Erkenning geeft rust

In de film `Verder dan de maan' speelt Huub Stapel een boer die de moderne tijd niet accepteert. ,,Als iemand op tv een Limburger imiteerde, wilde mijn vader de tv het raam uit gooien.''

Na de voorstelling in Almere zou hij gaan zingen op een modeshow van een grote herenzaak. Dus reed Huub Stapel om half twaalf 's avonds door naar Hoorn. ,,Ik kom daar binnen en ik zie aan het gezicht van de gastvrouw dat ze het net over mij hebben gehad. De duvel komt binnen.'' Stapel probeert een betrapt gezicht te trekken. Dan doet hij de man van de gastvrouw na, een acteur in populaire televisieseries, die ongeïnteresseerd aan een tafeltje hangt. ,,Gewoon een lul. Ik was ineens zo kwaad. Ik roep: `Laat maar, het hoeft al niet meer.' Ik draai me om en ik ben weg.''

Stapel stoot Renée Soutendijk aan, met wie hij vanavond in Eindhoven voor de 107de keer de tragikomedie Eten met vrienden speelt. Samen lopen ze naar de ingang van de schouwburg.

,,Huub, Huub'', zegt Soutendijk. Ze schudt haar hoofd. ,,Waarom denk jij na al die jaren nog altijd zo?'' Ze geeft een stomp tegen zijn bovenarm.

Zo'n incident rekent Stapel (48) tot zijn `privé-frustraties'. Geen alarmerende woede, maar af en toe steekt zijn minderwaardigheidscomplex even de kop op. Zo weer weg. Dan doet hij zijn jongste zoon Mas (10) na die zondag op de tennisbaan de ene na de andere bal van zijn tegenspeelster miste en riep: ,,Ik stop ermee, ze kan er niets van.''

,,Het is een gezond soort woede'', zegt Stapel als hij de volgende dag alleen in zijn tuin in Amsterdam zit. ,,Je moet hem niet de hele dag bij je hebben. Dan gaat-ie frustreren. Het is een beetje link. Maar ik kan hem goed gebruiken als drijfveer. Ik kan hem vruchtbaar maken, omdat ik weet waar hij vandaan komt.'' Stapel spreekt langzaam. Aait de oude hond over zijn kop.

,,Mijn broer vroeg toen mijn moeder bijna doodging: `Vind je dat je een leuk leven hebt gehad?' `Nee', antwoordde ze. `Ik vind eigenlijk dat ik een rotleven heb gehad.' Ik zei: `Dan moeten we je ongelofelijk bedanken dat je ons daar nooit de dupe van hebt laten worden.'''

Prrrrt. Hij blaast lucht door zijn lippen. ,,Mijn vader had naar het conservatorium gewild. Hij kon alles op de accordeon. Hij was naar de hbs geweest. Hij had een prachtige tenor. Zong thuis mee met Benjamino Gigli en Tito Schipa. Maar hij mocht niet. Hij belandde in de oorlog in een werkkamp bij Keulen en leende na de oorlog 12.000 gulden om een snoepwinkel in Tegelen te openen.

,,Daar kon hij niks van. De winkel werd een grijpstuiverij, de hypotheek een loden bal aan zijn voet. In het weekend speelde hij met de gelegenheidsband All Stars op bruiloften. Als hij zei: `Het is zwart vandaag', zei ik: `Nee, het is wit.' Hij gaf ons een rijksdaalder toen het kermis was, terwijl we van ma al een gulden hadden gehad. Dan hoorde ik bij de achterdeur: `Jo, dat moet je niet doen. We halen 't eind van de maand niet.' Drie weken voor zijn dood had hij zijn schuld afgelost: `Ik ben bovenop de berg.'

,,Over die misgelopen carrière sprak hij nooit. Getrouwd, zes kinderen, daar kom je niet meer op terug. Die last heb ik meegenomen. Die drijft me vooruit. Ik moet een hommage aan mijn vader brengen. Mijn hele carrière is zo.''

