Onafhankelijk journalist die soupeerde met de duivel

Deze zomer schreef hij Tony Blair ten slotte af. De premier wiens aantreden hij zes jaar geleden had toegejuicht had aan het thuisfront geen nieuwe ideeën meer, was door de Irak-crisis vervallen in ,,zelfbevredigende overmoed'' en moest plaatsmaken voor een opvolger, schreef hij. Vorige week borduurde hij op dat thema verder: Blair is ,,een grote tragische figuur'' wiens krediet langzaam is weggesmolten.

Het werd zijn laatste column. Dinsdag overleed Hugo Young, politiek commentator van de centrumlinkse Britse krant The Guardian, op 64-jarige leeftijd aan kanker. Blair had hem in het weekeinde nog gebeld. Hij was ook de eerste met een reactie. Young was ,,een uitzonderlijk bekwame en integere journalist'', zei Blair. ,,Hij had de capaciteit origineel te denken, dwingend te redeneren en te overtuigen. [...] We zullen hem allemaal missen.''

Hij is niet de enige. Of je het nu met hem eens was of niet, je kon in elk geval niet om hem heen. In Young verliest de Britse journalistiek onbetwist een van zijn meest invloedrijke commentatoren, is de rode draad in de reacties waarvoor alle serieuze kranten en de BBC fors ruimte maakten. En het zijn niet alleen Britten die hem missen. ,,Ik heb medelijden met diplomaten die nu nieuw in Londen aankomen'', zei Raymond Seitz, oud-ambassadeur van de Verenigde Staten in Londen. ,,Als ze Young een paar keer per week konden lezen, zouden hun bazen hen veel slimmer hebben gevonden.''

Romano Prodi, president van de Europese Commissie, noemde hem ,,een baken van verstandigheid'' in de Britse debatten over Europa, die vaak ,,meer hitte dan licht'' geven. En volgens Jacques Delors, zijn voorganger, had Young in de rest van Europa begrip gekweekt voor de moeizame Britse verhouding met het continent.

De transatlantische betrekkingen en `Europa' waren Youngs vaste thema. In 1999 verscheen This Blessed Plot, een historisch overzicht van het Britse onvermogen een keuze tussen die twee te maken. Door laat en ook nog halfhartig in Europese projecten te stappen verspeelde het Verenigd Koninkrijk voortdurend kansen de EU zelf vanaf het begin te helpen vormgeven. Daarmee hebben successieve regeringen het Britse volk tekort gedaan, aldus Young. Het besluit om toetreding tot de euro uit te stellen, was daar volgens hem het zoveelste voorbeeld van.

Young werd geboren in Yorkshire en ging naar de benedictijnse jongensschool Ampleforth. Hij bleef een gelovig katholiek, maar moest niets van dogma's uit Rome hebben. Na de dood van kardinaal Basil Hume, die hij als headmaster in Ampleforth had meegemaakt, roemde hij diens geloof dat alle mensen fundamenteel gelijk zijn. Van datzelfde idee waren ook zijn eigen stukken doordesemd. Hij geloofde daarom dat burgervrijheden heilig waren en zag ze bedreigd door het oprukken van een steeds centralistischer `eenpartijstaat', onder Blair en diens Conservatieve voorgangers.

Na zijn studie rechten in Oxford werd Young journalist. Eerst bij The Yorkshire Post, maar op zijn 28ste kwam hij als chief leader writer – chef-commentator – in dienst van The Sunday Times, die onder Harold Evans was uitgegroeid tot de Britse kwaliteitskrant bij uitstek.

Na de overname door Rupert Murdoch in 1981 voelden steeds minder journalisten zich op hun gemak bij de commerciële en politieke koers die hij de krant wilde laten varen. Young was één van hen. In 1984 vertrok hij naar The Guardian, waar hij elke week zijn twee columns schreef en voorzitter werd van de Scott-stichting, de `raad van bestuur' van het concern dat later ook The Observer zou inlijven.

The Guardian had lang de naam een Labour-krant te zijn, maar Young had politiek nooit een vaste plaats. Dat was volgens hem een voorwaarde om onafhankelijke journalistiek te bedrijven. Daartoe onderhield hij wel nauw contact met politici, van allerlei kleur. ,,Om als een outsider te kunnen schrijven, moet je als een insider verkenningen doen'', zei hij. ,,Je moet voortdurend souperen met de duivel.'' Dat werd ook de titel – Supping with the Devils – een verzameling van zijn beste columns, die deze zomer verscheen.

Eén van die `duivels' was Margaret Thatcher. Hij schreef een bekroonde biografie van haar, One of Us (1989), waarin hij weerzin tegen haar meedogenloze politieke stijl en haar programma combineerde met fascinatie. Ze bleven op goede voet staan, volgens Young ,,omdat ze nooit een woord heeft gelezen van wat ik over haar schreef''.

Echte vrienden onder politici had hij nauwelijks. Scheidend eurocommissaris Chris Patten was een uitzondering. Youngs stijl was uniek in zijn `passie voor het midden', schreef hij gisteren. Youngs teleurstelling in politieke projecten en politici werd nooit cynisch. En hij schreef prachtige volzinnen met precies op tijd het juiste onverwachte woord: ,,Hij kneep altijd een druppel citroen op de crêpe suzette. [...] Another trumpet silenced, another friend gone.''

Youngs laatste column staat op Opinie, pagina 6