Verzekeraars azen op WAO-markt

De verzekeraars doen hun best om via de WAO-regeling een nieuwe markt binnen te halen. Maar het kabinet twijfelt of het de WAO aan de vrije marktwerking wil overlaten. Waarom niet? vragen de verzekeraars zich af.

Voor de lobbyisten van de verzekeraars worden het belangrijke maanden. Zij kunnen een nieuwe markt binnenhalen waar naar schatting van het Verbond van Verzekeraars 3 miljard euro mee is gemoeid. De verzekeraars staan te trappelen om een deel van het nieuwe WAO-stelsel voor hun rekening te nemen. Directeur E. Fischer van het Verbond zegt het dikwijls tegen politici en bestuurders: ,,De WAO is een molensteen om jullie nek, waarom laat je niet de markt zijn werk doen?''

Het kabinet maakte vorige week de hoofdlijnen van een nieuw WAO-stelsel bekend. Per 1 januari 2006 zal een scherp onderscheid gemaakt worden tussen volledig en gedeeltelijk arbeidsongeschikten. De laatsten krijgen alleen een (aanvullende) uitkering als ze nog werken. Maar een belangrijke vraag heeft het kabinet opengelaten: wordt de regeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten publiek of privaat uitgevoerd? De bedoeling is dat hier voor het einde van het jaar duidelijkheid over komt, omdat minister De Geus (Sociale Zaken) de wet met de nieuwe WAO-regels dan naar de Tweede Kamer wil sturen. Van De Geus is bekend dat hij neigt naar een publiek systeem, anderen in het kabinet, zoals minister Zalm (Financien), voelen meer voor `de markt'.

,,Met de Nederlandse Spoorwegen of het loodswezen privatiseer je een monopolie. Dat is niet handig. Met de WAO heb je veel aanbieders en dus veel concurrentie. De WAO is uitermate geschikt voor privatisering'', zegt Fischer. Het is van groot belang voor de verzekeraars dat het kabinet beslist tot privatisering. Naar schatting zal in totaal gaan om 3 miljard euro aan betaalde premies. De verzekeraars zien het als compensatie voor de slechte afgelopen jaren, waarin het economische tij tegenzat en er een markt verloren ging door het afschaffen van de fiscale voordelen bij lijfrentes en koopsompolissen.

Volgens Fischer zijn er veel voordelen als de verzekeraars de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid kunnen gaan verzekeren. Met de invoering van de Ziektewet in 1996 zijn bedrijven en verzekeraars al verantwoordelijk geworden voor de aanpak van het ziekteverzuim in het eerste jaar. Met een verlenging van de loondoorbetaling naar twee jaar wordt deze periode verdubbeld.

Fischer: ,,Maar met een private regeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten ontstaat voor de verzekeraar een nog veel langere periode waarin de verzekeraar wordt gestimuleerd om werknemers aan de slag te krijgen''. Volgens het kabinetsplan krijgen gedeeltelijk arbeidsongeschikten maximaal vijf jaar een aanvulling op het loon. De verzekeraars krijgen er op die manier groot belang bij dat de zieke werknemer zo snel en zoveel mogelijk eigen inkomen verwerft.

Er zit nog één probleem in het systeem: omdat gedeeltelijk arbeidsongeschikten zonder werk geen aanvulling krijgen zouden verzekeraars er belang bij kunnen krijgen dat een verzekerde juist niet aan de slag blijft of nieuw werk vindt, in jargon `een perverse prikkel'. Fischer gelooft hier niet in. ,,Hoe kunnen verzekeraars nou beïnvloeden dat iemand werkloos wordt?'' Maar het Verbond van Verzekeraars heeft toch een oplossing voor dit probleem. Zij willen voor de gedeeltelijk arbeidsongeschikten altijd 70 procent van het laatst verdiende loon gaan betalen, ook als de desbetreffende persoon niet werkt. In het stelsel is het zo dat deze werknemer terugvalt op WW of bijstand. De verzekeraars stellen nu voor in deze situatie 70 procent van het laatst verdiende loon van deze persoon in een fonds te storten dat ten goede komt aan de reïntegratie van gedeeltelijk arbeidsongeschikten.

,,Op deze manier wordt het voor verzekeraars echt aantrekkelijk dat de verzekerde werk vindt, want dan hoeven wij minder te betalen. Maar bovenal is natuurlijk aantrekkelijk dat een werknemer helemaal niet arbeidsongeschikt raakt'', zegt Fischer. Daarvoor zullen verzekeraars bedrijven aansporen energie te steken in betere arbeidsomstandigheden en begeleiding van zieke werknemers. Overigens is het wel zo dat alle kosten die verzekeraars maken natuurlijk terugkomen in de premie die werkgever en werknemer moeten gaan betalen.

Voor de verzekeraar wordt het straks ook gunstig als een werknemer het stempel van volledig en langdurig arbeidsongeschikt krijgt. Want dan krijgt hij of zij een door de overheid uitgekeerde uitkering. De keuring van de uitvoeringsorganisatie UWV wordt hierbij bepalend. Maar Fischer zegt dat verzekeraars hier geen enkele invloed willen. ,,Wij respecteren die keuring'', zegt Fischer.

Een ander onderdeel van de WAO lijkt zeker richting de verzekeraars te gaan. Werkgevers worden straks verplicht zich tegen het risico te verzekeren dat werknemers als gevolg van het beroep arbeidsongeschikt raken. De verzekeraars verwachten net als De Geus dat hiermee een premieomzet van 1 miljard euro gemoeid zal zijn. ,,Dat is ook een mooie markt'', zegt Fischer. Hij verwacht geen eindeloze juridische steekspellen over de vraag of iemand nu door zijn beroep of iets anders in de WAO is beland. ,,Er zal gewerkt moeten worden met een gesloten lijst van ziekten. Dan is het snel duidelijk of iemand een beroepsziekte heeft of niet. De oorzaak doet dan eigenlijk niet ter zake.'' Fischer denkt juist dat er minder juridische procedures zullen plaatsvinden dan nu. Een werknemer die op dit moment schade probeert te verhalen dient dat te doen via het ingewikkelde aansprakelijkheidsrecht. Naar verwachting zullen er vanaf 2006 tussen 3.000 en 5.000 mensen per jaar aanspraak maken op een uitkering uit de beroepsrisicoverzekering.

Fischer verwacht harde concurrentie als verzekeraars straks verzekeringen voor de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en de beroepsrisico's kunnen gaan aanbieden. ,,Er zal niet dezelfde fout worden gemaakt als met de Ziektewet, toen in het begin veel te lage premies zijn gevraagd.'' Maar voor verzekeraars wordt het lucratief om via de verplichte WAO-verzekeringen binnen te komen bij een van de 700.000 bedrijven. ,,Dan kun je veel meer verzekeren. De ziektekosten, de auto's. Het wordt een vechtmarkt.''