Op bezoek bij Hezbollah

Hezbollah staat op de officiële lijst van terreurorganisaties van de regering-Bush. Maar toen de groepering mij uitnodigde om afgelopen week in Beiroet een conferentie over het Israëlisch-Palestijnse conflict toe te spreken, stemde ik toe – uitgaand van de theorie dat het een kans was om iets over de groep te weten te komen en dat meer informatie, ook over vermeende terroristen, beter is dan minder. Mijn enige beding was, dat ik zou mogen zeggen wat ik wilde, ook als andere aanwezigen op de bijeenkomst het met mij oneens waren.

Hezbollah gelooft dat de islamitische krachten die het tegen Israël opnemen aan de winnende hand zijn – dankzij de bloedbaden die de zelfmoordaanslagen teweegbrengen. Deze `martelaarsacties', zoals Hezbollah ze bij voorkeur noemt, worden in het Westen vaak gezien als een wanhoopstactiek. Maar de leiders van deze Libanese shi'itische militie beschouwen ze als een succesvol wapen dat Israël in de verdediging heeft gedrongen.

Een in het Engels en Arabisch geschreven brochure voor de conferentie in Beiroet zette uiteen waarom Hezbollah deze aanslagen als een weg naar de overwinning ziet. De groep beweert dat Israël ,,zijn eerste zware nederlaag'' leed in mei 2000, toen het na de jarenlange zelfmoordaanslagen van Hezbollah op Israëlische soldaten in Zuid-Libanon zijn strijdkrachten daaruit terugtrok.

Palestijnse groeperingen als Hamas en de Islamitische Jihad omhelsden deze martelaarstactiek in hun tweede intifada en sindsdien beleeft Israël volgens het pamflet ,,zijn moeilijkste dagen''.

,,De zionisten durven de straat niet op en wie zich buiten waagt, weet niet of hij weer levend terug zal komen'', aldus het pamflet. In dit klimaat van angst heeft de Israëlische economie meer dan vijf miljard dollar verloren, en volgens het pamflet trekken de Israëliërs uit de joodse staat weg. Het voorspelde dat de intifada de Israëlische premier Ariel Sharon zou verslaan, zoals ook was gebeurd met zijn voorganger Ehud Barak.

Uit deze grimmige taxatie blijkt dat de zelfmoordaanslagen deel uitmaken van een zeer weloverwogen strategie. Ze worden niet ingegeven door armoede, verwaarlozing, irrationeel fanatisme of één van de andere factoren die vaak door westerlingen worden aangehaald. Ze worden ingegeven door de overtuiging dat het doden van Israëliërs de militaire overwinning zal brengen.

Hasan Nasrallah, de shi'itische geestelijke die Hezbollah leidt, legde in een toespraak uit wat de tactische zin van zelfmoordaanslagen is: ,,Israël heeft 400 kernwapens. Wat kunnen die uitrichten tegen een jongeman die zich wil opblazen om de waardigheid van zijn volk te herstellen?''

Arabische analisten beschrijven Nasrallah als een charismatisch leider die op weg is een machtige figuur in de moslimwereld te worden. Nadat ik hem in actie heb gezien, begrijp ik waarom mensen hem serieus nemen. In plaats van zich te wentelen in bloemrijke retoriek, is Nasrallah iemand van de scherpe analyse. Het ene ogenblik kan hij een populistische ophitser zijn, het volgende een intellectueel.

De Hezbollah-leider is ook een schoolvoorbeeld van politieke dubbelzinnigheid. In dezelfde adem dat hij de martelaarstactiek tegen Israël roemde, zei hij dat hij werkt aan een gevangenenruil met de joodse staat. De boodschap leek te zijn: wij zijn sterk genoeg om met onze vijand te onderhandelen.

Veel afgevaardigden van de Arabische media zeiden dat ze, zoals één van de sprekers het verwoordde, ,,een patriottische en nationale plicht hebben om het Palestijnse verzet te steunen''. Dat is in elk geval de opvatting van de televisiezender van Hezbollah, Al Manar, die de bijeenkomst had georganiseerd. (Ja, Hezbollah heeft een tv-zender – die over de hele Arabische wereld druk wordt bekeken.)

En wat ik op de bijeenkomst heb gezegd? Ik heb gezegd dat een journalist de plicht heeft om de waarheid te berichten, niet om een zaak te steunen. Ik heb de hoop uitgesproken dat op een dag een Arabische televisieploeg zou berichten over het leven van een Israëlisch gezin, zoals ik voor een reeks artikelen die ik schreef eens een week had gelogeerd bij een Palestijns gezin op de bezette Westelijke Jordaanoever.

,,Het enige dat mij zorgen baart aan de opkomst van de Arabische media'', zei ik, ,,is dat ze het soms als hun taak zien het verhaal uit Arabisch oogpunt te vertellen – in plaats van gewoon het verhaal te vertellen zien. [...] De Arabieren hebben het recht om de waarheid te kennen, ook als die pijn doet.''

Deze opmerkingen leidden tot gefluister in de zaal en naderhand tot enige kritiek van andere afgevaardigden. Maar een enkeling leek het er eigenlijk wel mee eens te zijn.

Een Aziatische afgevaardigde vroeg of het de Palestijnse zaak diende ,,om de blinde moord op onschuldigen toe te juichen''. Een Egyptenaar zei dat de Arabieren de berichtgeving door hun media wantrouwen omdat ze geloven dat die vooringenomen is en wordt beheerst door de overheid. ,,We moeten eerst onszelf beteren voordat we de vijand de schuld geven,' zei hij.''

Ik zou willen dat deze kritische opmerkingen het standpunt van de conferentie als geheel weerspiegelden. Maar in werkelijkheid zullen de meeste afgevaardigden het waarschijnlijk met de analyse van Hezbollah eens zijn. Zelfmoordaanslagen werken. Ze hebben een machtige tegenstander kwaad en bang gemaakt. Het probleem van Israël is niet alleen de bommen, maar de lange rij mensen die ook bommen willen góóien.

David Ignatius is columnist.

© Washington Post Writers Group