Feestelijke opening van Film Festival

De openingsfilm van de 23ste editie van het Nederlands Film Festival werd gisteravond niet alleen voor genodigden vertoond. In vijf Utrechtse bioscopen was Phileine zegt sorry ook voor betalende bezoekers te zien.

Hoofdrolspelers Kim van Kooten en Michiel Huisman bezochten alle zalen voor ze naar de schouwburg kwamen. Frans Afman, voorzitter van het bestuur van het festival, sprak trots van `Hollywood-achtige toestanden'. Niet onvermeld mag daarom blijven dat Van Kootens rode jurk, waarin haar prille zwangerschap zich mocht aftekenen, nog mooier was dan het exemplaar dat ze in de film draagt, en haar glunderende gezicht het nog moeilijker te geloven maakt dat deze lieve diva een keiharde bitch speelt.

Deze brede opening met een `publieksfilm', zoals Ronald Giphart de verfilming van zijn boek tevreden karakteriseert, is te zien als een signaal richting Den Haag. Er is weer publiek voor de Nederlandse film. Doreen Boonekamp, voor het tweede jaar directeur van het festival, hamerde er in haar openingsspeech in de schouwburg op dat het marktaandeel van Nederlandse films in de Nederlandse bioscoop nu twaalf procent is, een getal dat een paar jaar geleden nog ondenkbaar was, en legde ook uit waarom dat zo belangrijk is. ,,Film en televisie hebben een allesoverheersende rol in de bepaling van de culturele identiteit van een land.'' Phileine zegt sorry is gefinancierd via de cv-regeling, en Boonekamp liet nog eens merken hoe verschrikkelijk het zou zijn als aan deze filmstimulering door de overheid echt een einde komt. Ook Frans Afman riep de aanwezige bewindslieden op om ,,de Nederlandse filmindustrie niet in de steek te laten.''

Staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan koos ervoor om niet op de smeekbeden in te gaan, maar reikte wel het eerste Gouden Kalf van het festival uit: de Cultuurprijs voor de Belgische acteur Jan Decleir, in Nederland onder heel veel meer te zien in de Oscarwinnaars Karakter en Antonia. Decleir eerde in zijn dankwoord vooral zijn leermeester Herman Teirlinck, die hem had geleerd ervoor te waken ,,de openbare mening te eerbiedigen''. Decleir besloot zijn dankwoord met een verzuchting: ,,Laat het kalf alsjeblieft geen fin de carrière zijn''. Decleirs nieuwste film zal volgende week in Utrecht in première gaan. Tijdens het festival wordt de korte film Vlucht der Verbeelding gedraaid, waarin Decleir de hoofdrol speelt. Het was eerst de bedoeling dat de opnames voor publiek toegankelijk waren, maar daar is toch van afgezien. Waarschijnlijk zullen ze wel via een webcam op de site van het festival zijn te volgen.

De burgemeester van Utrecht, Annie Brouwer, reikte de tweede prijs van de avond uit. De prijs van de stad Utrecht, een bekroning voor beginnende filmmakers, ging naar Jiska Rickels en haar film Untertage, een documentaire over Duitse mijnwerkers waarmee zij dit jaar afstudeerde aan de Nederlandse filmacademie.

Brouwer bracht ook het goede nieuws van de avond: in Utrecht komen er twee bioscopen bij, een megaplex op het Jaarbeursplein met negentien zalen (5500 stoelen), en een `cultiplex' met vijf zalen, het Louis Hartlooper Complex in het voormalige politiebureau Tolsteeg, een initiatief van regisseur Jos Stelling, die ook aan de wieg stond van het Nederlands Film Festival. Plannen van het festival om Utrecht wegens het te krappe aantal doeken te verlaten, zijn daarmee van de baan.