Maitreya

Maitreya is onder ons, en laten we daar blij om zijn, want zonder Maitreya zullen we het niet redden.

Ik had nooit eerder van hem gehoord tot ik onlangs in Amsterdam raambiljetjes met zijn naam en portret tegenkwam. Het was een nogal vaag fotootje van een Arabier, jaar of dertig, met baard en snor in een boernoes, zo'n witte mantel met een kap die het hoofdhaar verbergt.

Ik begon me in Maitreya te verdiepen en raakte steeds meer gefascineerd door het concept achter de man. Het was ronduit briljant. Maitreya bleek `een nieuwe wereldleraar' van het formaat van Boeddha en Christus. Helaas konden we hem nog niet in levenden lijve zien.

Maitreya hoorde tot een groepje van `meesters van wijsheid en heren van mededogen', die zich al duizenden jaren geleden in afgelegen gebieden als de Himalaya, de Oeral en de Gobiwoestijn hadden gevestigd. Maitreya was de meester van deze meesters. Van een afstandje bekeek hij met afgrijzen hoe de mensheid er een potje van maakte. Hij wilde wel komen helpen, maar dan moesten de mensen eerst zelf de boel een beetje op orde brengen.

In 1950, vijf jaar na de Tweede Wereldoorlog, had hij al aan ons willen verschijnen, maar toen begonnen we weer aan de Koude Oorlog. Hij stelde het nog maar een poosje uit. Op 8 juli 1977 besloot hij dan toch af te dalen. Eerst verbleef hij `om te acclimatiseren' op een hoogvlakte in Pakistan, en een weekje later reisde hij per vliegtuig door naar Londen. Daar houdt hij zich sindsdien anoniem in de Aziatische gemeenschap schuil.

Hij heeft zich inmiddels vast voorgenomen aan ons te verschijnen. Wanneer precies weet hij nog niet, maar wél de manier waarop: het zal via de Amerikanse televisie zijn. Vervolgens zal hij een groot wonder verrichten waar we nog lang plezier van zullen hebben.

In de tussentijd moeten we genoegen nemen met zijn discipelen die zijn boodschap verspreiden. Gisteravond was een van hen te gast in het Koninklijk Instituut voor de Tropen in Amsterdam. Hij heette Benjamin Creme, een oude grijze Engelsman in een wit pak. Hij vroeg, samen met het organiserende Share Nederland, van elke bezoeker zeven euro voor zijn lezing.

Zou er een markt voor zijn, vroeg ik me tevoren af. Mijn scepsis duurde niet lang. De grote zaal van het instituut puilde met zo'n 500 mensen uit. Goed doorvoede, goed geklede en vermoedelijk goed opgeleide Nederlandse autochtonen. Jong en oud, de vrouwen in de meerderheid.

Creme liet ons eerst enkele boodschappen horen die Maitreya voor hem op de band had ingesproken. We hoorden een man die op slepende toon dingen zei als: ,,I am your friend. I am your shield. I am your love. I am all in all.'' Daarna kletste Creme twee uur lang zouteloos door over Maitreya en de toestand van de wereld.

Om de verveling te verdrijven, stelde ik me voor hoe Creme 's avonds laat op zijn hotelkamer zou terugkeren. Innig tevreden telde hij zijn euro's, waarna hij zich uitstrekte op zijn bed. Maitreya, je moet nog maar even wegblijven, grinnikte hij. Toen viel hij in een diepe slaap.