Aan de telefoon kreeg `Peter' alles los

Gisteren stond de 36-jarige M.K. voor de rechtbank. Onder talloze schuilnamen kreeg hij van banken, sociale diensten en de fiscus vertrouwelijke informatie.

,,Hoi, met Peter van het parket in Utrecht. Zeg, mijn computer ligt plat, kun jij me aan wat gegevens helpen?'' Dergelijke telefoontjes waren dagelijkse kost voor `Peter', schuilnaam van de 36-jarige M.K. uit Den Haag die gisteren voor de Haagse rechtbank terechtstond.

Bij allerlei instanties met een geheimhoudingsplicht – banken, sociale diensten, uitkeringsinstanties, rechtbanken, de belastingdienst – slaagde hij er de afgelopen jaren in privé-gegevens over burgers te verzamelen. Met dergelijke informatie wilden de opdrachtgevers, waaronder tal van gerenommeerde advocatenkantoren, inzicht krijgen in de wijze waarop schulden op privé-personen konden worden verhaald.

De Hagenaar bediende zich van talloze namen. Naar de FIOD in Rotterdam belde hij als `collega Patrick', bij de Dienst Motorrijtuigenbelasting meldde hij zich altijd – in een onvervalst Gronings accent – als `De Boer'. Bij banken als ABN Amro, Fortis, Rabobank of ING was hij Penders, Van Wieren, of collega Jacky van een ander filiaal. Vaak begon het contact met de smoes dat zijn computer plat lag: of de collega aan de andere kant van de lijn even kon helpen met wat gegevens, zodat hij die kon meenemen naar de vergadering. Met veel van deze `collega's' bouwde K. na honderden telefoontjes een vertrouwensrelatie op, zodat hij zich steeds vaker kon beperken tot een `Hé hoi, met René, kun jij even wat voor mij opzoeken?'.

K. werkte met zijn eenmansbedrijf vooral in opdracht van het handelsinformatiebureau Mariëndijk uit Zoetermeer, dat door de Haagse justitie wordt beschouwd als een criminele organisatie. Het bureau zou stelselmatig onder valse voorwendselen privé-gegevens hebben verzameld en laten verzamelen. Binnenkort moeten negen medewerkers van Mariëndijk, onder wie de directeur, zich voor de rechter verantwoorden.

K. stelde gisteren dat hij zich niet realiseerde dat hij strafbare feiten pleegde als hij zich valselijk uitgaf voor een ander. Dat kwam onder meer door de reputatie van de opdrachtgevers voor wie hij werkte, zei zijn raadsman, mr. P.M. van Russen Groen, die onder meer de kantoren Nauta Dutilh, Stibbe, Moszkowicz en het kantoor van de landsadvocaat, Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, noemde.

K. zei dat hij, als hij had geweten dat hij strafbare feiten aan het plegen was, ,,gelijk de stekker eruit had getrokken''. Officier van justitie mr. L. van der Wees vond dat ongeloofwaardig. ,,Als het mocht wat u deed, waarom gebruikte u dan niet uw eigen naam en vertelde u voor wie u werkte?'' Uit telefoontaps bleek dat K. binnen een uur tientallen telefoontjes pleegde met onder meer belastingdiensten, uitkeringsinstanties, banken, de Kamer van Koophandel, energiebedrijven, deurwaarderskantoren en rechtbanken. K. belde volgens de officier ,,zo veel, dat de politie na korte tijd moest besluiten om de telefoontaps te beëindigen, omdat het niet meer doenlijk was alles uit te luisteren''.

De officier zei ,,geschokt'' te zijn over de hoeveelheid informatie die uiteindelijk werd verstrekt aan K. Zij rekent het hem zwaar aan dat hij met ,,grove privacyschendingen'' het vertrouwen van ,,ontelbaar veel burgers'' heeft geschaad door vertrouwelijke informatie te verhandelen. ,,Het enige doel dat hij ermee had was geld verdienen.''

Dat financiële succes was relatief. Volgens K.'s raadsman Van Russen Groen kreeg zijn cliënt voor een standaardonderzoek naar de financiële gegevens van een persoon een bedrag van 14 euro van Mariëndijk, terwijl het bureau er zelf 175 euro voor incasseerde.

De zaak tegen Mariëndijk kwam aan het rollen nadat het College bescherming persoonsgegevens (CBP), dat toeziet op de privacybescherming, een jaar geleden een inval had gedaan bij Mariëndijk. Aanleiding was een sterk vermoeden van wanpraktijken. Het CBP begon een onderzoek en deed aangifte. Volgens verklaringen van verdachte medewerkers ging Mariëndijk op dezelfde wijze te werk als K.

Maar K. was vorig jaar niet op de hoogte van de CBP-inval bij Mariëndijk, en wist dus ook niet dat alle gangen van het bureau werden nageplozen. Wel had K. gemerkt dat hij vorig jaar rond die tijd plotseling was geconfronteerd met een enorme stijging van het aantal opdrachten van het bureau.

Pas later werd hem duidelijk waarom hij zoveel werk kreeg. Zijn raadsman, Van Russen Groen, zei gisteren dat uit de verhoren van de Mariëndijk-medewerkers is gebleken dat het bureau direct na de inval van het CBP besloot alle persoonsonderzoeken naar K. te sturen. Op die manier zou het bureau zelf zijn vingers daar niet meer aan hoeven branden en kon het werk toch doorgaan. Mede daarom werd K. in april als eerste aangehouden, omdat hij door justitie werd beschouwd als de belangrijkste uitvoerder van de organisatie.

De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan zes voorwaardelijk, wegens oplichting en deelname aan een criminele organisatie. De uitspraak is op 9 oktober.