in een ontmoeting tussen de schrijver en de kinderen, bijna alle belangrijke filosofische problemen. Pijn, tijd, en identiteit. Namen, woorden, en getallen. Toeval, vrije wil, en bewustzijn. Schijn, werkelijkheid, en bewijs. Kunst en smaak, zien en weten, lichaam en geest, kunnen en kennen. Mag je liegen en mag je het leven van een hond of oma beëeindigen?

De kinderen met wie Lievers praat (zo moet ik de hoofdpersoon noemen, want hij geeft zich geen andere naam en alles wat hij over zichzelf vertelt lijkt mij waar), verschillen nogal. Het jongetje Bas komt uit een gelovig gezin – de vraag of er een God is komt in dit filosofieboek niet aan de orde, zelfs niet de vraag of die vraag aan de orde moet komen. Het meisje Elsemiek jokt, gapt, beledigt en plaagt, maar is natuurlijk net zo'n schat als Bas. Omdat de namen van de filosofen nooit vallen en de volwassen lezer steeds peinst: `wie had het ook alweer over de vraag hoe het is om een vleermuis te zijn?', dacht ik: wie zijn die twee kinderen? In deze krant mag ik mijn vermoeden wel uitspreken: die kinderen zijn niemanden anders dan Bas Heijne en Elsemiek Etty.

Het aardige van de conversatie is dat het niet de kinderen zijn die de vragen stellen, maar dat de filosoof dat doet. Daar is Socrates mee begonnen en het is niet meer dan een truc om de aandacht te trekken, want per slot weten Socrates en Lievers het natuurlijk het beste.

Ik maak bezwaren tegen wat op bladzijden 50 en 51 wordt beweerd. Op bladzij 50 zegt de filosoof: `Vroeger dachten wetenschappers dat de zon om de aarde draaide. Daarom zeggen wij nog steeds dat de zon opkomt en weer ondergaat. Ondertussen denken we het wel beter te weten. De aarde is een planeet, zeggen we nu, die om de zon draait'.

U bent geen kind. Maar ik zeg u toch maar even dat ik denk het beter te weten. Dat de aarde in een jaar om de zon draait, heeft niets te maken met het feit dat de zon in de ochtend opkomt en in de avond ondergaat. Die zonsomloop wordt verklaard doordat de aarde om zijn eigen as draait, in 24 uren. Bas blijkt dat te weten, want hij zegt zes bladzijden verder : `De aarde draait om de zon. En de aarde draait om haar eigen as. Daarom wordt het dag en wordt de dag weer nacht'. Maar een bladzij verder zegt de hardnekkige volwassen spreker weer ijskoud: `Denk je eens in dat je op een planeet leeft die heel langzaam om de zon draait, zodat de zon daar maar een keer in de drie dagen opkomt'. Nee, dan moet die planeet in 3 maal 24 uur om zijn eigen as wentelen.

Op bladzij 51 zegt Bas: `Volgens mijn vader hebben biologen onderzocht of vissen pijn hebben en dat hebben ze niet'. Ik lees nu juist met tussenpozen van twintig jaren in de krant dat vissen wel degelijk pijn hebben als er een haak door ze heen gaat. Nu gaat het hier om de vader van Bas die zich elders ontpopt tot ziekelijke pedofielofoob, die die pijn ontkent, maar de auteur zou dit toch moeten rechtzetten. Het gebeurt vaker dat filosofen niet op de hoogte zijn van wetenschappelijke feiten, maar in een kinderboek als dit mag dat toch eigenlijk niet.

Prikje

De ethiek wordt, omdat het moeilijk een wetenschap genoemd kan worden, nog steeds bij de filosofie ingelijfd. In een hoofdstuk wordt het vraagstuk van de euthanasie (van een oma) ingeleid met een hond die een prikje krijgt. Dat die twee gevallen van genadig doodmaken toch verschillen blijft onbelicht. Het verschil is niet alleen dat een oma haar eigen wil kan uiten en de hond niet, maar vooral dat de hond, naar mijn tweevoetige mening, geen idee heeft wat dood-gaan is.

Amusant in het hele boek is dat de filosofen, die nooit bij naam genoemd worden, in hun eigen woorden, of in ieder geval met hun eigen voorbeelden, aan de orde komen. Zo komt Bas, als hem gevraagd wordt of het wel eens ethisch verantwoord kan zijn om te liegen, met hetzelfde voorbeeld dat Adolphe Constant en Immanuel Kant in 1800 behandelden. Constant zei dat je, als een moordenaar je vraagt of een door hem bedreigd persoon in je huis zit, moet liegen. Kant was het niet met hem eens. Bas zegt: `In de oorlog moesten de mensen wel liegen. Als de nazi's aanbelden om te vragen of er ook joden in huis zijn, dan moet je nee zeggen en liegen'.

Misschien is dat liegen tegen de moordlustige vijand wel een in de genen gebakken idee. Ik heb mijn eigen zus in een interview hetzelfde zien zeggen en op 13 mei 2000 zei Frits Barend in Trouw over het bijbelse gebod geen valse getuigenis af te leggen: `Dank zij de leugen zit ik hier. Toen ze aan de mensen die mijn ouders verborgen hielden vroegen: Heeft u onderduikers?, antwoordden ze: Nee. Ik vraag mij wel eens af hoeveel joden de oorlog hadden overleefd als men in die tijd wat vaker had gelogen'.

De stijl van Dat is waar is helder en simpel. Is dat wat een kind wil? Of leest een kind liever kromme zinnen waarin krankzinnige dingen worden verteld en je de stuipen op het lijf worden gejaagd? Alice in Wonderland en Gullivers Reizen staan vol weerzinwekkende zaken – kinderen smullen ervan. Zo'n kinderboek heeft Lievers niet willen schrijven. Zijn uitgever vergelijkt het boek met De telduivel van Hans Magnus Enzensberger, maar rekenen is toch echt eenvoudiger dan filosoferen. Een betere vergelijking is met Gaarders boek De wereld van Sofie. Gaarder vertelt een verhaal, waarin als vreemde onderbrekingen allerlei filosofen het woord krijgen. Ik vond dat onnatuurlijk en verkies de directe benadering van Lievers. Hoe kinderen op het boek zullen reageren, dat weet ik niet en volgens de wet op de kinderboeken doet dat ook niet terzake. Ik wou dat ik het als kind had gelezen.

Menno Lievers: Dat is waar.

Een leesboek voor wie denkt dat hij niet denken kan.

De Bezige Bij, 223 blz. €17,50

De bijlage Thema van zaterdag zal ter gelegenheid van de kinderboekenweek (1-11 oktober) geheel zijn gewijd aan het kinderboek.