Halvering AWBZ op komst

Veel ouderen wonen nog zelfstandig. Wel hebben ze langzamerhand steeds meer hulp nodig om hun huishouding draaiend te houden. De kinderen wonen echter vaak een eind weg en hebben het druk. In zulke gevallen kunnen ouderen een beroep doen op thuiszorg.

Op hoeveel uren hulp zij aanspraak kunnen maken, bepaalt het Regionaal Indicatie Orgaan (RIO). Voor thuiszorg is een eigen bijdrage verschuldigd. Hoe hoger het inkomen, hoe hoger de bijdrage. Doorgaans is de eigen betaling lang niet kostendekkend. De rest komt voor rekening van de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ), een van de minst bekende sociale verzekeringen. Toch vormt zij de kurk waarop ons zorgstelsel drijft. Via de AWBZ wordt op dit moment meer dan 40 procent van alle gezondheidszorg gefinancierd.

Net als de Algemene ouderdomswet is de AWBZ een volksverzekering. Burgers kunnen naar de rechter stappen om hun zorgaanspraken te verzilveren en dat doen ze ook steeds vaker. Van die nieuwe mondigheid was nog geen sprake toen de wet 35 jaar geleden werd ingevoerd. Destijds ging het vooral om dekking van de kosten van langdurig verblijf in verpleeghuizen en instellingen voor gehandicaptenzorg. Die zorg valt praktisch niet via de markt te verzekeren. In de loop van de jaren zijn ook andere voorzieningen naar de AWBZ overgeheveld: verzorgingstehuizen (de vroegere bejaardenoorden), thuiszorg en hulp aan mensen die geestelijk in de war zijn of diep in de put zitten.

De afgelopen jaren zijn de AWBZ-uitgaven geëxplodeerd. De overheid heeft de aanval ingezet tegen wachtlijsten bij verpleeghuizen, in de gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg. Dat kost handen vol geld. De grootste groei zit echter bij zorg die wordt verleend buiten de instellingsmuren, de `extramurale' zorg. Vooral het `persoonsgebonden budget' mag zich verheugen in snel toenemende populariteit. Dit is een geldbedrag dat in de duizenden euro's kan lopen, waarmee mensen zelf hulp en zorg mogen inkopen, bijvoorbeeld bij de thuiszorginstelling van hun keuze. Het is ook toegestaan het persoonlijke budget te gebruiken om kennissen, buren of familie te betalen voor hun hulp. Vroeger sprak het vanzelf dat zulke hulp onbetaald werd gegeven. Onbetaalde `mantelzorg' wordt nu via persoonsgebonden budgetten gemonetiseerd op kosten van het collectief. De RIO's zijn niet aan een budget gebonden en plegen ruimhartig te indiceren. Overigens heeft het College voor Zorgverzekeringen vastgesteld dat landelijk grote verschillen in de indicatiestelling bestaan.

De snel oplopende rekening, nu al meer dan 20 miljard euro per jaar, gaat naar de premiebetalers van Nederland. De AWBZ-premie was vorig jaar nog 10,25 procent en stijgt volgend jaar naar 13,25 procent. Iedereen is deze premie verschuldigd over zijn inkomen dat valt in de eerste en de tweede schijf van het inkomstenbelastingtarief. Door de forse verhoging van de AWBZ-premie bestaat het tarief van de eerste schijf (33,4 procent) volgend jaar nog maar voor 1 procentpunt uit inkomstenbelasting. De resterende 32,4 procent zijn premies voor de volksverzekeringen (AOW, AWBZ en Algemene nabestaandenwet). Als gevolg van de verhoging van de AWBZ-premie kruipt het gecombineerde tarief van de tweede schijf naar 40,35 procent. Dat is nog maar 1,65 procentpunt beneden het 42-procentstarief van de inkomstenbelasting in de derde schijf. Als de kosten van de gezondheidszorg blijven stijgen, zoals valt te verwachten, kunnen de tweede en de derde schijf binnenkort worden samengesmolten tot één lange tweede schijf die tegen 42 procent wordt afgeroomd. We zijn dan van het bestaande vierschijventarief weer terug bij een drieschijventarief, zoals dat aanvankelijk in 1990 is ingevoerd.

Het kabinet is gealarmeerd over de sterke uitgavenstijging bij de AWBZ, terwijl de grote vergrijzing nog moet beginnen. Om het gebruik van de regeling af te remmen gaan volgend jaar sommige eigen bijdragen van zorggebruikers omhoog. Maar van de vele kikkers die een beroep op de AWBZ doen zijn niet zoveel veren te plukken. Als alternatief kan het kabinet overwegen de AWBZ-premie te maximeren op 13,25 procent, net zoals de AOW-premie al een aantal jaren is geplafonneerd op 17,9 procent. Dit is echter een schijnoplossing: naarmate de premieopbrengsten achterblijven bij de uitgaven, moet het gat in de sociale fondsen worden gestopt met een hogere rijksbijdrage uit de schatkist. Aan de stijging van de collectieve lasten komt dus geen eind.

De enige andere mogelijkheid is de AWBZ af te slanken. Dat gaat ook gebeuren, blijkens een brief die het kabinet de afgelopen week naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. De plannen komen mogelijk neer op halvering van het AWBZ-pakket, dat dus 10 miljard euro lichter wordt gemaakt. Huishoudelijke hulp wordt straks niet langer vergoed. Dat is in de visie van het kabinet een eigen verantwoordelijkheid van de burgers. Goed verzekerbare zorg komt in het ziekenfondspakket. Sommige welzijnsvoorzieningen en persoonlijke verzorging gaan van de AWBZ over naar de gemeenten, die daarvoor wat extra geld krijgen. Burgers verliezen hun individuele via de rechter afdwingbare recht op deze voorzieningen. Alleen echte, langdurige medische zorg blijft uiteindelijk in het AWBZ-pakket achter. Zo was de regeling ooit bedoeld, maar de terugkeer naar de wortels van de AWBZ zal voor veel verwende burgers een hard gelag zijn.