Op zijn zeventiende zei Stapel tegen zijn Venlose vriendin Resie, die nu zijn vrouw is: `Ich wer later beroemd.' ,,Dat was natuurlijk wel gek. Op de toneelschool relativeerde ik dat onmiddellijk: eens een keer een rolletje op de televisie is leuk voor mijn moeder. Er zat een jongen in de klas die groene schoenen droeg met gele sterren erop. Ik dacht: die zal wel veel artistieker zijn dan ik ben. Ik keek op tegen Amsterdam. De docenten zeiden: `Van Huub zijn we nog niet overtuigd.'

,,Als iemand op tv een Limburger imiteerde, was mijn vader in staat het tv-toestel uit het raam te gooien. In Limburg werd de mijnsluiting als een complot van de Hollanders gezien. We hadden het voortdurende gevoel te worden achtergesteld. Als ik met mijn vriend Sjoerd Pleijsier in Maastricht uitging, werd ik in het dialect aangesproken, terwijl Sjoerd `een witte Holländer' werd genoemd. Niet te vertrouwen.

,,Mijn eerste auditie – voor het stuk Harold en Maude – deed ik met Johnny Kraaykamp junior. Ik dacht: die krijgt die rol natuurlijk. Hij heeft een naam, ik heet Huub Stapel en ik kom uit Tegelen. `Dèn kinse 't waal vergète'. Dat was niet zo. Ik merkte dat het niets uitmaakte waar ik vandaan kwam. Dat zat alleen in mijn hoofd.''

Godslasterlijk

In de film Verder dan de maan van Stijn Coninx speelt Huub Stapel een katholieke boer, een voormalig priesterstudent, die niet bij machte is de verworvenheden van de moderne tijd te accepteren. Hij houdt de televisie buiten de deur en vindt de reis naar de maan – het is 1969 – godslasterlijk. Hij zoekt troost in de jeneverkruik en brengt met zijn alcoholisme het gezin in gevaar.

Zelf is Stapel een gadgetman. De telefoonbel die door zijn huis rinkelt, is er een uit de tijd van de muurtelefoon, het bijbehorende toestel is de nieuwste XDA-zakcomputer. Hij moet naar de kelder als hij zoiets ouderwets als een videoband zoekt. En in zijn Volvo xc90, 4-wheel drive, rijst de navigator omhoog uit het strakke dashboard.

Maar de onmacht van de boer die in zijn eigen wereld leeft, herkent hij wel. Zes maanden voordat de opnamen voor de film begonnen, kreeg Stapel een burn out, tijdens de eerste repetitieweek van De onverschilligen bij het Zuidelijk Toneel. ,,Ik reed op de snelweg ter hoogte van Kerkdriel en ik begon zomaar te huilen. Ik snoot mijn neus en reed door, maar de volgende dag gebeurde het weer. Ik zag wel dat ik niet alert reageerde, onbenaderbaar was. De werkelijkheid van het Zuidelijk Toneel was niet de mijne. Ik deed maar en voelde niets.''

,,`Onmiddellijk stoppen met werken', zei de huisarts. Ik filmde overdag in Duitsland, ging 's avonds het toneel op, kwam om half drie 's nachts thuis en zat 's morgens weer met mijn kinderen aan de ontbijttafel. Zo ging het al een paar jaar. De acupuncturist stak een naald in mijn lever. Pijn! Je lever staat, zo heb ik mij laten vertellen, in verband met je hoofd. Ik begon hard te huilen. Resie, die in het kamertje ernaast werd behandeld, zei na afloop: `Hoorde jij die man ook zo huilen?' Dat was ik.

,,Die boer uit Verder dan de maan is bang, omdat hij geen verantwoordelijkheid kan dragen. Dat is het laffe van het katholieke geloof. Je geeft de verantwoordelijkheid voor je leven uit handen, al vanaf de doop. Je laat iemand anders voor jou uitmaken hoe het toe moet gaan, zodat je zelf geen beslissingen hoeft te nemen. Gaat het fout, dan ga je biechten.

,,Ik ben misdienaar geweest, heb de catechismus geleerd, ben te biecht gegaan. De katholieke kerk maakte van ons dorp een standenmaatschappij. De haves zaten voorin de kerk – de leden van de Tegelse fabrikantenfamilies – de have-nots'', hij steekt zijn vinger op, ,,wij van de snoepwinkel – zaten achterin. Zo kreeg je het ingepeperd. Grootindustrieel Regout uit Maastricht zei tegen meneer pastoor: `Houd jij ze dom, dan houd ik ze arm.' Ging het ergens mis dan werd dat verborgen gehouden.

