`Integratiebeleid relatief succesvol'

Het integratiebeleid is deels geslaagd, stelt het Verwey-Jonker Instituut in zijn vandaag openbaar gemaakte rapport. Maar of dat dankzij of ondanks de overheid is, is moeilijk te zeggen.

Relatief succesvol. Zo kwalificeert het Verwey-Jonker Instituut het integratiebeleid van de afgelopen dertig jaar. Het vanmorgen vrijgegeven rapport van het instituut (Bronnenonderzoek integratiebeleid) is, kortom, gematigd positief over het gevoerde beleid. ,,Het verkleinen van de achterstand is met name gelukt op het terrein van het onderwijs; de evenredigheidsdoelstelling is op het terrein van werk en inkomen minder gehaald. Op het terrein van het wonen zijn veel doelstellingen gerealiseerd; de huisvestingssituatie van migranten is aanzienlijk verbeterd, zowel in absolute als in relatieve zin.''

De conclusie van het instituut is zij het voorzichtig opmerkelijk, omdat die afwijkt van het oordeel van de Tweede Kamer dat ,,het integratiebeleid tot nu toe onvoldoende geslaagd is''. Zo luidde althans de Kamerbreed gesteunde motie-Marijnissen van 19 september 2002. Daarin werd verzocht om het instellen van een parlementaire onderzoekscommissie integratie. Deze commissie is nu onder voorzitterschap van VVD'er Blok aan het werk.

Het Verwey-Jonker Instituut kwam de afgelopen dagen onder vuur te liggen nadat in eerste instantie de SP'er Lazrak en later ook VVD'er Hirsi Ali vraagtekens plaatsten bij de onafhankelijkheid van het instituut. In de tien jaar van zijn bestaan heeft het instituut regelmatig adviezen verstrekt aan de overheid over het integratiebeleid, zo stelden de critici. De parlementaire onderzoekscommissie, die deze week is begonnen met de openbare verhoren, verzocht het instituut ook een bronnenstudie te maken als basis voor de evaluatie van het integratiebeleid. Die studie was tot vanmorgen geheim, maar verscheen onder druk van de negatieve publiciteit alsnog op de website (www.verwey-jonker.nl).

Het instituut heeft zich in het bronnenonderzoek gericht op de terreinen, arbeid en inkomen, onderwijs en wonen, sport en recreatie. Op al deze deelgebieden is onderzocht hoe het integratiebeleid zich ,,qua doelstellingen heeft ontwikkeld, welke de doelgroepen zijn (geweest), welke beleidsinstrumenten hiervoor zijn ingezet en wat daarvan de resultaten zijn geweest''.

Hoewel op enkele punten wel degelijk onderkend wordt dat het integratiebeleid niet heeft gewerkt, klinkt in het rapport vooral een positieve opvatting over integratie door. ,,Diskwalificatie van het integratiebeleid gericht op allochtonen als zou het geheel en al mislukt zijn, wordt niet door de feiten gestaafd. (...) Waarschijnlijk is er eerder te weinig beleid geweest, met name met betrekking tot het multiculturele samenleven.''

De overheid heeft een aanzienlijke bijdrage geleverd aan het succes van de integratie, zo gaat het rapport verder. Vooral op het terrein van arbeidsmarkt, onderwijs en wonen is dat goed te merken. De ,,overwegend positieve resultaten'' op het gebied van onderwijs zijn ,,van extra betekenis''. ,,Opleiding is de belangrijkste factor voor sociale mobiliteit in onze samenleving''.

De voorzichtige conclusie van het ,,relatieve succes'' wordt elders in het rapport enigszins genuanceerd. Zo is voor ,,de finale beantwoording'' van de vraag naar de daadwerkelijke effecten van het beleid ,,nader, internationaal vergelijkend onderzoek gewenst''. Het instituut schrijft verder: ,,De kwestie van de causaliteit tussen beleid en behaalde resultaten is echter complex. (...) Het veelvuldig ontbreken van een logische lijn tussen doelstellingen, instrumenten, indicatoren van resultaten en referentiegegevens maakt dat alleen daarom al, zeker voor de eerste twintig jaar van het beleid, de vraag naar effectiviteit moeilijk kan worden beantwoord.''

Dat de integratie onvoldoende geslaagd is, zoals de Kamer stelt, is dus ,,deels correct'', schrijft het instituut. De onderzoekers constateren ,,een zekere afstand'' tussen doelen en resultaten, met name op sociaal-cultureel terrein. Maar dat komt meer door de veranderde opvattingen van autochtonen over allochtonen, migranten en integratie dan door verkeerde keuzes in het beleid. ,,De integratie schiet met name tekort wanneer deze wordt gelegd naast de ambities van het kabinet-Balkenende'', aldus de onderzoekers. En verderop: ,,Scheve ogen bij groepen autochtone Nederlanders die zich voorbijgestreefd weten door allochtonen verklaren wellicht meer dan het veronderstelde falen.''