Laat wereld niet over aan klunzen

Het unilateralisme is uitgelopen op een multilateraal handgemeen, een chaotisch duwen en trekken om de macht, waarop Washington zijn greep verliest. Als er een prijs bestond voor de grootste kluns onder de politici, zou die dit jaar gaan naar president Inácio Lula da Silva van Brazilië.

Zijn regering is, meer dan alle andere, verantwoordelijk voor de mislukking van het handelsoverleg in Cancún. Velen hebben daar schuld aan, maar Brazilië spant de kroon. Het heeft zonder meer een sfeer van confrontatie tussen Noord en Zuid in de hand gewerkt die zó uit de jaren zeventig van de vorige eeuw lijkt te stammen. Lula moet toch nog weten dat het beleid en de frasen van die jaren hebben geleid tot het `verloren decennium' van Latijns Amerika: tien jaren van stagnatie en armoede.

Volgens een schatting van de Wereldbank zou een geslaagde overeenkomst om de invoerrechten te verlagen, het bruto binnenlands product van de hele wereld tot 2015 met 500 miljard dollar hebben verhoogd. Daarom was de obstructietactiek van de grote ontwikkelingslanden – Brazilië, India, Nigeria – zo contraproductief. Uiteindelijk verschaft iedere overeenkomst die de heffingen door rijke landen omlaag brengt, de armen enige toegang tot die reusachtige markten.

Bij de vorige wereldwijde handelsovereenkomst, die in 1994 in Uruguay is gesloten, hebben de rijke landen hun heffingen met ongeveer 20 procent verlaagd. Deze keer zat het erin dat zij de geldende maximumheffingen met zo'n 50 procent zouden verlagen.

Hiermee wil ik de Verenigde Staten en de Europese Unie niet vrijpleiten – die hebben de laatste tijd zo hun eigen onderscheidingen voor broddelwerk verdiend. Zij hebben koppig geweigerd een compromis te sluiten over hun gigantische landbouwsubsidies. In feite hebben de Verenigde Staten – dat wil zeggen de regering-Bush van de `vrije markt' – de afgelopen twee jaar de landbouwsubsidies en de invoerrechten op staal verhoogd. De Europese Unie bleek nóg minder van plan haar programma's ter ondersteuning van de boeren in te perken. Gezien de mooie praatjes van Europa over medeleven met de Derde Wereld was dat voor veel vertegenwoordigers van arme landen wel bijzonder zuur.

De wereld kampt dezer dagen in bijna alle belangrijke aangelegenheden met een gebrek aan leiding. Kijk eens wat er de afgelopen week behalve het fiasco in Cancún – de grootste tegenslag voor de vrijhandel in tientallen jaren – nog meer gebeurd is. De Verenigde Staten en belangrijke Europese landen begonnen weer te bakkeleien over Irak, en het ziet er niet naar uit dat daar eendrachtig aan de opbouw van de democratie zal worden gewerkt.

Kofi Annan dringt aan op een radicale herstructurering van de Verenigde Naties om te voorkomen dat die volkomen irrelevant worden. Het Zweedse `nee' tegen de euro illustreerde weer eens dat de Europese Unie maar niet kan beslissen of zij eruit wil zien als een nationale staat of als een multilaterale groep.

Op verschillende terreinen raken belangrijke instellingen en bondgenootschappen die de internationale vrede en welvaart in stand hebben helpen houden, in verval. Samenwerkingsverbanden worden sleets, nieuwe conflicten steken de kop op. De wereldorde waaraan wij de afgelopen halve eeuw gewend zijn geraakt, brokkelt geleidelijk af.

Voor een deel is dit onvermijdelijk. De na 1945 opgerichte instellingen raken steeds meer achterhaald – zij zijn opgezet in een ander tijdperk, met andere oogmerken. Ten dele is het ook een kwestie van een spectaculair, overal ter wereld in het oog lopend gebrek aan goede leiders. Het ernstigste vacuüm in de leidende posities doet zich voor in de Verenigde Staten. Zij bezitten als enig land de macht om stelsels die tot mondiale vrede en welvaart kunnen bijdragen te repareren of te vernieuwen. Dit is hét moment. Maar de invloedrijke hardliners in de regering-Bush staan lijnrecht tegenover iedere gedachte aan internationale samenwerking.

Na afloop van de oorlog in Irak versmaadde de regering-Bush iedere vorm van oprechte samenwerking met de wereld. Zij veegde de VN de mantel uit en verklaarde dat legitimiteit slechts te realiseren viel door Irak terug te geven aan de Irakezen. Nu hebben de Europeanen, die van iedere deelneming werden uitgesloten, besloten Washington aan zijn woord te houden – zij willen de overdracht van Irak nóg sneller laten verlopen.

Vooraanstaande Irakezen zijn daar gretig op ingegaan en maken nu gemene zaak met de Europeanen. Het unilateralisme is dus uitgelopen op een multilateraal handgemeen, een chaotisch duwen en trekken om de macht, waarop de Verenigde Staten hun greep verliezen. Dat is slecht voor Irak, slecht voor de VS en slecht voor de vooruitzichten op internationale samenwerking. Je kunt alleen maar hopen dat men eruit zal leren hoe de volgende crisis in het buitenlandse beleid níet moet worden aangepakt.

Fareed Zakaria is columnist van Newsweek. © Newsweek