Bangelrijk nuweis

Uit Amrieka ovnintg ik van een boertubawaar poesron de velnogde eiaml:

Aoccdrnig to a rscheearch at Cmabrigde Uinervtisy, it deosn't mttaer in waht oredr the ltteers in a wrod are, the olny iprmoetnt tihng is taht the frist and lsat ltteer be at the rghit pclae.

The rset can be a total mses and you can sitll raed it wouthit porbelm. Tihs is bcuseae the huamn mnid deos not raed ervey lteter by istlef, but the wrod as a wlohe.

Fcuknig amzanig huh?

Vatraeld:

Geerelden van Cmabrigde Uinervtisy heebbn otknedt dat je niet hefot te kenunn sepleln om beprijlegijk te kenunn svrijchen. Als de voroste en de atechtsre leettr van het worod maar op hun palats saatn.

Nukeend verbenazd hè?

Je moet het natuurlijk niet te bont maken. Boertubawaar poesron gaat misschien te ver, maar als er staat bertoabawaar porsoen kom je dichter bij het begrijpelijke. Otknedt kan verwarring veroorzaken, omdat het lijkt op een verhaspeling van ontkent. De mensen herkennen de begrenzing van het geheel, zien ongeveer wat daarbinnen is opgeborgen, en als dit ongeveer klopt met wat ze gewend zijn, hoef je ze verder niets uit te leggen. Dat is niet lui of slordig maar doelmatig. Als je bij het lezen van ieder woord achtereenvolgens telkens weer iedere letter afzonderlijk moest herkennen, vervolgens bij de spatie het geheel overziend, dit tot het woord verenigen, was je na het lezen van dit ene stukje al bekaf. Maar je legt deze krant op tafel, kijkt binnen een kwartier de 24 pagina's door, pikt er feilloos uit wat je interesseert, en je zegt: 'Er staat vandaag weinig in!' Hoe weet je dat? Omdat je je in de loop van je lezerschap tot een kenner van het geheel hebt ontwikkeld.

Critici die een nieuw boek onder ogen krijgen, beginnen diagonaal te lezen. Op die manier wordt hun geoefend oog eerst vanzelf getroffen door het geheel. Dankzij hun in lange jaren van boekbespreken geoefend diagnostisch vermogen, of noem het intuïtie, kunnen ze in beginsel weten of dit boek wel of niet deugt. Tenminste, dat denken ze. Deugt het, dan gaan ze horizontaal lezen. En dan vinden ze de argumenten voor hun eerste oordeel.

Schrijvers kunnen het ook hebben. Harry Mulisch schrijft een pagina vol, houdt het papier dan met gestrekte arm van zich af, leest niet na, maar ziet aan het geheel of er iets aan mankeert. Is dat het geval, dan begint het nalezen en volgen de verbeteringen. Schilders hebben hun laatste streek op het doek gezet. Dat werk is af. Ze doen een paar pas terug, schudden hun hoofd en brengen het extra likje aan, dat straks de toeschouwer zal ontgaan, maar waarvan de kunstenaar weet dat hij pas daarmee de wezenlijke voltooiing tot stand heeft gebracht.

Picasso en Braque hebben binnen het geheel van de lijst – begrenzing van ieder schilderij – de oorspronkelijke orde van de voorstelling doelbewust verstoord. Neuzen op de verkeerde plaats, oren, ogen idem. Daar zijn we volkomen aan gewend geraakt. Sindsdien hebben honderden beeldende kunstenaars geprobeerd, `het publiek op het verkeerde been te zetten'. Hoe meer er kwamen, hoe sterker het publiek ervan overtuigd raakte dat het bij de aanblik van zo'n verstoorde voorstelling op het goede been stond. Met andere woorden, de beeldtaal zelf die een paar millennia bepaald werd door het striktste naturalisme – de neus zit tussen de ogen - heeft paralleltalen gekregen die na verloop van enige tijd aanvaard zijn en op hun manier als even begrijpelijk worden herkend.

Nu is in Cambridge ontdekt dat het mogelijk is binnen de lijst van de begin- en eindletter van het woord de traditionele volgorde van de letters te verstoren zonder dat daarbij de begrijpelijkheid van de taal verloren gaat. Dat opent nieuwe mogelijkheden. Want een woord heeft niet alleen een betekenis; ook een gezicht. Een komisch, een ernstig, een onverschillig, of een gezicht waaraan je als kind al meteen een hekel had. Woorden met veel a's vind ik mooi; met veel e's niet. Door de letters binnen de lijst een nieuwe volgorde te geven, zou je esthetische chirurgie op het woord kunnen toepassen zonder dat de betekenis verloren ging. Iets voor dichters.

Maar je beschadigt het woordbeeld, zoals nieuwe spellers dat doen. Indertijd had je de school van het Azziemaarbegrijpwaddikbedoel – de geschreven taal teruggebracht tot de fonetische weergave van wat de meerderheid ervan maakt. Demokraties. Ieder voorstel tot een nieuwe spelling, iedere invoering brengt veel overbodig nationaal gedonder. Een aksiegroep met `de spelling op de helling'. Dat moeten we niet hebben. Ik was al tegen de spelling-Marchand. Conservatief ben ik gebleven. Wat de geleerden in Cambridge hebben ontdekt, voorspelt niets goeds.