Dubrovnik-dossier: Serviër opgepakt

De Servische autoriteiten hebben gisteren een voormalige Joegoslavische legerofficier gearresteerd, die door het Joegoslavië-tribunaal wordt gezocht wegens zijn aandeel in de beschieting van de Kroatische havenstad Dubrovnik in 1991. Hij was de laatste verdachte die in het Dubrovnik-dossier nog werd gezocht.

Voormalig kapitein Vladimir Kovacevic (42), een Serviër van Montenegrijnse afkomst, werd door een speciale politie-eenheid gearresteerd in het dorp Malo Gradište, niet ver van Belgrado. Hij is op de vlucht geweest sinds hij twee jaar geleden formeel in staat van beschuldiging werd gesteld.

Het Joegoslavië-tribunaal vaardigde in 2001 aanklachten uit tegen vier voormalige officieren van het Joegoslavische Volksleger wegens de bombardementen op de historische stad Dubrovnik tijdens de oorlog in Kroatië in 1991. De aanklacht tegen één van de vier werd later ingetrokken. De andere drie, onder wie Kovacavic – bijgenaamd Rambo – werden beschuldigd van onder andere moord op 43 burgers van Dubrovnik. Bij de bombardementen werden meer dan vijftig mensen gedood en werd aanzienlijke schade aangericht aan het historische centrum van Dubrovnik. De beschieting van de `parel van de Adriatische Zee' had overigens geen enkel zinvol strategisch doel.

Montenegro, dat troepen leverde voor de aanval op Dubrovnik, heeft daar eerder bij de Kroaten excuses voor aangeboden.

De samen met Kovacevic aangeklaagde Pavle Strugar, voormalig commandant van de Joegoslavische marine, en Miodrag Jokic, gepensioneerd vice-admiraal, meldden zich respectievelijk in 2001 en 2002 bij het Joegoslavië-tribunaal. Beiden zijn voorlopig vrijgelaten tot het begin van hun proces. Op 27 augustus van dit jaar bekende Jokic schuldig te zijn aan moord, wrede behandeling, het aanvallen van burgers, de illegale vernietiging van burgerbezit en van historische en religieuze monumenten. In ruil voor die bekentenis schrapte de openbare aanklager een aantal aanklachten wegens oorlogsmisdaden en beloofde hij een straf te eisen die niet hoger zou uitvallen dan tien jaar.