Eigen visie bepaalt succes of falen integratie

Er is twijfel of het beleid om immigranten te laten integeren echt heeft gefaald, zoals de Kamer vorig jaar dacht. De parlementaire commissie Blok is in het defensief gedrongen.

Het was een week van onttakeling voor de parlementaire onderzoekscommissie die bezig is dertig jaar integratiebeleid op een rijtje te zetten. Sinds half januari was de Tweede Kamercommissie onder voorzitterschap van VVD'er Blok in betrekkelijke stilte en anonimiteit bezig met haar onderzoek. Na een week openbare hoorzittingen is het debat over de integratie weer volop tot leven gekomen.

Alleen wordt de toon niet, zoals bij eerdere parlementaire enquêtes, gezet door onthullingen van nieuwe feiten door de getuigen, tot nu toe voornamelijk ex-ambtenaren en ex-bewindslieden. Het debat gaat over de commissie zelf. Onderzoekt zij wel terecht de mislukking van de integratie van immigranten en hun nakomelingen? Pakt zij het goed aan? Zitten de juiste mensen erin?

De discussie werd een week geleden aangezwengeld door de voormalige vicevoorzitter van de commissie, de SP'er Lazrak. Hij stapte op uit onvrede over het vertrouwelijke vooronderzoek, dat de commissie (met zijn instemming) eerder had uitbesteed aan het Hilda Verwey-Jonkerinstituut, een sociaal-wetenschappelijk adviesbureau dat ook de overheid adviseert over integratiebeleid.

Deze week werd de commissie verder in het defensief gedrongen door kritiek van Kamerleden die niet in de commissie zitten. VVD-woordvoerder integratie Hirsi Ali sloot zich aan bij Lazrak. Ze werd er door Kamervoorzitter Weisglas om gekapitteld: de Kamer wacht immers doorgaans op de conclusies van de commissie die zij zelf heeft ingesteld, en die worden pas in december verwacht. Maar Hirsi Ali kreeg bijval van haar fractieleider Van Aartsen, die daarmee het gezag van zijn partijgenoot en commissievoorzitter Blok niet versterkte. Ook uit de SP kwam verdere kritiek. SP-leider Marijnissen, een jaar geleden initiatiefnemer tot de commissie en daarom extra bezorgd om de toenemende kritiek, drong aan op openbaarmaking van het vooronderzoek, evenals achter de schermen de onderzoekers van het Verwey-Jonkerinstituut.

Onder al deze druk moest de parlementaire commissie het initiatief verder uit handen geven. Gisteren mochten de onderzoekers van het Verwey-Jonkerinstituut hun vertrouwelijke rapport, dat overigens al in april bij de commissie was ingeleverd, vrijgeven en erover praten. Dat moest van de commissie onder strenge voorwaarden: niet over de commissie praten, niet vooruitlopen op de conclusies die zij straks te trekken heeft.

Vooral dat laatste bleek echter een onmogelijke opgave, want de parlementaire commissie had de onderzoekers ook gevraagd om interpretatie: was het integratiebeleid in de afgelopen dertig consistent, en was het succesvol? Daardoor wordt de discussie over het integratiebeleid sinds gisteren gevoerd aan de hand van dit eerste globale oordeel. En net als in de meeste openbare gesprekken die de commissie tot nu toe voerde, was de tendens daarvan: het integratiebeleid is niet in zijn geheel `mislukt', en op onderdelen zelfs ,,relatief succesvol.''

Commissievoorzitter Blok voelde zich de afgelopen dagen gedwongen te benadrukken dat de commissieleden straks met hun eigen conclusies komen. De commissie heeft ook zeven vervolgonderzoeken op dat van het Verwey-Jonkerinstituut in gang gezet, nog buiten de vele gesprekken die zij zelf de komende weken in Den Haag en in het land gaat voeren.

Maar tot nu toe leidt het werk van de commissieleden er niet toe dat zij meer greep op het debat krijgen. Zij stellen elke dag hun tevoren uitgeschreven vragen aan de getuigen, maar die grijpen de gesprekken aan om de uitgangspunten van de commissie ter discussie te stellen. ,,Het is een hype'', zei bijvoorbeeld oud-topambtenaar Molleman deze week, ,,om te zeggen dat het integratiebeleid is mislukt. Het blijkt zelfs een voorwaarde te zijn om te kunnen functioneren in deze commissie''.

Daarmee legde hij de vinger op een gevoelig plek voor de commissie. Een jaar geleden was het SP-leider Jan Marijnissen die in de Kamer het initiatief nam tot, zoals hij het toen zei, ,,een onderzoek naar de vraag hoe de miljarden die geïnvesteerd zijn in de integratiepolitiek zijn besteed.'' De SP was al jaren kritisch op dat punt, maar kreeg plotseling steun, in de naweeën van de plotselinge opkomst van de LPF in 2002, die campagne had gevoerd met dit thema. Een grote Kamermeerderheid stemde in met de instelling van de commissie, uitgaande van de stelling dat het integratiebeleid ,,tot nu toe onvoldoende geslaagd is''. Alleen de LPF zelf stemde niet in – die partij zei niet geïnteresseerd te zijn in achteruitkijken.

Nu behoort LPF'er Varela tot degenen in de commissie die inderdaad nog steeds als uitgangspunt hanteren dat het integratiebeleid mislukt is, evenals de afgevaardigden van de SP en de VVD. Maar de twijfel daarover is inmiddels ook weer levend. Het enige verschil tot nu toe met vóór 2002 is dat het debat toen werd gevoerd in termen van de vooruitzichten voor de multiculturele samenleving. Nu gaat het over integratie in de Nederlandse samenleving.