Mondige werknemer houdt zich stil

Op de werkvloer is de angst voor de recessie goed merkbaar. De werknemer is minder vaak ziek, zeurt niet meer om opslag en klaagt niet over overwerk. En dat allemaal om reorganisaties te overleven.

Het voorval dateert van enkele maanden geleden. Bij een middelgrote consultancyfirma in de Randstad vraagt een consultant haar manager om een forse salarisverhoging. ,,Nee, helaas'', antwoordt deze ,,want het bedrijf staat er slecht voor en we moeten de broekriem aantrekken.'' De vrouw laat het er niet bij zitten en vraagt een gesprek aan met de directeur, die na enig nadenken instemt met haar verzoek. ,,Dat is nog tot daar aan toe'', zegt de manager, die liever anoniem blijft. ,,Maar toen zij nog geen maand later aankondigde dat zij zwanger was, brak mijn klomp. Wat mij betreft heeft zij haar krediet verspeeld.'' De manager zal haar collega in de maanden na haar zwangerschapsverlof nauwlettend in de gaten houden. ,,En als blijkt dat zij de kinderopvang niet rond kan krijgen, of verzoekt om een aparte kamer voor de borstvoeding, zet ik haar zonder pardon op mijn zwarte lijst.''

In tijden van recessie veranderen de verhoudingen op de werkvloer. En werknemers passen hun gedrag daar op aan. Of niet, zoals de vrouw in dit voorbeeld – met alle gevolgen van dien. ,,In tijden van recessie doen en laten medewerkers alles om de komende reorganisatie te overleven'', zegt Rob Vinke, hoogleraar Personeelswetenschappen aan de Universiteit Nyenrode en hoofdredacteur van de Gids voor Personeelsmanagement. ,,Zouden ze voorheen zonder enige schroom een klacht indienen over het vele overwerk of een verzoek om bijscholing, nu houden zij zich op de vlakte.''

De eerste signalen in die richting kwamen eind juli, toen het CBS bekendmaakte dat het ziekteverzuim bij bedrijven in een jaar tijd was gedaald met ruim 0,5 procent tot 5,3 procent. Hoewel het CBS een directe relatie tussen de algemene economische neergang en het dalend ziekteverzuim niet durfde te leggen, meldde VNO-NCW in een reactie dat deze trend zonder twijfel wordt veroorzaakt door de recessie. ,,Mensen denken in economisch onzekere tijden wel twee keer na voordat ze zich ziek melden'', aldus de werkgeversorganisatie.

Een maand daarvoor maakte TNO Arbeid bekend dat het betaalde en onbetaalde overwerk in de afgelopen jaren sterk is toegenomen: van gemiddeld 6,5 uur per persoon per week in 2000 tot 9,5 uur per week in 2002. Vinke: ,,Werkgevers gaan steeds vaker op zoek naar personeel met een goede track record op het gebied van ziekteverzuim en flexibiliteit. Mensen die dicht bij het werk wonen en niet zeuren over werkschema's en roosters genieten een grote voorkeur. Werknemers voelen dat haarfijn aan.''

Gesprekken met juristen, organisatiedeskundigen en vakbondsmedewerkers wijzen uit dat werknemers steeds vaker nalaten om gebruik te maken van hun rechten uit angst voor tegenmaatregelen van hun werkgever. Alleen wil niemand daar met naam en toenaam voor uitkomen. Neem de in 2000 ingevoerde Wet Aanpassing Arbeidstijden (WAA), zegt Patricia Kruijff, adviseur juridische zaken bij FNV Bondgenoten. ,,Volgens die regeling hebben werknemers van grotere ondernemingen het recht om hun arbeidsduur uit te breiden of te verminderen – mits het bedrijf daardoor niet in ernstige problemen komt. Veel van onze leden zouden wel een beroep op die wet willen doen, maar durven geen verzoek in te dienen. En áls ze het dan toch doen, en een ongefundeerde afwijzing krijgen, stappen ze veel minder snel dan voorheen naar de kantonrechter.''

Haar observaties worden ondersteund door het recent verschenen onderzoek Veranderende arbeidstijden van de Organisatie voor Strategisch Arbeidsmarktonderzoek (OSA), een in 1983 opgericht kennisinstituut dat het ministerie van Onderwijs adviseert over arbeidsmarktvraagstukken. Uit de studie blijkt dat werkgevers het grootste obstakel vormen voor werknemers om hun wensen met betrekking tot arbeidsduur te realiseren. 68 procent van de ondervraagde werknemers noemt de werkgever als grootste belemmering. Zorgplicht, gezondheidsredenen en financiële redenen scoren veel lager. Hoewel onderzoeker Didier Fouarge de resultaten niet heeft afgezet tegen conjuncturele veranderingen, sluit hij een verband allerminst uit. ,,Wie zijn werkgever in deze tijd als boeman ziet, slikt zijn eisen en verlangens al snel in.''

