Wat te doen met 886 miljoen?

Het onderwijs pot steeds meer geld op, bleek vorige week. Hoe rijk zijn scholen? En: schort het aan goede ideeën om dat geld uit te geven? ,,Scholen zijn hypercorrect.''

Het gaat goed met het grootste schoolbestuur van Nederland. Het jaarverslag van Ons Middelbaar Onderwijs, waarin 45 scholen voor voortgezet onderwijs in Noord-Brabant zijn verenigd, heeft het laatste boekjaar 2001 opnieuw met een positief resultaat afgesloten, bijna drie miljoen euro.

Ook de voorraad die Ons Middelbaar Onderwijs op de bank heeft staan, groeit. Volgens de jaarrekening is het bedrag aan liquide middelen tussen 1999 en 2001 gestegen van 35,8 miljoen naar ruim 46 miljoen euro. ,,Dat bedrag hebben we nodig om schulden af te betalen en om tegenvallers in de toekomst te bestrijden'', zegt bestuursvoorzitter R. Kraakman van OMO. ,,Als je al onze verplichtingen meetelt, blijft er circa 400.000 euro over.''

Het onderwijssysteem is ziek, zei bestuursvoorzitter Leo Lenssen van ROC ASA, de organisatie van christelijke mbo-opleidingen in Amsterdam, Utrecht en Amersfoort vorige week in deze krant. Hoewel er ieder jaar meer geld naar het onderwijs gaat dit jaar al meer dan 25 miljard houden zij door een gebrek aan durf en een weinig prikkelende overheid, steeds meer geld op de plank. Het gehele onderwijs het basisonderwijs uitgezonderd heeft al een vermogen van 5,5 miljard euro als reserve beschikbaar. Met name buiten de Randstad houden instellingen geld over.

Van dat bedrag kan volgens Lenssen 2,3 miljard aan zogeheten liquide middelen zo uitgegeven worden. Maar het ontbreekt scholen aan een visie om dat geld zinnig te besteden. Bovendien, zegt Lenssen, prikkelt de overheid scholen niet om met geld onderwijsvernieuwingen door te voeren. ,,Met het geld dat er is, wordt onvoldoende gedaan. Ik ben niet de enige die dat een reusachtig bedrag vindt. Ik ben alleen de eerste die ermee naar buiten treedt.''

Een taboe was doorbroken. Scholenorganisaties reageerden verbolgen op de uitspraken van de mbo-bestuurder, die niet anders kon dan enkele dagen na zijn optreden in tv-programma Buitenhof zijn zetel als bestuurder van de BVE raad, de brancheorganisatie van mbo-scholen, neer te leggen.

Hebben scholen reserves en zo ja, waarom wordt dat geld niet aan bijvoorbeeld het schoonmaken van klaslokalen of het aanstellen van nieuwe leraren besteed? Eerst de cijfers. Begin dit jaar publiceerde de Centrale Financiën Instellingen (CFI), dat zich met de bekostiging van scholen bezighoudt, een intern rapport. De financiële situatie van het onderwijs wordt door CFI ,,goed'' genoemd.

In boekjaar 2001 is de `winst' van de scholen in het voortgezet, hoger en beroepsonderwijs officieel heet dit het exploitatieresultaat toegenomen tot 268,6 miljoen euro. In 1997 was dit nog 137,8 miljoen euro. In diezelfde tijd is de voorraad aan liquide middelen, geld dat dus direct beschikbaar is, gestegen van 1,87 naar 2,73 miljard euro. In het voortgezet onderwijs stegen de liquide middelen tussen 1997 en eind 2001 van 570,8 miljoen euro naar 886,2 miljoen. In het hbo was er een toename te zien van 342,8 miljoen naar 428,1 miljoen.

Instellingen houden volgens het onderzoek van CFI dus geld over. Maar, zegt het ministerie van Onderwijs, daar staat nog altijd een bedrag van circa 3,3 miljard euro aan schulden tegenover dat binnen één jaar afbetaald moet worden. En daarom kan de 2,73 miljard euro niet zomaar worden uitgegeven.

Ambtenaren van het ministerie van Onderwijs berekenen de financiële situatie van het onderwijs anders. Zij delen de vlottende activa van de scholen reserves die binnen een jaar in geld kunnen worden omgezet door de schulden die binnen een jaar afbetaald moeten worden. Komt deze `liquiditeit' boven de 1, dan heeft een school in theorie voldoende geld om de schulden af te betalen. Met een liquiditeit van 1,2 is een school volgens het ministerie gezond.

Een berekening op de manier van OCenW laat zien dat het voortgezet onderwijs er nog steeds prima voorstaat. In 2001 hadden middelbare scholen een liquiditeit van 1,85, in 2002 daalde dat een beetje naar 1,76. Maar de hogescholen en universiteiten lijken in de problemen te zitten. Het hbo had in 2001 een liquiditeit van slechts 0.98, tegen 1,00 in 2002. Op universiteiten daalde het van 1,26 naar 1,06. Lenssen bestrijdt deze visie, omdat de vorderingen die scholen hebben uitstaan niet worden meegenomen en zij dus in de berekening van OCenW overdreven nadelig uitkomen.

Hoe komt het dat juist het voortgezet onderwijs zo rijk is? Volgens voorzitter Henk Strietman van de protestants-christelijke Besturenraad zijn scholen de afgelopen jaren behoedzamer geworden met het uitgeven van geld. ,,Sinds 1996 krijgt het voortgezet onderwijs geld via de `lumpsum'. Scholen mogen dus zelf beslissen waar zij overheidsgeld aan besteden. Het is logisch dat zij de eerste jaren voorzichtig zijn en subsidiegeld langer achter de hand houden.''

Cijfers van het ministerie van Onderwijs wijzen nog op een andere oorzaak. Het bijzonder onderwijs heeft een ieder jaar groeiende voorraad aan privaat geld op de bank staan nu al meer dan 300 miljoen. Dat geld komt van erfenissen, ouders en kerkelijke bijdragen. De overheid mag zich niet met dit geld bemoeien.

Volgens bestuurder Leo Lenssen legt de regelzucht van het ministerie van Onderwijs scholen nog steeds lam. Henk Strietman is het daarmee deels eens. ,,De overheid zegt dat scholen initiatieven moeten nemen om zich te verbeteren, maar wil tegelijk overal toezicht op. Dat is niet bevorderlijk voor het onderwijs.''

De overheid is zeker schuldig aan het weinig ondernemende klimaat in het voortgezet onderwijs, zegt Frans de Vijlder. Hij is oud-topambtenaar en adviseur van het Max Goote Kenniscentrum van de Universiteit van Amsterdam. ,,Scholen reageren daardoor hypercorrect. Zij denken al snel dat nieuw beleid tegen de regels is, terwijl dat helemaal niet zo hoeft te zijn.''

Op scholen heerst een sfeer van ,,geleerde hulpeloosheid'', zegt De Vijlder. ,,Ze hebben meer vrijheid gekregen, maar weten zich daar geen raad mee. De cultuur in het onderwijs moedigt nog geen ondernemerschap aan. Er is daardoor al enkele jaren sprake van een bestuurlijk vacuüm.''

Voorzitter Strietman van de Besturenraad vindt dat het onderwijs wel degelijk goed met geld omgaat. ,,Maar er zijn de laatste tien jaar ontzettend veel vernieuwingen op het onderwijs afgekomen. Het vmbo, de basisvorming en de Tweede Fase zijn ingevoerd. Scholen zijn druk bezig te veranderen en gedragen zich daarom als voorzichtige huisvaders.''

(bijdragen: Anneke Houtman en Annemieke Hendrickx)