Geen gemeengoed

De verdeeldheid over Irak blijft groot, maar de toon van de diverse landen en hun leiders is gematigder geworden. Dat is kort samengevat de stand van zaken binnen de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties na de toespraken gisteren voor de Algemene Vergadering van de VN van onder anderen president George Bush en president Jacques Chirac. Ze verschillen allerhartelijkst van mening, of, zoals de Franse krant Le Figaro vandaag onnavolgbaar kopt: Chirac-Bush, l'heure de la divergence cordiale. Hoe welbespraakt ook gemaskeerd, hun fricties over de VN-rol in Irak en het tempo van de machtsoverdracht aan de Irakezen staan een doorbraak in de Veiligheidsraad in de weg. Het kan nog lang duren voordat hierover een nieuwe VN-resolutie wordt aangenomen die meer is dan een tandeloos compromis. Dat is te betreuren, gezien de urgentie om de chaos in Irak multinationaal aan te pakken.

Van een Amerikaans gebaar naar de wereldgemeenschap was gisteren geen sprake. Bush vroeg de VN om `assistentie' bij de pacificatie van Irak. Hij bleef zijn unilaterale oorlog verdedigen. Deze onverzoenlijke houding doet het misschien goed bij een deel van het Amerikaanse publiek, maar brengt een oplossing van de problemen in Irak niet dichterbij. De VN zijn niet het wondermiddel voor alle naoorlogse kwalen die de Amerikanen en het wankele Iraakse bestuur treffen. De volkerenorganisatie beschikt echter wèl over de legitimiteit die nodig is om de politieke en bestuurlijke wederopbouw een fundament te geven. Voorlopig heerst in grote delen van Irak anarchie. Ongetwijfeld werken de Amerikanen hard aan de bestrijding daarvan, maar het resultaat is er niet naar. Pacificatie en democratisering van door oorlog getroffen staten vergt een immense hoeveelheid aandacht en geduld. De Verenigde Naties hebben aangetoond dat ze bereid zijn om hierin langdurig te investeren. Dat de Amerikanen in Irak voorlopig de eerste viool willen blijven spelen is begrijpelijk. Dat ze de VN niet aanzienlijk meer ruimte gunnen, keert zich steeds meer tegen hen politiek, financieel en militair. De gematigder toon tussen Bush en Chirac biedt enige hoop. Van een eindbod voor de onderhandelingen over de nieuwe resolutie is bovendien geen sprake. De gesprekken zijn gisteren in feite pas echt begonnen.

Een principieel punt sneed VN-chef Kofi Annan aan in zijn rede voor de Algemene Vergadering. Hij wees met recht op de precedentwerking van een eenzijdig afgekondigde, preventieve oorlog. De VN-Veiligheidsraad zal zich, nu Was-hington dit taboe met zijn actie tegen Irak heeft doorbroken, volgens Annan moeten beraden over toekomstig gebruik van preventief geweld door staten tegen vermeende dreigingen. Het zal moeilijk zijn hierover consensus te verkrijgen. De VS hebben nieuwe uitgangsunten geschapen, hoe afkeurenswaardig die ook volkenrechtelijk zijn. De essentie van wat zou mogen en niet meer toelaatbaar is, ligt in het woordgebruik. `Anticiperende zelfverdediging' bij een acute en tastbare dreiging moet zonder goedkeuring van de VN mogelijk zijn. Unilateraal, preventief oorlogvoeren – met een neologisme ook wel preëmptief genoemd – is echter duidelijk een stap te ver. Hoe de Veiligheidsraad er ook over zal denken: deze doctrine kan maar beter geen gemeengoed worden.