Megawati zwijgt over de echte problemen

President Megawati heeft haar verlegenheid overwonnen. Ze zegt nu wat ze denkt. Het stelt de Indonesiërs niet gerust.

Toen president Megawati Soekarnoputri gisteravond in New York het spreekgestoelte van de Verenigde Naties beklom, spitste de Algemene Vergadering de oren. Volgens oud-minister van Buitenlandse Zaken Ali Alatas, diplomatiek adviseur van Megawati, wordt er tegenwoordig beter naar Indonesië geluisterd ,,omdat wij zowel slachtoffers als serieuze bestrijders zijn van terreur''. Megawati is nu twee jaar president en in die tijd heeft het land zijn leven gebeterd. Terroristen worden opgejaagd, opgepakt en zelfs ter dood veroordeeld.

In de ogen van de wereld heeft Megawati het niet slecht gedaan, maar die welwillendheid is deels te danken aan bijziendheid. Sinds de regering-Bush de mondiale staat van beleg uitriep, worden leiders vooral beoordeeld op rust en orde in hun landen en op hun bijdrage aan de oorlog tegen het terrorisme. De vraag of zij politiek geweld ook bij de wortels aanpakken – massawerkloosheid, corruptie – wordt minder indringend gesteld. Op dat stuk zijn de Indonesische resultaten ook minder tastbaar.

Opinieonderzoek in Indonesië is onbetrouwbaar. De meeste peilingen zijn telefonisch en zo valt het dichtbevolkte platteland van Java buiten het blikveld van de onderzoekers. Toch geeft het te denken dat de ooit zo populaire Megawati in nagenoeg alle polls op verlies staat. Volgend jaar mogen de Indonesiërs voor het eerst rechtstreeks hun staatshoofd kiezen en het staat allerminst vast dat de zittende president dan met de winst gaat strijken. Arbi Sanit, analist van de Universitas Indonesia, schat dat Megawati's Strijdende Partij voor Indonesische Democratie (PDI-P) 10 procentpunt zal inleveren op het resultaat van 1999 (35 procent).

Megawati (56), oudste dochter van Vader des Vaderlands Soekarno, werd in 1999 vice-president en volgde in juli 2001 de afgezette president Wahid op. Zij gaf de zwaarste departementen aan oud-militairen en technocraten, en verdeelde de rest onder de grootste politieke partijen. Het vice-presidentschap werd gegund aan de leider van de grootste moslimpartij.

Dat schiep evenwicht en voorkwam dat met de economie en de binnenlandse veiligheid partijpolitiek werd bedreven. Megawati heeft groot vertrouwen in de superministers die deze twee beleidsterreinen coördineren: de gepensioneerde generaal Susilo Bambang Yudhoyono en de gewezen hoogleraar economie Dorodjatun Kuntjoro-Jakti. Beiden hebben resultaten geboekt. Er kwam een einde aan de bloedige botsingen tussen moslims en christenen in Midden-Sulawesi en de Molukken, en na de bomaanslagen op Bali in oktober vorig jaar werd de jacht op terroristen geopend.

Dorodjatun c.s. stabiliseerden de koers van de roepia, drukten de hoge rentestand en verminderden zowel de inflatie als het beslag van de schuldaflossing op de exportinkomsten. Toch is Indonesië op de ranglijst van investeringsvriendelijke landen teruggevallen naar de achterhoede. Dat komt door aanslagen, maar vooral door rechtsonzekerheid en corruptie.

Zo gelukkig als Megawati's keuze van Dorodjatun en Susilo was, zo ongelukkig waren haar benoemingen bij Justitie. Procureur-generaal Muhammad Abdul Rachman komt uit het notoir corrupte OM-apparaat en was binnen de kortste keren betrokken bij een onroerendgoedschandaal. De rechterlijke macht blijft omkoopbaar. Opperrechters die zijn beschuldigd van corruptie gaan vrijuit. Akbar Tandjung, de in hoger beroep wegens corruptie veroordeelde parlementsvoorzitter, blijft hangende zijn cassatieverzoek op vrije voeten – en op zijn post.

De macro-economische stabiliteit wordt internationaal geprezen, maar omdat investeringen uitblijven en de beroepsbevolking jaarlijks 2 procent groeit, is de werkloosheid gestegen tot 10 procent; ruim 10 miljoen Indonesiërs. Zij zijn aangewezen op nog werkende familieleden en die kampen met prijsstijgingen waarbij de lonen ver achterblijven. Die combinatie van werkloosheid en corruptie is sociale springstof. De radicale marge van Indonesië's grote moslimgemeenschap laat niet na te beklemtonen dat invoering van de islamitische wet het enige antwoord is op de graaizucht van de elite.

Die graaizucht wordt vooral botgevierd door PDI-P-notabelen. Kwik Kian Gie, voorzitter van het Nationale Planbureau en een partijgenoot van Megawati, noemde de PDI-P eerder dit jaar ,,de meest corrupte partij van het land''. De verkiezingsoverwinning van 1999 leverde landelijk en regionaal veel meer zetels op dan de partij kon bezetten met geschoolde kaderleden. Die winst verleidde bovendien menig bureaucraat met dienstjaren onder Soeharto's autoritaire bewind te deserteren uit diens politieke vehikel Golkar. Zo raakte de voordien oppositionele PDI-P besmet met het virus van machtsmisbruik en zelfverrijking. Ingewijden noemen Megawati's ondernemende echtgenoot, Taufik Kiemas, de `Eerste Ritselaar'. Volgens een oud-minister uit het kabinet-Wahid gaat Taufiks echtgenote niet vrijuit en zou ze gevoelig zijn voor cadeautjes.

Megawati is van nature verlegen. In het verleden putte ze zekerheid uit de genegenheid van haar volgelingen en uit het charisma van haar overleden vader. Haar optredens bleven beperkt tot het toespreken van haar aanhang. Als president was ze aanvankelijk moeilijk te verleiden tot spreken in het openbaar, maar twee jaar aan de macht hebben haar de moed gegeven te zeggen wat ze denkt. Vorige week klaagde ze dat ze `hoofdpijn' kreeg van de staatszaken en dat Indonesiërs ,,geen discipline kunnen opbrengen en moeilijk ergens hun schouders onder zetten''. Geen woord over werkloosheid. In een zeldzaam interview met het dagblad Kompas verweet ze haar volk ,,gebrek aan nationale trots en fatsoen''. Dat ze niet doelde op de corruptie blijkt uit processen tegen twee journalisten die de draak met haar hadden gestoken. Een hoofdredacteur werd veroordeeld tot vijf maanden cel en zijn redactiechef hoorde een jaar tegen zich eisen.