Weg met `de allochtoon'

Waar denkt men aan als het woord `allochtoon' valt? Waarschijnlijk niet aan de nieuwe topman van Ahold, de Zweed Anders Moberg. En ook niet aan de Russische, Amerikaanse, Duitse of Japanse musici van onze symfonieorkesten. Toch zijn dat allemaal in de letterlijke zin van het woord `allochtonen', want allochtoon betekent uit een ander land afkomstig.

Qua gebruik, echter, denkt men bij allochtoon niet aan blanke westerlingen, maar aan getinte mensen uit Afrika, Azië, Suriname en de Antillen. Daarbij speelt ook nog de negatieve beeldvorming dat mensen uit die streken voor overlast zouden zorgen. Terwijl mijn kranten worden bezorgd door allochtone jongens.

Dat is geen overlast, dat is dienstverlening. Dat geldt ook voor allochtone mannen en vrouwen die kantoren en ziekenhuizen schoonmaken.

We zouden van dat woord allochtoon af moeten, want het is ongeschikt om weer te geven wat er echt aan de hand is. Er zijn zes bezwaren tegen het gebruik van `allochtoon'.

`Autochtoon' en `allochtoon' zijn verzamelbegrippen. Ze suggereren dat er tussen de mensen die met deze termen worden aangeduid, onderling grote overeenkomsten bestaan, en tussen beide groepen grote verschillen. Maar soms zijn de verschillen groter tussen autochtonen onderling dan tussen autochtonen en allochtonen. Wat heeft een zwaar gereformeerde ouderling gemeen met een libertijnse yup uit de Amsterdamse grachtengordel? Het enige waarin ze een beetje op elkaar lijken is het spreken, lezen en schrijven van het Nederlands. Maar daarin brengen ze geheel verschillende gedachten tot uitdrukking, zo verschillend zelfs dat ze elkaar nauwelijks begrijpen.

`Allochtoon' wordt selectief gehanteerd. Een in Nederland woonachtige Amerikaan die alleen de Amerikaanse variant van het Engels spreekt, wordt zelden of nooit een allochtoon genoemd. Wij passen ons zelfs aan de beperkte talenkennis van de gemiddelde Amerikaan aan, door steeds meer Engelse woorden te gebruiken dan Nederlandse: target in plaats van doelstelling, quote in plaats van citaat en impact in plaats van (schok)effect. Dat doen we niet met Arabische, Turkse of Marokkaanse woorden. Daar zijn wel verklaringen voor, maar er zit ook iets in van overschatting van de westerse cultuur en onderschatting van Arabische, Turkse en Marokkaanse culturen.

`Allochtoon' wist culturele, etnische en religieuze verschillen tussen verschillende groepen nieuwkomers volledig uit. Een Chinees heeft een heel andere cultuur dan een Marokkaan, een Surinamer een heel andere dan een Egyptenaar.

`Allochtoon' is een pseudo-Grieks woord, het komt niet voor in de klassieke Griekse woordenschat. Het is `potjesgrieks'. `Allochtoon' is gevormd uit twee bestaande Griekse woorden; allos (ander) en chtoon (aarde, land), samen zoiets als: uit een ander land afkomstig. Maar allos heeft in het klassieke Grieks ook bijbetekenissen: niet-passend, afwijkend, slecht. Dat alleen al moet ons aan het denken zetten. `Autochtoon' is wel een klassiek Grieks woord. De betekenis is: in het land geboren, inboorling. In analogie daarmee zou `allochtoon' kunnen betekenen: buiten het land geboren, uitheems. Maar hoeveel burgers met de Nederlandse nationaliteit zijn er niet buiten het land geboren? Indische Nederlanders, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders en nog veel meer. Vanuit dat gezichtspunt heeft `allochtoon' weliswaar een onderscheidend vermogen, maar dat is volstrekt irrelevant.

Ik ben het met Afshin Ellian (zelf `in een ander land geboren' en bepaald niet kansarm) eens dat `allochtoon' geen juridische status heeft. De Grondwet kent twee staatsrechtelijke categorieën: burger en vreemdeling, beide met welomschreven rechten en plichten. Als we ons daaraan houden, hoeven we bij een zorgvuldig en weloverwogen spreidingsbeleid niet voor discriminatie te vrezen.

Aan het begrippenpaar autochtoon/allochtoon valt geen rechtvaardige behandelingsnorm te ontlenen. Wel aan een eeuwenoude Hebreeuwse norm voor de behandeling van nieuwkomers. Die staat in Leviticus 19:34: `Als een onder u geboren Israëliet zal u de vreemdeling gelden die bij u vertoeft; u zult hem liefhebben als uzelf, want u bent vreemdeling geweest in het land Egypte. Ik ben de Eeuwige.' Interessant is wat de Griekse vertaling, die bekend staat als de Septuagint en die ontstaan is enkele eeuwen voor onze jaartelling, is voor `als een onder u geboren Israëliet', namelijk: autochtoon. Voor `vreemdeling' heeft de Septuagint uiteraard niet `allochtoon', want dat woord bestond toen nog niet. Het woord dat voor `vreemdeling' wordt gebruikt kan worden weergegeven met: iemand die erbij gekomen is, nieuwkomer. Je kunt de Griekse tekst vertalen met: `Als een autochtoon zal u de nieuwkomer gelden, u zult hem liefhebben als uzelf'. Dat `liefhebben' is geen geknuffel, maar een rechtvaardige behandeling.

Met deze oeroude bijbelse norm valt het kunstmatige verschil tussen autochtoon en allochtoon weg. Je hebt oudgedienden en nieuwkomers, en als die nieuwkomers willen blijven, hebben ze dezelfde rechten en plichten als de oudgedienden.

Of we ooit van het vermaledijde woord allochtoon afkomen? Ik vrees het ergste, want het is al helemaal ingeburgerd. Het zal wel blijven bestaan, maar misschien helpt het te weten waarom het een ongelukkige term is.

Dr. Gerrit Manenschijn is emeritus hoogleraar ethiek.