Tijdreis in het donker met foto's van B.B. Turner

De foto's van Benjamin Brecknell Turner (1815-1894) zijn oud en kwetsbaar en kunnen alleen nog schemerlicht verdragen. Wie in Huis Marseille de zaal binnenkomt waar vijftig werken uit Turners persoonlijk album Photographic Views from Nature 1852-54 worden getoond, komt in het donker terecht. De gordijnen zijn dicht. Pas als je ogen aan de duisternis zijn gewend, doemen langzaam de beelden op. Omdat vergrotingen in het midden van de negentiende eeuw nog niet mogelijk waren, hebben alle afdrukken hetzelfde formaat als de negatieven, 30 x 40 cm. Het halfduister en de sepia beelden in gelijke, donkere lijsten, soms drie boven elkaar, maken een bezoek aan deze tentoonstelling tot een gebeurtenis passend bij de Victoriaanse tijd.

Het formaat van de negatieven was ook bepalend voor de omvang van de statiefcamera waarmee Turner, met paard en wagen, door het Engelse landschap trok. Vooral de streek rond Bredicort in Worcestershire, midden-Engeland, waar zijn schoonvader een buitenhuis had, heeft hij met zijn opnamen gedocumenteerd. Boerenhoeven met afhangende rietkappen, vakwerkhuisjes onder hoge schoorstenen, middeleeuwse schuren en plaggenhutten. De terreinen waarop de schilderachtige bouwsels organisch lijken gegroeid, zijn overwoekerd met bergen stro, struikgewas en takkenbossen. Hier en daar proberen kreupele lattenhekjes ordening aan te brengen. Nergens is een mens te zien.

Dan de bomen. De bomen op de foto's van Turner komen regelrecht uit oude griezelverhalen. Knotwilgen als monsterlijke stekelvarkens en voorhistorische exemplaren die, kaal en knoestig, tot in hun fijnste vertakkingen lijden aan die typisch Engelse ziekte die jicht heet. Dat die fijnste vertakkingen als spinnenwebben zichtbaar zijn is karakteristiek voor de fotokunst van Turner.

Ook toen al glazen negatieven werden toegepast bleef hij trouw aan het papier. De structuur van het papier liet hij doorwerken in de afdruk zodat de nauwgezette, naturalistische beelden eerder door een graficus lijken te zijn gemaakt dan door een fotograaf. Die indruk wordt versterkt door de monochrome sepiatonen waartoe de toenmalige stand van de fotografische techniek hem beperkte. Met de nadruk op de werking van licht en schaduw laat Turner zien dat in het midden van de negentiende eeuw de fotografie nog regelrecht behoort tot de familie van de grafische kunsten.

Deze verwantschap spreekt ook treffend uit de foto's van de ruïne van Whitby Abbey in Yorkshire (1852/54). De getourmenteerde bogen, de geknotte zuilen, het opschietend onkruid tussen de puinbrokken; je ziet als het ware de ondergang van het antieke Rome op de etsen van Piranesi. Maar je ziet ook iets anders in deze monumentale overblijfselen. De loze, gewonde buitengevels met lege boogramen dramatisch afstekend tegen een egale lucht verschillen niet van de aangrijpende restanten die na de bombardementen in de tweede wereldoorlog overeind bleven in Rotterdam, Dresden, Berlijn, Hamburg.

De tijdloosheid frappeert het meeste in de fotografische kunstwerken van Turner. Als het om leeftijd gaat brengen ruïnes en natuurlijke landschappen uit zichzelf al raadsels met zich mee. Maar wat Turner met belichtingstijden van soms meer dan dertig minuten daaraan heeft toegevoegd is conservering van de door hem gefotografeerde werkelijkheid. Een magische vorm van natuurbehoud en monumentenzorg. Dat bewijzen ook de foto's van Amsterdam die hij op een expeditie in 1857 maakte. Huis Marseille laat een kleine selectie zien. De Keizersgracht met Felix Meritis, de Keizersgracht bij de Amstel. Denk je de hoge schoorstenen weg, dan is er in anderhalve eeuw nauwelijks iets aan deze gevelrijen veranderd.

Turners bezweringsvermogen blijkt ook uit de video die de Britse kunstenaar Christopher Meigh-Andrews in opdracht van Huis Marseille voor deze tentoonstelling maakte. In juni 2003 ging Meigh-Andrews met zijn videocamera op dezelfde plaatsen staan als Turner met zijn loodzware statiefcamera in 1857; onder andere op de brug over de Amstel tussen de Halvemaansteeg en de Kloveniersburgwal. De negatieven van Turners roerloze Amsterdamse stadsgezichten laat Meigh-Andrews overvloeien in eigentijdse videobeelden waarop van alles beweegt. Fel gekleurd uitgedoste toeristen uit 2003 slenteren langs de sepia-Amstel in 1857. Gestroomlijnde rondvaartboten, vrachtwagens, fietsers op mountainbikes verplaatsen het stadsleven van de 21ste eeuw naar het stille, 19de eeuwse Amsterdam, toen de bomen op de Keizersgracht nog niet hoger reikten dan de bel-etage. Geen seconde roepen deze contrasterende beelden verbazing op. Dat is omdat de onderwerpen die Turner fotografeerde ook in werkelijkheid voorgoed werden gefixeerd. Alles wat zijn camera heeft gezien, dus ook Amsterdam, zou nooit meer veranderen. Er is één maar. Om de sensatie van tijdloosheid werkelijk te beleven, moeten de gordijnen gesloten blijven.

Tentoonstelling: Benjamin Brecknell Turner, Naar waarheid gefotografeerd. Vroege foto's van Amsterdam en het Engelse landschap. Huis Marseille, Keizersgracht 401, Amsterdam, t/m 23 nov. Di-zo 11-17 uur.