Annan haalt meer VN-staf weg uit Irak

Secretaris-generaal Kofi Annan heeft gisteren besloten de buitenlandse staf van de Verenigde Naties in Irak verder terug te brengen.

Dat sluit de facto de grotere rol voor de VN in Irak uit waarmee de Amerikaanse president George Bush probeert meer internationale hulp in troepen en geld los te krijgen. Bush heeft hulp bij het opstellen van een grondwet en later toezicht op verkiezingen genoemd als specifieke terreinen waar de VN actief zouden moeten worden. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, verklaarde gisteren dat de Iraakse regeringsraad zes maanden de tijd heeft voor een nieuwe grondwet. Een lid van deze door de VS benoemde raad zei woensdag te hopen dat dit karwei in mei kan zijn geklaard, mits de VN helpen. Onder andere Frankrijk heeft een tijdschema voor een snelle machtsoverdracht in Irak geëist in ruil voor hulp.

Het hoofdkwartier van de VN in Bagdad is tweemaal doelwit geweest van een terreuraanslag, in augustus (22 doden) en afgelopen maandag (een dode). Van geen van beide aanslagen zijn de daders bekend. Na de aanslag van augustus is de buitenlandse staf van de VN van 600 tot 86 teruggebracht. Volgens een VN-woordvoerder ter plaatse zal een derde deel van de 42 overgebleven VN-employés in Bagdad (de rest zit in Noord-Irak) de komende dagen worden geëvacueerd. ,,Er zijn twee aanslagen geweest, en we kunnen zo niet doorgaan'', aldus de woordvoerster. Maar ze verzekerde dat de uitvoering van de humanitaire programma's van de VN niet in gevaar komt.

Volgens VN-bronnen had Annan alle buitenlandse VN-staf willen terugtrekken, maar daartegen was minister Powell in het geweer gekomen wegens de impact die zo'n stap in Irak zou hebben. Wat dat betreft verklaarde de Iraakse minister van Buitenlandse Zaken, de Koerd Hoshyar Zebari, dat de VN ,,terroristen in de kaart speelt''.

Veel andere internationale organisaties hebben in het licht van de voortdurende onveiligheid hun buitenlandse personeel uit Irak weggehaald of verminderd. Onder andere de Wereldbank, de Britse hulporganisatie Oxfam en het Internationale Rode Kruis hebben dergelijke maatregelen genomen.