Bijna bevriend met de superbeul

Nergens kreeg de dood na de Tweede Wereldoorlog zo'n duidelijk gezicht als in Cambodja. Tussen 1975 en 1979 werden er tijdens het schrikbewind van Pol Pots Rode Khmers zo'n twee miljoen mensen vermoord, een kwart van de bevolking. Omdat ze gestudeerd hadden, een bril droegen, een vreemde taal spraken of omdat ze uit de steden kwamen, waar ze `besmet' geraakt met `verderfelijke' westerse waarden. In Europa hielden linkse intellectuelen en politici zich blind en doof voor wat er in Cambodja gebeurde. Ze waren zo in de ban van het anti-Amerikanisme dat ze het nieuwe, communistische bewind zonder enig kritisch vermogen toejuichten. Pas toen na 1979 de omvang van de gruwelen aan het licht kwam, ontwaakten ze uit hun droom. Sindsdien zijn er tal van ooggetuigenverslagen verschenen, met de speelfilm The Killing Fields (1984) als hoogtepunt.

Dertig jaar na het begin van het Cambodjaanse drama is nu De Poort verschenen, een boek dat al die vroegere verslagen haast overbodig maakt, zo aangrijpend, goed en vooral diepzinnig is het. Bovendien staat het vol scherpzinnige opmerkingen over de condition humaine, waardoor het ontstijgt aan het niveau van `ik was erbij en heb veel geleden'.

De auteur van De Poort is een Parijse hoogleraar in de geschiedenis van het boeddhisme, François Bizot. In 1971 zat hij drie maanden gevangen in een junglekamp van de Rode Khmer. Van de dertig westerlingen die zoiets hebben meegemaakt, is hij de enige die het heeft overleefd. Toen hij gevangen werd genomen woonde Bizot al zes jaar in Cambodja, waar hij de boeddhistische monumenten en tradities bestudeerde. Hij sprak vloeiend Khmer en was getrouwd met een Cambodjaanse vrouw bij wie hij een kind had.

Zijn relaas begint in 1971, als de burgeroorlog tussen de Rode Khmers en het door de Amerikanen gesteunde marionettenregime van Lon Nol in volle gang is. Bizot is met twee Cambodjaanse assistenten op onderzoek in een gebied ten oosten van de hoofdstad Phnom Penh. Ze vallen in een hinderlaag van de oprukkende Rode Khmers, die hen afvoeren naar een kamp in de jungle. De dood is er voortdurend aanwezig, in de vorm van honger, uitputting en het voortdurend wegvoeren van medegevangenen die elders met knuppels worden vermoord.

De Rode Khmers verdenken Bizot ervan een CIA-agent te zijn en onderwerpen hem aan langdurige verhoren. Zijn ondervrager is commandant Douch, een voormalige wiskundeleraar die, op zoek naar de waarheid, het revolutionaire licht heeft gezien en bereid is daartoe al zijn menselijkheid op te offeren. Hem moet Bizot ervan overtuigen dat hij niet voor de CIA werkt. Dankzij het feit dat hij perfect Cambodjaans spreekt, kan hij op gelijk niveau met Douch communiceren. Tijdens de verhoren schuwt Bizot, ervan overtuigd dat zijn laatste uur geslagen heeft, niet om te zeggen wat hij vindt van ideologie van de Rode Khmers. `Wat ik vooral zie, is dat je zint op een manier om de mens tegen zijn zin gelukkig te maken', zegt hij bijvoorbeeld. In één zin geeft hij daarmee een beknopte definitie van het communisme.

Geleidelijk aan ontstaat er respect tussen beul en slachtoffer, dat bijna een soort vriendschap is. Douch raakt overtuigd van Bizots onschuld en zet zich met succes in voor diens vrijlating. Tot het zover is, blijft Bizots lot echter onzeker. Tot op het laatst verkeert hij in doodsangst, een gevoel dat hij zo sterk beschrijft dat je bijna zelf denkt ter dood veroordeeld te zijn.

Het tweede deel van De Poort speelt zich af in 1975 tijdens de val van Phnom Penh. Bizot schildert de algehele ontreddering, die begint als de Rode Khmers de hoofdstad binnentrekken. Op de compound van de Franse ambassade houden zich een paar duizend Cambodjaanse vluchtelingen op. Ze mogen er alleen blijven als ze een Frans paspoort hebben. Regelmatig komen de Rode Khmers langs om de uitlevering van Cambodjaanse politici te eisen die asiel van de Fransen hebben gekregen. Ze trekken zich daarbij niets aan van de diplomatieke onschendbaarheid van het ambassadeterrein. Bizot biedt hulp waar hij kan. Hij haalt Fransen op die in de stad wonen, assisteert bij de onderhandelingen over de evacuatie van de vluchtelingen en weet zo de naïeve diplomaten voor veel blunders te behoeden.

Tijdens de uiteindelijke evacuatie spelen zich hartverscheurende taferelen af. Talloze Cambodjanen proberen zich op de valreep onder de vluchtelingen te scharen, maar worden door de Rode Khmers afgevoerd om hun zekere dood tegemoet te gaan. Fransen laten hun Cambodjaanse minnaressen in de steek na jaren van trouwe liefde; egoïsme viert hoogtij; echte helden zijn zeldzaam.

Vooral Bizots goedgelovige landgenoten krijgen er in De Poort van langs. Woest maakt hij zich als de Rode Khmers een groepje Parijse intellectuelen bij de ambassade komen afleveren die als revolutionairen gekleed gaan en hun begeleiders bij het afscheid nemen als broeders omhelzen. Maar nog veel kritischer is hij over de Amerikanen en hun niet aflatende neiging hun ideeën toe te passen op een wereld die hun totaal vreemd is. Zo schrijft hij over hen: `... deze mensen waren zo extreem onhandig, zo verwijtbaar en onoprecht naïef, zo cynisch zelfs, dat dit destijds allemaal een nog grotere woede en afschuw bij me opwekte dan de leugens van het communisme.' Het is een uitspraak die doet denken aan de huidige toestand in Irak.

In de epiloog van De Poort vertelt Bizot hoe hij in 1999 is teruggekeerd naar Cambodja. Commandant Douch zat toen al in de gevangenis in afwachting van zijn proces. Hij bleek zich tot Bizots verbijstering te hebben ontwikkeld tot de opperbeul van de Rode Khmers en was commandant geworden van het legendarische martelcentrum Tuol Seng. Bizot mag schriftelijk met Douch communiceren en ontdekt dat hij zijn leven uitsluitend aan diens standvastigheid te danken heeft. Douchs hoogste baas wilde Bizot executeren.

Nog veel schokkender is voor Bizot de ontdekking dat zijn Cambodjaanse assistenten, die hij bij zijn vrijlating moest achterlaten, anders dan Douch hem heeft beloofd, toch zijn vermoord. Aan hen is De Poort dan ook opgedragen. Een grootser monument kun je je bijna niet voorstellen.

François Bizot: De Poort. Uit het Frans vertaald door Frans van Woerden. Fagel, 349 blz. €24,90