Minister wil meer commercie op de universiteit

Minister Van der Hoeven (Onderwijs, CDA) wil dat universiteiten meer geld gaan inzetten voor het oprichten van bedrijven. Dat heeft de minister vandaag gezegd tijdens een conferentie over innovatie in Den Haag.

De minister zei dat ze het mogelijk wil maken dat universiteiten een deel van de zogeheten eerste geldstroom kunnen gebruiken voor het oprichten van bedrijven. Daarvoor wil ze eventueel de wet aanpassen. Tot nu toe is de eerste geldstroom primair bedoeld voor onderwijs en onderzoek. Het is veruit de belangrijkste inkomstenbron van universiteiten, en afkomstig van de overheid. In 2001-2002 ging het om 2,3 miljard euro. Daarnaast is er nog een tweede en een derde geldstroom. Die bedroegen in 2001-2002 samen 1,1 miljard euro. Eerder kondigde de minister aan dat ze onderzoeksgroepen die het internationaal goed doen, extra wil gaan belonen.

Het plan van Van der Hoeven moet ertoe leiden dat universiteiten meer van hun kennis vercommercialiseren, in bedrijven. Dat past in het streven van Europa om in 2010 de meest concurrerende kenniseconomie ter wereld te zijn. Binnen Europa wil Nederland tot de top behoren. Drie weken geleden is daarvoor onder meer het Innovatieplatform opgericht, waarvan minister-president Balkenende voorzitter is.

Tijdens de bijeenkomst presenteerden bedrijven en universiteiten een actieplan om de innovatie in Nederland te stimuleren. Elektronicabedrijf Philips, chemieconcern DSM en computerbedrijf IBM gaan hun onderzoeksterreinen openstellen voor startende technologiebedrijven. De drie technische universiteiten – uit Delft, Eindhoven en Enschede – beginnen een trainingsprogramma voor startende ondernemers. Daarnaast gaan leden van het Forum voor Techniek en Wetenschap, die de innovatie-bijeenkomst in Den Haag organiseerde, starters individueel begeleiden. In dat forum zitten circa tachtig mensen uit het bedrijsleven en de universiteiten.

Van der Hoeven zegt niet bang te zijn dat haar plan met name gunstig is voor de meer technisch gerichte universiteiten en startende technologiebedrijven.