Regeling voor pardon blijkt kwetsbaar

De landsadvocaat betwijfelt of de eenmalige pardonregeling van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie, VVD) juridisch voldoende is onderbouwd.

Op grond van die regeling maken 2.200 asielzoekers die langer dan vijf jaar in de eerste procedure zitten aanspraak op een verblijfsvergunning. Verdonk wil deze vergunning ambtshalve verlenen, dat wil zeggen dat de asielzoekers die aan de criteria voldoen – en automatisch uit de bestanden van de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) rollen – bericht krijgen dat zij op basis van het Vreemdelingenbesluit in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Voor naar schatting ruim vijfduizend andere asielzoekers die langdurig in Nederland verblijven zou geen beroep openstaan via de rechter om in aanmerking te komen voor een vergunning.

Verdonk had de Kamer eerder verzekerd dat de landsadvocaat haar positief had geadviseerd over de juridische grond voor deze regeling. Gisteren bleek echter dat de landsadvocaat juist `kritisch' was geweest. Zowel per brief als gisteren in een overleg bood Verdonk de Kamer daarvoor haar verontschuldigingen aan. ,,Ik heb twee dingen door elkaar heen gehaald'', aldus de minister. ,,Sorry, en dat meen ik echt.'' De landsadvocaat is ,,zeer kritisch'', gaf Verdonk toe, over de vraag of de eenmalige pardonregeling ,,zonder wijziging van het Vreemdelingenbesluit juridisch mogelijk is''.

Ook andere bestuursrechtdeskundigen, onder wie Nicolaï en Olivier van de Universtiteit van Amsterdam, zijn van mening dat andere groepen asielzoekers wel degelijk een grond hebben bij de rechter bezwaar te maken tegen het feit dat zij niet in aanmerking voor de pardonregeling. De Groningse bestuursrechtdeskundige Winter is het evenwel met Verdonk eens dat het om een feitelijke mededeling gaat waartegen bezwaar niet mogelijk is. Verdonk zei gisteren tegen de Kamer dat ze zich uiteindelijk heeft laten leiden door de adviezen van de juristen van het ministerie van Justitie. ,,Het is nu aan de rechter om daarover te oordelen'', aldus de minister.

De pardonregeling, waarover volgende week dinsdag wordt gestemd, heeft de steun van de coalitiepartijen CDA, VVD, D66, en van de LPF. De oppositie wil een ruimere regeling, zoals ook is voorgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en tal van maatschappelijke, kerkelijke en vluchtelingenorganisaties. Op basis hiervan zouden circa 6.000 asielzoekers die hier vaak al jaren zijn en wier kinderen op Nederlandse scholen zitten alsnog een verblijfsstatus krijgen. Verdonk voelt hier niets voor en weigerde gisteren tevens om het advies van de landsadvocaat openbaar te maken of de Kamerleden de mogelijkheid te geven het vertrouwelijk in te zien. SP, GroenLinks en de PvdA toonden zich verbijsterd over het optreden van de minister. ,,Het lijkt op regeren per decreet'', aldus GroenLinks-woordvoerder Vos. Volgens haar ,,rammelt de regeling juridisch''. PvdA-woordvoerder De Vries deed nogmaals een klemmend beroep op zowel Verdonk als de coalitiepartijen – en dan met name het CDA – om ,,naar de samenleving'' te luisteren.

Verdonk bleek gisteren wel bereid ook naar de uitgeprocedeerde asielzoekers te kijken die niet onder de pardonregeling vallen. Met uitzondering van de VVD wil de Kamer dat de minister ,,ruimhartig'' van haar ministeriële bevoegdheden gebruikmaakt om echt schrijnende gevallen alsnog een verblijfsvergunning te geven.