Fluwelen cidersoep met kaas

Tijd voor een bijzondere herfstsoep. Pel en snipper het sjalotje. Smelt 50 gram boter in een ruime pan. Fruit daarin zachtjes de snippers sjalot ongeveer twee minuten lang, tot ze glazig zijn. Doe er al roerend de bloem bij. Laat het mengsel twee minuten pruttelen op laag vuur. Giet geleidelijk en steeds roerend de cider in de pan. Voeg laurier, foelie en bouillontablet toe. Laat de soep een klein kwartier zacht koken. Maak intussen het garnituur. Verwijder de korsten van het brood. Snijd het brood in blokjes. (U kunt ook een rest oud stokbrood of ciabatta gebruiken.) Verhit 10 gram boter in een koekenpan en bak hierin de spekjes knapperig. Schep ze uit de pan en laat ze op keukenpapier uitlekken. Bak de blokjes brood in het spekvet rondom bruin. Schep ze op keukenpapier. Schil de appel, verwijder het klokhuis en snijd het vruchtvlees in blokjes. Besprenkel die met citroensap om verkleuren te voorkomen. Smelt het laatste klontje boter in de koekenpan en bak hierin de stukjes appel goudgeel. Schep ze op een bord. Haal het eventuele laurierblad of stukje foelie uit de soep. Doe de kaas in porties bij de soep en roer tot de kaas gesmolten is. Ik koos voor boerenkaas, maar u kunt bijvoorbeeld ook gruyère of emmentaler gebruiken. Breng de soep met weinig zout (want kaas is al zout) en peper op smaak. Roer tot slot de slagroom door de soep. Die moet op kamertemperatuur zijn. Komt de room rechtstreeks uit de koelkast, schep er dan eerst een paar lepels soep door om de temperatuur te verhogen. Aan tafel strooit u over de soep het garnituur van spekjes, croutons en appel.