Toch zijn het volgens FNV-medewerkster Kruijff niet alleen de bedrijfsresultaten die werknemers afwachtender maken. Ook de voorgenomen overheidsbezuinigingen spelen volgens haar een rol. ,,Het weekend nadat het kabinet aankondigde dat de WW-vervolguitkering mogelijk zou worden afgeschaft, stond bij FNV Bondgenoten de telefoon roodgloeiend. Met name jonge tweeverdieners zagen de bui al hangen, want na het ontslag van de één volgt straks een relatief korte loongerelateerde uitkering en dan de bijstand. Maar die bijstand staat nu juist niet open voor werklozen met een verdienende partner. Gevolg: zij moeten hun spaargeld en huis opsouperen of een inkomensverlies van vele tientallen procenten tegemoet zien.'' Werknemers weten volgens haar ,,donders goed'' dat de gevolgen van ontslag ingrijpender worden, naarmate het sociale vangnet verslapt.

Volgens het CBS is het ook om die reden dat het aantal baby's in tijden van economische neergang daalt. Zo constateerde onderzoeker Peter Latten, die voor het CBS de geboorten tijdens perioden van hoog- en laagconjunctuur vergeleek, dat een daling van de koopbereidheid met 5 procent tot een daling van het aantal geboorten met bijna 2.000 leidt. Afgaande op de ontwikkelingen van het afgelopen jaar voorspelt hij voor 2004 een babydepressie. ,,Als het slecht gaat met de economie, neemt het vertrouwen in de toekomst af en stellen mensen hun kinderwens makkelijker uit.'' Of werknemers hun kinderwens ook uitstellen uit angst voor ontslag, durft hij niet te zeggen. ,,Maar er is een duidelijk verband tussen het aantal geboorten en de financiële situatie waarin mensen verkeren.''

Werknemers worden steeds toleranter naar de bedrijfsleiding, merkt Peter Oomen, die als psycholoog/organisatieadviseur fusies, overnames en reorganisaties begeleidt. ,,Als er moet worden bezuinigd bij een gemeentelijke dienst, zie je al snel dat afdelingen de concurrentie met elkaar aangaan, in plaats dat ze de handen ineen slaan. `Als jij dit wegbezuinigt, stel ik daar dat tegenover' is nu vaak de teneur. Men probeert de pijn te verdelen, in plaats van actie te ondernemen via de OR of de pers.''

Het hoofd op het hakblok leggen – zo vat Oomen de huidige opstelling van veel werknemers samen. Het gevolg is volgens hem dat mensen in tweestrijd komen, omdat ze beseffen dat hun coöperatieve opstelling ook tot hun eigen ondergang kan leiden. Oomen: ,,En dus gaan werknemers elkaar minder vertrouwen, worden ze neerslachtig of krijgen ze ziekteklachten – problemen die ze niet kunnen uiten omdat dat weer in hun nadeel kan werken.''

Wie hulp verwacht van de Ondernemingsraad komt tegenwoordig ook bedrogen uit. Een rondgang wijst uit dat de populariteit van het OR-lidmaatschap de afgelopen maanden is afgenomen, zeker onder personeel met `groeipotentieel', zoals een ingewijde het noemt. ,,Werknemers zijn toch wat voorzichtiger geworden, vooral in sectoren die van oorsprong geen kritische cultuur kennen, zoals het verzekeringswezen en de autobranche'', zegt Rolf Marselis, senior manager van het Bureau Economische Argumentatie, een aan KPMG gelieerd bureau dat ondernemingsraden van advies voorziet tijdens reorganisaties, fusies en overnames.

In functioneringsgesprekken is het OR-lidmaatschap volgens de senior manager ,,een negatieve factor''. `U was het laatste jaar nogal vaak afwezig', wordt er niet zelden opgemerkt, doelend op de verplichte OR-bijeenkomsten. Directe reden voor ontslag is het OR-lidmaatschap niet, denkt Marselis. Maar bedrijven gebruiken het wel als `objectivering' voor lastige werknemers die ze toch al kwijt wilden.

Toch is niet iedereen even zwartgallig. Bij de vakcentrale voor midden- en hoger personeel (MHP) wijst men op de toegenomen mondigheid van werknemers en hun hogere scholingsgraad – die zou voorkomen dat hun rechten met voeten worden getreden. Voorzitter Ad Verhoeven: ,,Het is waar dat werknemers niet meer het onderste uit de kan halen. Maar die schroom komt eerder voort uit liefde voor het bedrijf – ik zal maar geen loonsverhoging vragen, want we hebben het al zo moeilijk – dan uit angst voor ontslag.'' Er is dan wel sprake van een recessie, zegt hij, maar die laat zich nauwelijks vergelijken met de recessies aan het einde van de jaren zeventig en het begin van de jaren negentig; het aantal tweeverdieners is spectaculair toegenomen, de vermogenspositie van bedrijven is beter, de overheidsschuld is lager en de rente staat op een historisch dieptepunt. ,,Van paniek of achterdocht is echt geen sprake'', verzekert hij. ,,Ik vind het een vorm van doemdenkerij. En u weet wat ze van doemdenkerij zeggen: dat leidt op den duur tot self fulfilling prophecies.''