Liever zilt dan te droog

In tijden van droogte verdient het tijdelijk inlaten van zilt water de voorkeur boven een lage waterstand. De schade hiervan is ,,marginaal'' vergeleken met de potentiële schade en risico's die optreden door géén maatregelen te treffen, zoals dijkdoorbraken en verzakkingen. Dit schrijft de Expertgroep Droogte in haar advies aan staatssecretaris Schultz van Haegen (Verkeer en Waterstaat). De groep is vorige maand ingesteld in verband met de aanhoudende droogte. Het advies gaat dezer dagen naar de Tweede Kamer.

Om het water in de polders van West-Nederland op peil te houden, werd deze zomer aanvankelijk zilt water uit de Hollandsche IJssel bij Gouda ingelaten. Later werd zoet water ingelaten uit het IJsselmeer. Inmiddels is deze aanvoer weer gestopt.

Inlaten van zilt water is ook deze herfst een optie. De beschikbare hoeveelheid zoet water uit een noodvoorraad is dit najaar vooralsnog ,,groot genoeg'' voor om het gebied. Mocht onverhoopt de aanvoer uit deze noodvoorraad onmogelijk of onvoldoende worden, dan is tijdelijk inlaten van zilt water de beste oplossing, zo stellen de deskundigen onder voorzitterschap van prof.dr.ir. Frans Molenkamp, hoogleraar grondmechanica van de TU Delft. In de commissie zijn verder TNO, GeoDelft en betrokken hoogheemraadschappen vertegenwoordigd. TNO leverde enkele maanden geleden nog felle kritiek op het inlaten van zilt water. Die kritiek berustte volgens staatssecretaris Schultz op een misverstand.

De kans op economische schade aan de land- en tuinbouw is volgens de expertgroep ,,relatief gering'', omdat het zoutgehalte van het ingelaten water daarvoor niet hoog genoeg is, namelijk tussen de 300 en 500 milligram per liter. Bovendien is het groeiseizoen voorbij en zal geen schade optreden aan gebouwen. Daarentegen zou ,,niets doen'' leiden tot verdere ,,interne'' verzilting van zoute kwelgebieden, met schade aan veeteelt en natuur. Ook zouden veendijken gevaar kunnen lopen.

WATERSCHAPPEN: pagina 2