Bin Laden is tegen spenen

Natuurlijk ga je zoeken naar intieme details over Osama bin Laden als je het boek van zijn schoonzus Carmen opslaat. Het gesloten koninkrijk belooft die wel niet met zoveel woorden, maar de suggestie is sterk: `Op 11 september 2001 was Carmen bin Ladin [de spelling die het boek aanhoudt] met haar auto onderweg naar haar huis in Zwitserland toen ze het nieuws van de aanslag op de Twin Towers hoorde', werft de achterflap. `Instinctief wist ze dat haar zwager Osama hier iets mee te maken had.'

Maar Carmen weet ongeveer evenveel over Osama als iedere lezer die het nieuws een beetje heeft bijgehouden. Haar man Yesham heeft dan ook 24 broers en 29 zusters, en ook in Saoedi-Arabië heb je zo je favorieten onder je verwanten. En de paar keren dat ze hem ontmoette dateren ook alweer van heel lang geleden. Carmen, van Iraans-Zwitserse komaf, ging in 1976 in Saoedi-Arabië wonen – af en aan, met geregeld langdurige verblijven in het westen – en vertrok er in 1985 voorgoed, kort voor haar echtscheiding. Osama was niet meer dan een van de vele Bin Ladens die ze er tegenkwam. Ze erkent zelf: toen was hij niet zo belangrijk, een jonge, bewonderenswaardig vrome student. Later een jonge vader met een merkwaardig idee-fixe tegen gebruik van flesje-met-speen voor zijn baby-zoon, waarom weet ze niet.

Is haar boek dan lezenswaardig om zijn bijzonderheden over een vrouwenleven in Saoedi-Arabië, waar vrouwen thuis worden weggestopt? Carmen woont er zoals gezegd niet lang, en bevindt zich als ze er is in de uitzonderingspositie van buitenlandse met een voor Saoedische begrippen nogal liberale echtgenoot (wat als het er op aankomt nog altijd niet erg liberaal is). Ze luistert naar muziek, ze heeft boeken en ze mag zelfs op een gegeven moment met onbedekt gezicht naast hem voorin in de auto zitten. Ze geeft elke donderdag een `open huis' waar over politiek en boeken wordt gepraat als er niet wordt getennist. Ze verveelt zich; winkelen in de nieuwe Safeway's supermarkt is het summum van opwinding. Ze staat op haar marmeren terras uit te staren over de woestijn – leeg, zonder vrienden of kameraadschap, klaagt ze, een goudvis die steeds langzamer rondjes zwemt.

Het blijft allemaal opmerkelijk oppervlakkig, alsof Carmen slechts met de grootste moeite haar herinneringen aan haar Saoedische leven weer bij elkaar heeft gesprokkeld. Er is werkelijk niemand in haar omgeving die in haar beschrijving enigszins tot leven komt, haar man niet, haar dochtertjes niet en de Bin Ladens niet. Ze schrijft wat over de machtsstrijd in de familie, maar het fijne kom je niet te weten. Ze wijdt een bewonderend hoofdstuk aan Bin Laden senior, Mohammed, die het gigantische bouwbedrijf heeft opgericht dat de familie zo enorm rijk heeft gemaakt. Maar hij was al jaren dood toen ze haar man leerde kennen en haar beschrijving kan zo uit een brochure komen. Ze schrijft over Saoedi-Arabië, maar als lezer reis je niet met haar mee.

Wel is het leuk te ontdekken hoe Iraans Carmen naar Saoedi-Arabië en zijn inwoners kijkt, ook al heeft ze het grootste deel van haar leven in het Westen doorgebracht. Iraniërs, zowel van voor als na de islamitische revolutie, voelen zich mijlenver boven Arabieren verheven, en met Carmen is dat niet anders. `Het leek in de verste verte niet op Iran of Beiroet – het was een andere planeet, zo anders dan de manier van leven in Perzië'.

Carmen bin Ladin: Het gesloten koninkrijk. Mouria, 223 blz. €17,90