Spanje twijfelt aan de jury

Laten jury's zich beïnvloeden door de schandaalpers? De ontknoping van enkele Spaanse moordzaken heeft twijfel gezaaid.

Is de juryrechtspraak bestand tegen de druk van de schandaalpers? In Spanje is hierover sterke twijfel ontstaan na de spectaculaire ontknoping van twee moordzaken. Naar nu blijkt veroordeelde een jury in 2001 volkomen onterecht een vrouw als de veronderstelde dader van een moord. De regering heeft aangekondigd de relatief nieuwe wet op de juryrechtspraak, stokpaardje van de vroegere socialistische regering, aan te willen scherpen.

Het verhaal ontrolt zich als het draaiboek van een kafkaëske nachtmerrie. In oktober 1999 wordt het doodgestoken lichaam van Rocío Wanninkhof (19), dochter van een Nederlandse vader en Spaanse moeder, aangetroffen in Marbella. De beschuldigende vinger gaat al gauw in de richting van Dolores Vázquez, vriendin van de moeder, met wie de dochter een moeizame verhouding heeft. De verdachte ontkent, het indirecte bewijs (een aantal kledingvezels op het lichaam van Rocío zouden van Vázquez afkomstig zijn) blijkt bij nader laboratoriumonderzoek niet te kloppen. Maar de moord op het meisje heeft een ware heksenjacht ontketend en wordt breed uitgemeten in de roddelpers.

Uitsluitend op basis van vage getuigenissen, waaronder zelfs die van een waarzegger, besluit een jury dat Vázquez schuldig is. De rechter veroordeelt haar in september 2001 tot 15 jaar gevangenisstraf en de betaling van 108.000 euro smartengeld. Begin 2002 wordt het vonnis in hoger beroep vernietigd wegens onvoldoende bewijs. Vázquez komt vrij op borgtocht. De zaak tegen Vásquez wordt heropend en de moeder van het slachtoffer blijft haar aanwijzen als de enige schuldige.

Ruim een maand geleden wordt het lichaam van de 17-jarige Sonia Carabantes aangetroffen in Coin, een dorp niet ver van Marbella. Tijdens het onderzoek blijkt dat het genetisch materiaal van huidresten onder de nagels van het slachtoffer precies overeenkomt met het DNA dat werd aangetroffen op een sigarettenpeuk bij het lichaam van Rocío Wanninkhof. Het merk is Royal Crown, een Engelse sigaret. Vorige week donderdag volgde de arrestatie van Tony King, een 38-jarige Brit werkzaam als ober aan de Spaanse zuidkust.

King, een dommekracht met een agressieve dronk, heeft inmiddels beide moorden en nog een aantal aanrandingen bekend, en blijkt in 1991 een andere naam te hebben aangenomen. In dat jaar kwam hij op vrije voeten nadat hij als Tony Bromwich, beter bekend als de `wurger van Holloway' een straf had uitgezeten wegens het aanranden van vrouwen in Londen. De moordzaken zijn nu al dagenlang voorpaginanieuws in Spanje. De vriendin van King/Bromwich trad maandagavond huilend aan op een van de commerciële televisiezenders. (,,Nooit gedacht dat ik een moordenaar in huis had!'') De schandaalpers maakte zich reeds meester van twee excuusbrieven die de dader vanuit zijn cel heeft geschreven. De Britse tabloids hebben naar verluidt megabedragen geboden voor het verhaal van de seriemoordenaar.

Inmiddels heeft zowel de verdediging als de openbare aanklager stopzetting van de vervolging van Dolores Vázquez gevraagd. Die moet zich nog steeds dagelijks bij de rechtbank melden. Afgelopen vrijdag haalde Vazquéz voor het eerst bitter uit naar de pers en de manier waarop zij publiekelijk was gelyncht. ,,Wat ik ook zeg, voor jullie blijf ik altijd een leugenaar'', aldus Vázquez. De serieuzere bladen hebben opgeroepen tot eerherstel.

De kwestie heeft inmiddels geleid tot een polemiek over juryrechtspraak. De conservatieve regering kondigde aan met een voorstel te komen om de onpartijdigheid van jury's te garanderen. Ook van socialistische zijde is beteuterd opgemerkt dat de wet onder de loep genomen moet worden, al wordt vastgehouden aan het idee van de juryrechtspraak. Het dagblad El Mundo meldde dat de Spaanse minister van Justitie van plan is om een voorstel te lanceren voor effectievere uitwisseling van strafgegevens op Europees niveau. Daags hierna werd evenwel bekend dat de Britse politie al in 1998 de Spaanse collega's had geïnformeerd dat zij een ex-delinquent op hun grondgebied hadden die `potentieel gevaarlijk voor vrouwen is'. Die informatie kreeg echter geen vervolg – volgens de minister van Binnenlandse Zaken omdat er geen concreet opsporingsbevel bestond – en verdween geruisloos uit de Spaanse politiearchieven.