Feestfoto's van Olaf sluiten kijker buiten

Bloed en seks, lillend vlees, zwarte laarzen en strakke touwen, maskers en latex, tieten, billen en erecties, travestieten en mongolen, barokke verkleedpartijen: op de overzichtstentoonstelling van Erwin Olaf trekt een eindeloze stoet feestvierende mensen aan ons voorbij. Olaf (Hilversum, 1959) is dit jaar 25 jaar fotograaf. Naast autonome en reclamefotografie zijn er ook, op computermonitoren, videoclips, reclamespotjes en `vrije' films te zien.

,,Hoewel Olaf soms een duivels onderwerp kiest'', zo is in de catalogus te lezen, ,,is zijn werk overvloedig en optimistisch'', en ,,een veilige haven van harmonie, hoop en feest''. En inderdaad, wat we ook maar lezen over Olaf, de lol spettert er vanaf. Natuurlijk, af en toe heeft ook hij een dip, en dat lost hij dan effectief op door er een fotoserie over te maken. Zoals Fashion Victims, waarover hij zegt: ,,Het heeft te maken met het feit dat ik me de laatste tijd gigantisch irriteer aan die super-overconsumptie, waar ik zelf overigens ook aan mee doe. Ik vind dat onze consumptiedrift bijna pornografische vormen heeft aangenomen.'' De foto's tonen getrainde lichamen met gepiercte tepels in pin-up poses, met papieren zakken van beroemde modehuizen over het hoofd getrokken. De donkere houten interieurs waar de figuren zich in bevinden moeten de benauwenis van het fashion-victimzijn symboliseren.

Met de serie Mature wilde Olaf laten zien hoe vol zelfvertrouwen en verlangen oude wijven nog kunnen zijn. Hij fotografeerde er een aantal in de gedaante van stoeipoes, gekleed in doorschijnende babydoll of latex lingerie, en knielend op een berenvel. Het ging erom de vrouwen te laten zien zoals ze zijn, op hun best en zelfverzekerd en met gerimpelde en uitgezakte huid en al. Dit weerhield Olaf er niet van om in de computer ,,alle vormen wat strakker te trekken''.

Een verschil tussen Olafs autonome fotografie, zoals hij het zelf noemt, en zijn reclamefotografie is er niet. Hij hanteert voor beide categorieën exact dezelfde strategie. Op een foto voor Diesel-spijkerbroeken grijpt een bejaarde vrouw een oude man in zijn kruis, en in een reclame voor een horloge kruipt pornoster Kim Holland over een bed. Zelf dacht ik altijd dat de Fashion Victims reclamefoto's waren. Het is bon ton om te beweren dat er geen verschil meer bestaat tussen autonome kunst en toegepaste kunst. Een groot misverstand, om de eenvoudige reden dat een autonoom kunstwerk niet gemaakt wordt met een praktisch doel voor ogen. De kunst heeft een heel andere bestaansgrond dan praktisch nut. Het kunstwerk is belangeloos. Het hoeft zelfs niet te behagen.

Net zoals van iedere reclamefoto mag worden verwacht geven de foto's van Olaf hun betekenis direct prijs. Als een beeld zijn betekenis direct prijsgeeft, dan betekent het niets. Dit maakt de tentoonstelling van Olaf ook zo dodelijk saai: het is alsmaar meer van hetzelfde, het uitbundig vieren van de slechte smaak (en daarmee de bevestiging van de slechte smaak). Het recept is even eenvoudig als flauw. Ik vermoed dat Olaf aldus te werk gaat: hij bedenkt een plaatje waarvan hij weet, dit is écht fout en over the top, om daar vervolgens de conclusie aan te verbinden dat het niet anders dan goed kan zijn.

Maar nergens is het werk van Olaf kritisch. Hij is geen Jeff Koons, zijn werk heeft nergens een dubbele laag, er is geen ironie. Het is ééndimensionaal en laat nergens ruimte voor de verbeelding. Olaf heeft daarmee de kijker effectief buitengesloten. Het maakt dan ook helemaal niet uit wat hij laat zien. Het maakt niet of er een flesje bier staat of een mens. Deze mensen betekenen niets. Ze zijn gereduceerd tot object. Dit is wat zijn werk zo weerzinwekkend maakt.

Erwin Olaf: Silver. Overzicht van 25 jaar fotografie van Olaf. In het Groninger Museum. T/m 30 november. Dizo 10-17 uur.