,,Aan één kwaliteit van mijn moeder ergerde ik me: dat ze opgaf aan het eind van haar leven. Ze had slechte longen. Ik zei: `Ga dan lopen, ga dan fietsen.' `Nee, laat me maar', antwoordde ze. Ze was lijdzaam.''

Resie heeft sushi gehaald. De hond volgt ons hinkend naar binnen. Overal in de kamer hangen familieportretten. ,,Ik ben een vechter'', zegt Stapel, ,,en ik zou bij God niet weten van wie ik het heb.'' Hij steekt een tandenstoker in zijn mond.

,,Ik heb besloten: nou is het klaar! Ik word een Limburgse dissident in Amsterdam. De woede die ik al in me had maakte me obstinaat. Ik rende heel hard naar rechts om Flodder te doen en Sjans, een serie bij de TROS. Ik rende heel hard naar links om Spinoza te spelen in Hoffman's honger, naar het boek van Leon de Winter. Als het maar geen conceptueel toneel was zoals van Toneelgroep Amsterdam. Geen achterstevoren gespeelde stukken, flauwekul.''

Zijn zachte g is hij kwijt. ,,Als die niet ter zake is, moet je hem niet laten horen. Heb ik in de spreek- en stemklas voor gekozen. Niet dat ik me schaam voor waar ik vandaag kom. In Tegelendeel.'' Hij lacht hard. ,,Het Noord-Limburgs is geen zwaar dialect. Alles wordt voorin de mond en goed gearticuleerd uitgesproken. Geen ohhh's en ahhh's, niet die zangerigheid. Ik heb eindeloos geoefend op de klinkers en medeklinkers: niet nuuws, maar nieuws.

,,Alleen over de betekenis van sommige woorden raak ik nog wel eens in de war. Ik moet altijd nadenken wat ook weer een jurk is en wat een rok. Kleid zeggen wij tegen jurk. Langs is naast, onder is beneden.

,,Toen ik in De Partizanen voor het eerst in het dialect ging spelen, dat was toch iets. Het ging ineens heel makkelijk. Een oude jas. Het was ongelofelijk vertrouwd. Ik stond met iemand te praten. Er wordt actie gezegd en ik stap erin.''

's Avonds vertellen Soutendijk, Sjoerd Pleijsier en Carolien van den Berg elkaar onder het eten verhalen. Over een gastheer die een duizenden euro's kostend diner niet met zijn creditcard kon afrekenen. Over Amsterdamse huizen waar het spookt. Over een acteur met vliegangst die na veel moeite door zijn vrouw is overgehaald naar New York te gaan en bij aankomst voor de deur van zijn hotel getuige is van een criminele afrekening.

Een half uur later zitten ze aan tafel op het toneel hetzelfde te doen. ,,Ik probeer altijd in het hier en nu te spelen'', zegt Huub Stapel na afloop. Hoe kleiner het verschil met wat net gebeurde hoe beter. Dat is mijn manier om me te concentreren. Er is niets hoogdravends aan toneelspelen. Je hebt aanstellers die zeggen: ik bleef in mijn rol zitten, maar dat is acteursmankement.

,,Als je 107 keer dezelfde voorstelling speelt, kun je ook niet anders.'' Hij wrijft over zijn maag. ,,Verdomme, slecht gegeten net. Ik zet hem vanavond wat pissiger aan. Ik doe het ook expres. Dan maak ik het mezelf moeilijk, om te zien hoe ik eruit kom. In plaats van mijn bestek bij elkaar te schuiven, terwijl ik mijn eerste zin zeg, maak ik een keer mijn schoenen vast. Moet ik daaruit zien te komen.''

Bekende kroeg

Stapel speelde Ed van Thijn in de televisieserie Retour Den Haag. `Dat was wel heel erg jezelf hè', zeiden zijn vrienden na afloop. ,,Dat vind ik het grootste compliment. Het moet wáár zijn wat ik doe. Mensen moeten denken: dat is iemand. Soms heb je dat een paar seconden.

