Zweden zakelijker met zorg

Zweden zal het dure sociale stelsel moeten hervormen, al wijst de recente afwijzing van de euro op veel onwil daarbij. Gezondheidszorg bijt het spits af.

Het St. Görans Sjukhus op Kungsholmen in Stockholm is op het oog een gewoon, middelgroot ziekenhuis. Zo'n 240 bedden, 1.450 werknemers, iets meer dan 20.000 patiënten per jaar die gemiddeld 3,7 dagen blijven, zo'n 13.000 operaties en nog eens 3.700 poliklinische behandelingen. Maar het St. Görans onderscheidt zich van alle andere Stockholmse ziekenhuizen doordat het in particuliere handen is. Het ziekenhuis is eigendom van de beursgenoteerde Capio-groep. En er is nog een verschil, het St. Görans levert zijn diensten ongeveer 10 procent goedkoper dan de concurrentie.

De Zweedse gezondheidszorg is een zaak van de regionale overheid. Die besteedt bijna 90 procent van haar totale budget aan de zorg: ziekenhuizen bouwen, personeel in dienst nemen, belasting heffen om dat te betalen (gemiddeld zo'n tien procent van het inkomen) en zelf het systeem controleren. Voor Zweedse burgers is de gezondheidszorg gratis, op een eigen bijdrage van tien tot twintig euro per verrichting na (tot een maximum van zo'n 100 euro per jaar).

Net als elders in Europa, stuit de Zweedse regering in de gezondheidszorg op de grenzen van de verzorgingsstaat. Het probleem is in Zweden nijpender omdat de zorg wordt betaald met belastinggeld en niet via een verzekeringsstelsel. Maar de sociaal-democraten zijn altijd huiverig geweest voor verandering van het sociale stelsel, zeker als dat gebeurt door de rol van de overheid terug te dringen.

Voorlopig zal de sociaal-democratische premier Göran Persson voorzichtig moeten zijn met hervormingen. Hij weet dat de meeste Zweden er niets voor voelen om de verzorgingsstaat te ontmantelen. Volgens politieke analisten zeiden de Zweden `nee' tegen de euro uit vrees dat het vermaarde `Zweedse model' – veel belasting betalen in ruil voor een hoge mate van sociale zekerheid – door Brussel wordt aangetast.

In de jaren negentig werd voorzichtig een begin gemaakt met hervormingen. Voor veel regionale besturen vervulde Stockholm daarbij een voortrekkersrol. Volgens Johan Hjertqvist, auteur van The Health Care Revolution in Stockholm, stimuleerde het oude financieringssysteem het voortbestaan van wachtlijsten. ,,De financiering werkte – heel Zweeds – volgens het principe van de planeconomie'', aldus Hjertqvist. ,,Ziekenhuizen kregen een vooraf vastgesteld budget, gebaseerd op het aantal verrichtingen dat uitgevoerd zou moeten worden. Wachtlijsten werden door ziekenhuizen gebruikt als argument voor een verhoging van het budget.''

Verschillende regionale overheden voerden een systeem van vraag en aanbod in, waarbij de financiering gerelateerd werd aan werkelijke verrichtingen. Dit was een stimulans om goedkoper te werken, want zo kon een efficiënt ziekenhuis geld overhouden voor andere zaken. ,,Het sociaal-democratische bestuur heeft onbedoeld de basis gelegd voor concurrentie in de zorg'', aldus Hjertqvist.

De conservatieve meerderheid die in 1992 het lokale bestuur overnam in Stockholm, waar traditioneel de meerderheid na iedere verkiezingsronde wisselt, ging een stap verder met de invoering van echte marktwerking – volgens betrokkenen een revolutie vergelijkbaar met de val van de Muur. Bij wijze van experiment kregen twee ziekenhuizen de mogelijkheid tot privatisering. Maar alleen het St. Görans slaagde daarin nog net voordat de (inmiddels herkozen) sociaal-democraten op de rem gingen staan. Het ziekenhuis is nu een particulier bedrijf met Stockholm als veruit grootste klant.

Volgens Hjertqvist laat het St. Görans zien dat privatisering werkt. Het management stelt zich ten doel de winstmarges te vergroten en dat kan alleen door efficiënter om te gaan met de beschikbare middelen. Niet voor niets, zegt Hjertqvist, had de vorige Nederlandse minister van Volksgezondheid, Eduard Bomhof, belangstelling voor het Stockholmse model. ,,Ook de sociaal-democraten hebben het systeem nu min of meer geaccepteerd'', aldus Hjertqvist. ,,In Stockholm is 25 procent van de gezondheidszorg geprivatiseerd. Op alle niveaus, tot en met verplegers die samen bedrijfjes beginnen en zich aan zorginstellingen verhuren. De overheid schept de kaders en controleert de kosten, maar bemoeit zich steeds minder met productie en organisatie.''

Maar het huidige systeem kent nog steeds planeconomische trekjes. Zo garandeert de overheid officieel dat niemand langer dan drie maanden hoeft te wachten op een behandeling. Maar het uitvaardigen van een decreet is niet voldoende om het ook te laten gebeuren. De meeste Zweden moeten een jaar wachten op een kunstknie (in Stockholm maximaal tien weken) en tien maanden op een hernia-operatie (maximaal vier weken in Stockholm). Het systeem wordt vanzelf onbetaalbaar, denkt Hjertqvist. Dan zal Zweden veranderen van een verzorgingsstaat in een verzorgingssamenleving.

Maar dat zal nog wel even duren. Tijdens de laatste verkiezingscampagne probeerden de sociaal-democraten stemmen te winnen met de waarschuwing: ,,Geef ze [de conservatieven] niet de kans om met Zweden te doen wat ze met Stockholm hebben gedaan''.