Liefde in een vleesfabriek

Het toneelstuk `De Varkensfabriek' door twee acteurs van Marokkaanse afkomst is gedeeltelijk autobiografisch.

Twee jonge Marokkaanse acteurs spelen samen meer dan zestien personages. Razendsnel schakelen ze in de voorstelling De Varkensfabriek over van een Brabantse chef naar een Marokkaanse vakantiehulp, van een Turkse vleesuitbener naar Amsterdamse penoze. Mohammed Azaay en Karim el Guennouni komen uit dezelfde stad Tetouan, zelfs uit dezelfde wijk. Maar ginds hebben ze elkaar nooit ontmoet. Als kleuters vertrokken ze met hun ouders naar Nederland.

Acht jaar geleden kwamen ze elkaar tegen bij een gezelschap voor amateurtheater in Amsterdam. Ze besloten samen een voorstelling te maken. Mohammed Azaay heeft vier jaar toneelschool achter de rug, Karim el Guennouni zes jaar de theateropleiding van het gezelschap De Nieuw Amsterdam. Hun voorstelling De Varkensfabriek kent een lange ontstaansperiode. Met behulp van schrijver Victor Meijer kwam de tekst tot stand. Na een jaar werken en uitproberen, voegde regisseur Leopold Witte zich bij het drietal en hij is nu eindverantwoordelijk, zowel voor regie als tekst. Volgens Azaay heeft de moeizame voorgeschiedenis te maken met de geringe afstand die ze hebben tot het onderwerp: ,,De gevoelens waren te groot, we vonden geen passende vorm.''

Hoewel het stuk vooral in het allochtone circuit te zien is, verzetten Azaay en El Guennouni zich tegen het etiket `allochtone kunst'. El Guennouni: ,,We willen de voorstelling overal laten zien. Het gaat over twee vrienden die in een vleesfabriek terecht komen. We hebben gewerkt in een kip-, spek-, kalkoen- en varkensfabriek.''

In de voorstelling worden ze verliefd op hetzelfde Nederlandse meisje. Dat veroorzaakt spanningen en jaloezie. De vrienden hebben elk een andere kijk op de vraag: Hoe zich aan te passen aan de Nederlandse cultuur? Er gaapt een kloof tussen hen en de onmiddellijke omgeving. Regisseur Witte voegt er desgevraagd aan toe: ,,De directheid waarmee in Nederland over religieuze, seksuele en maatschappelijke onderwerpen gesproken wordt, is voor Mohammed en Karim lastig. Zij willen dat ook maar durven dat niet altijd, zeker Guennouni, Karim el niet in Marokko.'' Karim zegt: ,,We voelen ons altijd schatplichtig aan onze ouders, onze familie en ook aan de islam. We kunnen over kerkelijke onderwerpen niet bot doen. En is dat in de voorstelling wel zo, dan bij monde van een Nederlands personage.''

Azaay: ,,Omdat we vliegensvlug van personage veranderen, blijven we ongrijpbaar, we plaatsen onszelf buiten de voorstelling. Dank zij die veelheid aan typetjes hopen wij het hele scala aan Nederlandse vooroordelen uit te drukken. De varkensfabriek is als metafoor van de samenleving; alles wat in onze maatschappij gebeurt, vindt in die slachtfabriek in heftiger vorm plaats. Wij spelen twee jongens die vijftien jaar zijn. We kijken naar de wereld om ons heen door hun prille ogen. Daarom kunnen we scherper en cynischer onze mening geven over integratie, liefde, het moslimgeloof. Voor de Nederlander bestaan er geen taboes meer, voor Marokkanen wel. Als wij het gezin zouden aanvallen, wat veel mensen hier doen, dan vallen we indirect onze eigen familie aan. Ook onze ouders hebben in een vleesfabriek gestaan; het is zwaar, vuil en ook treurig werk. Het doet een zwaar appèl op je mentale en emotionele veerkracht.''

Mohammed Azaay ervaart de huidige tijdgeest als `zwaar'. Hij zegt: ,,Als ik theater maak, dan kan ik die druk van buitenaf aan. De mensen gaan zo gemakkelijk uit van clichés. Hoewel er bijvoorbeeld talrijke Marokkaanse artsen in Amsterdam zijn, komen ze nooit in beeld. Op televisie al helemaal niet. Ik kan me kwaad maken om de gemakzuchtige beeldvorming over Marokkanen.''

Beide acteurs zouden het leuk vinden als ze het stuk ook in Marokko kunnen spelen. Karim el Guennouni: ,,De reacties van het Marokkaanse publiek zijn veel directer dan die van de Nederlanders. Ik houd van die heftigheid. Dan word je opgetild.''

De Varkensfabriek door Stichting Albarica. Première: 26/9 Theater Cosmic, Amsterdam. Tournee t/m 29/11. Inl. (020) 626 6866 of (020) 419 8702.