,,Op de toneelschool speelde ik een Hitleriaanse hoofdrol in Tango van Mrozek. Over een huisvriend die de macht overneemt in een familie. In het begin van de repetities stuurde onze toneelleraar Zdizlaw Wardejn ons weg: `Non, non', zei hij. `Va pour Tribunal', dat is een bekende kroeg in Maastricht. Daar moesten we de sleutelscène net zo lang spelen tot het voor omstanders leek alsof we een gewoon gesprek met elkaar voerden. Je mocht niet spelen, dus speelde je ook niet.

,,Ik had voor die tijd nooit geweten wat ik stond te doen als ik speelde. Nooit had iemand mij kunnen uitleggen waar ik bij mezelf de sleutel vond. Zdizlaw zag mij en hij zei: `Wat sta je nu eigenlijk te doen? Er is één constante factor: jij bent Huub Stapel, zoon van Jo en Corry, geboren in Tegelen. Daar opgegroeid met Marie-José, Jan, Ruud, Hay en Peter. Daar moet je het mee doen.' Ik denk nog elke dag aan Zdizlaw.''

Stapel heeft in de loop der jaren allerlei metaforen verzameld: toneelspelen is koken. Een acteur is een puzzel, die voor een rol de stukken pakt die hij nodig heeft. Een personage maken is een huis bouwen, maar sommige muren zijn slecht gevoegd.

,,Een personage kan mij niet complex genoeg zijn'', zegt hij, ,,want dat is interessant. Dat is compensatie voor het feit dat ik op de mulo een nul had voor wiskunde en voor de moeite een 1 kreeg. Ik kan me de eerste wiskundeles nog herinneren. `Meester, ik begrijp het niet.' `Dan had je moeten opletten.' En door. Ik was meteen klaar. Als je mij vraagt: wat is a en wat is b weet ik het niet. Ik kan ook geen cryptogram oplossen.''

Maar wat heeft een blinde vlek voor wiskunde te maken met een toneelrol? ,,Weet ik niet, maar ik voel dat de psychologie verbonden is met een abstractie waar ik met mijn verstand niet bijkan, maar die ik via de geheime ingang wel kan bereiken. De achterdeur, de zijdeur. Zo ging ik vroeger ook de kerk in. Ik heb altijd naar de geheime ingang gezocht bij de voorbereiding op moeilijke rollen.

,,Het interesseert me bovenmatig wat mensen doen in crisissituaties. Daarom lees ik zoveel over de Tweede Wereldoorlog. Er moet aan personages altijd een rand zitten. Hendrik uit De Partizanen (Theu Boermans, 1995) had die. Hij was verzetsleider, maar hij kon die positie helemaal niet aan. Hij maakte surveillanceroosters voor de leden van zijn groep. Aan alles van die man voel je dat het uit de hand loopt. Alsof hij een handleiding voor dapperte had gelezen. Dan komt de Hollander Rokus, de professional, en die zegt: `Jij doet dit en jij doet dat.' Hendrik had net zo goed een NSB'er geweest kunnen zijn.

,,Mijn volgende toneelrol wordt waarschijnlijk die van Mephisto. Die bevindt zich in het linkerkamp als Hitler aan de macht komt. Hij wordt Hitlers favoriete acteur. Aan het einde van het stuk als hij zich aan het regime heeft geconformeerd, zegt hij: `Ich bin doch nur ein Schauspieler.' Ik hoop nooit in zo'n situatie terecht te komen, want ik weet niet hoe dapper ik zou zijn.''

In de auto naar de benzinepomp. ,,Euh Nans'', roept de pomphouder naar achteren als Stapel komt afrekenen. ,,Raad eens wie ik hier aan de toog heb?''

's Avonds in Eindhoven zit de zaal vol: 900 man. ,,Ik word steeds relaxter'', zegt Stapel die avond. ,,Erkenning geeft rust en rust zorgt ervoor dat je je veilig voelt als je speelt.''

Sinds De Partizanen gaat het beter met Stapel en zijn zelfvertrouwen. ,,Toen ik 26 was, keek ik naar Robert Duvall en Gene Hackman. Het karakter spatte van die gezichten af. Hoe deden ze dat? Ik wilde het liefst veertig zijn. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik pas vanaf mijn veertigste iets te melden zou hebben.''

`Verder dan de maan' gaat vanavond in première op het Nederlands Filmfestival in Utrecht. België heeft de film voorgedragen voor de Oscars in de categorie Beste buitenlandse film.