`TV doorkruist holocaustlessen'

Geschiedenisleraren op sommige `zwarte' scholen gaan discussies over de holocaust liever uit de weg. ,,Sommige islamitische kinderen zeggen dat het een pr-praatje is van de joden.''

,,Het zal een hele tijd duren voordat we deze generatie zover krijgen dat ze anders gaat denken over de joden'', verzucht H. Ligeon, docent geschiedenis aan het Lodewijk Rogiercollege, een school voor voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) in Rotterdam met veel allochtone leerlingen. Tijdens discussies in de klas over de jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog hoort Ligeon regelmatig antisemitische uitlatingen. ,,Zo van: joden zijn slechte mensen, die moeten we afslachten.'' Lang niet alle leerlingen denken er zo over, benadrukt hij. Het gaat om een klein deel van de klas.

,,Sommige islamitische kinderen ontkennen de holocaust, zeggen dat het een pr-praatje is van de joden. Er ontstaat dan een politieke discussie in de klas, een welles-nietesspel'', zegt G. Simon, docent maatschappijleer op een vmbo-school in Haarlem. Hij wil de naam van zijn school liever niet in de krant, omdat hij `zwarte' scholen niet wil stigmatiseren. Volgens Simon kunnen veel allochtone kinderen de holocaust en de huidige situatie in het Midden-Oosten niet los van elkaar zien. ,,Het probleem is dat ze thuis een heel ander beeld krijgen via propagandaprogramma's van Arabische zenders op de satelliet-tv.''

Tweede-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali (VVD) luidde onlangs de noodklok. Zij zegt steeds meer signalen te ontvangen over een groeiend antisemitisme in het onderwijs. Ze beroept zich op telefoontjes en e-mails van docenten die zich zorgen maken over incidenten in hun klassen: een leerling die tijdens een schoolreisje naar het Anne Frankhuis in plaats van zijn naam een hakenkruis in het gastenboek achterlaat. Of een kind dat vraagt: ,,Juffrouw, waarom is Hitler slecht? Als hij alle joden vermoord had, hadden we nu geen problemen in het Midden-Oosten.''

De Anne Frank Stichting, waar deze geluiden inmiddels ook bekend zijn, houdt op 1 oktober een seminar voor docenten over antisemitisme in het onderwijs. De stichting hoopt dan een beter overzicht te krijgen van het aantal scholen en docenten dat ermee geconfronteerd wordt, want de omvang van het probleem is niet bekend. Wel is volgens de stichting duidelijk dat in Nederland meer in het algemeen sprake is van toenemend antisemitisme. Die trend begon in 2001, ten tijde van de tweede intifada in het Midden-Oosten, zegt medewerker J. Tanja. ,,Het is bijna een algemene vuistregel: zodra het over het Midden-Oosten gaat, lopen in Nederland de emoties hoog op, ook op scholen.'' Voor het seminar hebben zich tot nu toe 35 scholen aangemeld, vooral vmbo-opleidingen, verspreid over het hele land.

De Onderwijsinspectie kent de geluiden over antisemitisme tijdens geschiedenislessen wel, maar zij doet pas onderzoek als er concrete meldingen binnenkomen. Die zijn er tot dusver niet geweest. De inspectie heeft er begrip voor dat scholen niet zelf naar buiten komen met incidenten. ,,Scholen ervaren het toch als een soort brevet van onvermogen als ze toegeven dat er dingen misgaan'', zegt een woordvoerder. Volgens de Onderwijsinspectie valt de aanpak van antisemitisme onder het veiligheidsbeleid van scholen. Vragen als `wat is het klimaat op school?' en `kun je in de klas vrijuit bespreken wat je wilt?' krijgen komend schooljaar extra aandacht van de inspectie. Bij kwaliteitsonderzoeken op scholen zal op deze criteria worden getoetst. Niet omdat er nu signalen zijn dat de lessen over de holocaust tot problemen leiden, zegt de woordvoerder, maar omdat er in de hele samenleving steeds meer nadruk komt te liggen op veiligheid.

J. de Beer is coördinator interculturalisering bij het ROC Zadkine in Rotterdam, een school voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Onderwijs over de jodenvervolging behoort in het mbo niet tot het verplichte leerplan, zegt zij. Het onderwerp kan wel naar voren komen tijdens klassikale discussies, projecten rond 4 en 5 mei en in werkstukken van leerlingen. Docenten vinden het moeilijker dan voorheen les te geven over de holocaust, zegt De Beer. ,,Praten over racisme of discriminatie is niet makkelijk. Je moet de achtergronden van de leerlingen goed kennen, anders kun je niet anticiperen.'' Ze kent docenten op andere scholen die het onderwerp in de klas vermijden, uit angst voor agressie van leerlingen.

Je moet de lesstof over de oorlog persoonlijk maken, zegt docent H. Ligeon van het Lodewijk Rogiercollege. Dan wordt het bespreekbaar. Ligeon begint zijn lessen met de vraag of de leerlingen in de buurt waar ze wonen ook joden kennen. Bij de meeste kinderen is dat wel het geval, maar ze gaan niet met hen om. Ligeon vertoont in de lessen ook videobanden, om de leerlingen te laten zien hoe wreed de jodenvervolging er in de oorlog aan toe ging. Ook maakt hij gebruik van een stripverhaal, en van internet. Maar bovenal probeert hij boeiend te vertellen. Het kost Ligeon veel moeite de kinderen de stof bij te brengen, maar hij geeft niet op. ,,Het kan wel, als de wil aanwezig is. Maar je moet de moed niet opgeven.''