`Ik ben niet politiek vooringenomen'

Jan Willem Duyvendak, zelf prominent lid van Groenlinks, verwerpt de kritiek van politieke vooringenomenheid: ,,Ik ken de politieke voorkeuren van de medewerkers niet eens.''

Twee weken spreekrecht hebben de onderzoekers van het Hilda Verwey-Jonker Instituut gisteren gekregen van de parlementaire commissie die het integratiebeleid in de laatste dertig jaar inventariseert. Onderzoeksleider Jan Willem Duyvendak popelde al dagen om antwoord te geven op de kritiek uit de Tweede Kamer op het vertrouwelijke vooronderzoek dat het instituut voor de commissie verrichtte. Duyvendak, broer van Kamerlid Wijnand Duyvendak van GroenLinks, zou als mede-auteur van het verkiezingsprogramma van GroenLinks bovendien niet aan de conclusie willen dat het integratiebeleid mislukt is. Niets van waar, zegt Duyvendak: ,,Ik lijk misschien op mijn broer, maar ik ben hem niet. Ik ben van de feiten.'' Duyvendak, sinds juli hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Amsterdam, wordt af en toe onderbroken door Hans Boutellier, die Duyvendak opvolgde als directeur van het Verwey-Jonker Instituut. ,,Niets zeggen over de commissie, Jan Willem. Dat is de voorwaarde.''

Had u achteraf wegens uw betrokkenheid bij integratiebeleid niet `nee' moeten zeggen tegen deze onderzoeksopdracht?

,,Daar hebben we over nagedacht, maar we vinden het nog steeds goed dat we het hebben gedaan. We zijn het eens met de commissie dat we `onafhankelijk genoeg' zijn. Het gaat natuurlijk altijd om de balans tussen distantie en betrokkenheid. Normaal gesproken is het niet prettig om het te zeggen, maar nu wel: in het veld zijn wij een marginale, onbeduidende speler. We zijn door de commissie geselecteerd op wetenschappelijke kwaliteit.''

Heeft u de mogelijkheid van discussie over uw integriteit onderschat?

,,Ja. We hadden niet voorzien dat de receptie van het rapport zo gepolariseerd zou zijn. Ik dacht dat iedereen geïnteresseerd zou zijn in feiten. Als je ergens lid van bent, denken politici dat je altijd partijdig bent. Maar het instituut heeft geen ideologische positie. Ik ken ook niet de politieke voorkeuren van de andere medewerkers.''

Onderschrijft u het uitgangspunt van de commissie dat het integratiebeleid mislukt is?

,,Daar gaan wij niet over. Gelet op de commotie van de laatste weken zou je je kunnen afvragen of de tijd wel rijp is voor een gedegen evaluatie van het integratiebeleid. Maar in onze opdracht staat niet dat wij ervan uit moesten gaan dat het beleid ,,onvoldoende geslaagd'' is, zoals het in de Kamer destijds is vastgesteld. De vraag aan ons was gewoon te beoordelen hoe succesvol het beleid is geweest. Het commissielid dat eruit is gestapt (Lazrak van de SP, red.), lijkt dat te zijn vergeten. Wij hebben gewoon bronnenonderzoek gedaan: notities, debatten, dertig jaar handelingen van de Tweede Kamer doorgenomen. En er kwamen ook voor ons verrassende conclusies uit.''

Zoals?

,,Ik was wel een beetje meegegaan in de gedachte dat er tot een paar jaar geleden nooit een serieus politiek debat over integratie was. Dat blijkt niet waar – je hebt zoveel nota's, debatten en beleid gehad. Soms was beleid succesvol, soms niet, dat moet je afmeten aan de doelstellingen van die tijd. Arbeidsbeleid was minder succesvol dan bijvoorbeeld onderwijs. Je ziet dat er ook wel oog was voor autochtonen, maar dan dacht men vooral: laten we niet teveel doen voor allochtonen, dan worden autochtonen jaloers. Voor beide groepen is daardoor niet de juiste aandacht geweest, dat heeft zich in het jaar 2002 ook wel gemanifesteerd: er is best vooruitgang geboekt, maar toch zijn de spanningen in de samenleving groter dan ooit. Zwarte scholen doen het wel beter, maar het probleem dat er zwarte en witte scholen zijn, blijft.

Wat heeft u in dit conceptrapport veranderd op verzoek van de commissie?

,,Ze vonden dat de grote politieke partijen wat veel aandacht kregen. Dus hebben we nog wat meer citaten en standpunten van de kleinere politieke partijen er bij gezocht.''