Bananen op de neus van God

Uit Zijn rechterwijsvinger glipt een vis met een wipneus, terwijl aan Zijn linkerhand een geit ontspruit.

Zelden was een God zo gemoedelijk, zo sereen en tegelijk zo ondoorgrondelijk als in de interpretatie van tekenaar Wolf Erlbruch in het wondermooie prentenboek voor alle leeftijden, maar vooral voor kinderen vanaf een jaar of zes: De Schepping. Zeldzaam is ook de wijze waarop tekst en beeld samengaan in dit boek, een nieuwe tekst die Bart Moeyaert schreef voor een bewerking van Haydns oratorium Die Schöpfung, op verzoek van het Nederlands Blazers Ensemble. Verscheidene malen werd de interpretatie intussen ten gehore gebracht, en dat zal in de komende herfst nog een aantal keer het geval zijn, maar nu is er dus ook het boek. Eventueel met cd, als luxe editie.

Meteen al op de eerste pagina blijkt Moeyaerts vernuft. Zijn persoonlijke Genesis begint zo: `In het begin was er niets. Het is moeilijk om je dat voor te stellen. Je moet alles wat er nu is er nog niet laten zijn. Je moet het licht uitdoen, en er zelf niet zijn, en dan ook nog eens al het donker vergeten, want in het begin was er niets, ook het donker niet. Als je het begin van alles wil zien moet je erg veel weglaten. Ook je moeder.'

Die moeder geeft het tekstfragmentje licht en humor, maar maakt vooral duidelijk hoezeer Moeyaert het vermogen bezit als een kind de wereld te zien, zonder meteen in geforceerde kneuterigheid te vervallen. `In den beginne was er mijn moeder', natuurlijk, het moet een mens wel jaren van zijn leven kosten daar voorbij te kunnen denken. Op de illustratie ernaast schuifelt ma net onder uit beeld. Haar hoofd is al niet meer te zien. Een archetypisch moederlijf maakte Erlbruch, met sloffen, een geruite jurk, een schort, en, het belangrijkste uiteraard: een gedienstig opgehouden dienblad met een glas van het een en ander. Melk, waarschijnlijk. Of roosvicee.

Moeyaert houdt deze sterke manier van vertellen vol tot op het einde. De dialogen tussen God en de ik zijn stuk voor stuk het citeren waard. God met zijn grote geloken ogen en zijn haast triomfantelijke nimbusje is bij voorbaat al erg tevreden over Zijn Werken. Twijfel kent Hij niet. Het eerste wat Hij schept is de dag: `Ik had het pas een paar uur later door, toen het donker werd.' God steekt zijn duim omhoog. Maar op God na worstelen Moeyaerts personages wat af. Ook de `ik' uit De Schepping lijdt al gauw onder zijn menselijkheid: ,,Waarom heeft u eerst licht gemaakt, en pas later de zon? Moest het niet andersom? Moest het niet tegelijk?'' [...] Ik kon mezelf wel slaan. Wat als een goedbedoelde vraag begon, maakte plotseling een bocht. Mijn speeksel was venijn.'

Ook deze stemmingswisseling geeft illustrator Erlbruch geraffineerd weer. Het blasé achterover leunen van de ik-persoon, een mannetje met een bolhoedje op, de verbetenheid van zijn streepmondje ineens, het zegt alles. Het bijzondere van Erlbruchs vormen is dat ze tegelijkertijd robuust en zwierig zijn. Hij combineert papiersoorten en technieken, van knippen tot schilderen, tot heldere composities die meteen aanspreken, maar die ook bij nadere beschouwing nog van alles overbrengen. Als Moeyaert schrijft dat `alles [...] groeide en botte en bloeide', slingert Erlbruch de pagina vol uiteenlopende vormen en lijnen. Op Gods neus balanceert plotsklaps een tros bananen.

Subtieler zijn de zuinig aangebrachte illustraties in de eveneens pas verschenen dichtbundel van Moeyaert, Verzamel de liefde. Een veer, een steen, een schelp en een haarlok; meer is het niet, maar mooi is het wel. Hoewel wat voor de hand liggend – waar moet poëzie anders over gaan? – verleent het de felrode bundel net wat extra gratie.

Verfijnd zijn ook Moeyaerts woorden alweer. Hij dicht over spiegelbeelden en perspectieven, over het waarom van het schrijven, over de liefde en een enkele keer over zoiets tastbaars als een dode hond. Zijn gedichten zijn ritmisch en een enkele keer rijmend. De regels zijn per gedicht telkens van eenzelfde lengte, waardoor de woorden als een net afgebakend blokje op de pagina's staan. Uit de gedichten spreekt vooral Moeyaerts ontvankelijkheid voor stemmingen en sferen, voor zijn gevoel voor humor is minder plaats.

Lezers van rond de vijftien, voor wie deze bundel in eerste instantie bedoeld is, zullen denkelijk aangesproken worden door de helderheid en de af en toe opduikende woordspelingen in de verzen. Het gedicht `Dapper' begint als volgt: `Meer nog dan een ochtendzoen/ heb ik 's morgens moed vandoen' en eindigt zo: `Opstaan is een kunst./ Meer dan een paar ochtendzoenen/ heb ik nood aan stoute schoenen.'

Zo vernuftig, speels en verrassend als de tekst van De Schepping zijn Moeyaerts gedichten niet. Ze zijn vooral te lezen als een introductie op wat poezië vermag. Het zijn gedichten waarvan je vooral het gevoel hebt dat ze er altijd al waren. En ook dat is een hele kunst.

Bart Moeyaert: De schepping. Met illustraties van Wolf Erlbruch. Querido, 32 blz. €13,95. Inclusief cd €23,95 Vanaf 6 jaar

Verzamel de liefde. Gedichten. Querido, 47 blz. €11,95. Vanaf 15 jaar