Een vrouw! In Bagdad! Gewoon op straat!

Te midden van alle geweld zien de Irakezen ook een heleboel redenen tot tevredenheid.

Het loopt tegen de namiddag als een groene, gedeukte auto met gierende banden door de wegblokkade achter het Palestine hotel in Bagdad scheurt. De twee bewakers – jongens van vijftien met baseballpetjes – beginnen direct als gekken te schieten. Beiden missen. Omstanders duiken op de grond, want bestuurders die bevelen negeren in de Iraakse hoofdstad hebben meestal weinig goeds in de zin. Ongeschonden stopt de auto plotseling midden op de parkeerplaats en twee bezwete mannen klauteren eruit. Het blijken geen terroristen met een autobom, maar carjackers die in een taxi werden achtervolgd door de eigenaar van de wagen die ze zojuist hadden geroofd. Onder het toeziend oog van de tientallen buitenlandse journalisten die in het hotel verblijven wordt het duo afgevoerd. Later is het Groot Nieuws op CNN. Het beeld van Bagdad als gevarenzone wordt andermaal bevestigd.

Maar er mag dan veel geweld zijn in Irak, veel bewoners van de hoofdstad merken ook de voordelen van de Amerikaanse interventie.

Langs de Karada Kharej, Bagdads belangrijkste winkelstraat voor elektronica, staan de koelkasten en tv's langs de weg opgestapeld. Voorbijgangers staren naar Sony Giga-tv's met schermen van meer dan een meter doorsnee of twijfelen over de aanschaf van Turkse airconditioningsets.

In een van de winkels zit Abdel Ali Amir achter zijn bureau. Hij is tevreden, want de markt is na de Amerikaanse inval een stuk eerlijker, vindt hij. ,,Alle handelaren hebben nu gelijke kansen en er zijn meer spullen verkrijgbaar.'' Voor de oorlog was de import van luxe goederen in handen van een klein groepje regeringsgetrouwen. ,,Die bepaalden de prijzen en dan ging er ook nog eens belasting overheen.'' Gevolg: een aircoset, een basisbehoefte in Irak waar het ook nu nog warmer dan 40 graden is, kostte 600 dollar. ,,Die verkoop ik nu voor de helft van de prijs omdat er geen `tussenpersonen' meer aan te pas komen.''

Amir kan het internationale nieuws over zijn land niet aanzien. Het gaat alleen maar over narigheid in Irak en volgens de winkelier valt het allemaal best mee. Vooral de – zojuist door de overheid geschorste – Arabische zenders maken hem woest. ,,Gisteren had Al-Jazira een programma van drie uur lang over Iraakse vrouwen die hun huis niet meer uit zouden durven. Wat een onzin!'' Een van de klanten valt hem op luide toon bij en zegt dat ze zich daar ook zo boos over heeft gemaakt. ,,Kijk naar mij?! Wat ben ik? Juist; een vrouw! Gewoon op straat. Geen enkel probleem.'' Ze is met haar man op koopjesjacht. Tv en satellietontvanger hebben ze al. Nu de airco nog.

Vervolg GOED NIEUWS: pagina 5

GOED NIEUWS

'Het wordt hier alleen maar beter'

,,Mijn man en ik zijn gepensioneerd en kregen een staatspensioen van anderhalve dollar per maand. Van de Amerikanen hebben we al zeker 100 dollar gehad. Het wordt hier alleen maar beter.'' De eigenaar van de winkel is het helemaal met haar eens: ,,Die aanslagen zien we alleen maar op tv'', zegt hij beslist.

De satelliettelevisie wel te verstaan, want binnen vier maanden lijkt de hele stad een schotel te bezitten, iets wat onder het regime van de Ba'ath-partij streng verboden was. Internetcafés, streng gecontroleerd door de Ba'athstaat, zijn nu op elke straathoek te vinden. Net als krantenverkopers: er worden nu meer dan 100 dagbladen uitgegeven, die kunnen schrijven wat ze willen zolang ze niet tot geweld aanzetten.

Als reactie op de breuk met het eenpartijsysteem zijn er de afgelopen maanden ongeveer 200 nieuwe politieke partijen opgericht in Irak. Dagelijks komen er meer bij. Ook is het land, dat sinds 1991 verdeeld was in het de facto onafhankelijke Koerdische noorden en het centraal geregeerde Irak weer één. Koerden reizen nu vrij door het hele land en Arabieren drijven handel in de noordelijke steden. Ook voor de shi'itische moslims heeft de omverwerping van Saddams regime plezierige gevolgen gehad: ze kunnen nu openlijk hun geloof belijden, en grijpen de sterfdag van alle belangrijke geestelijken aan om processies te houden. Daarnaast hebben ze een belangrijke stem in de door Amerikanen aangestelde regeringsraad.

Het is waar, de veranderingen zijn allemaal weinig waard als je 's nachts de deur niet uitkan wegens dieven en de avondklok, maar dat neemt niet weg dat veel inwoners van de hoofdstad blij zijn met hun nieuwe vrijheden.

De muren van de `tweedefaseschool voor meisjes' zijn bijna helemaal wit gemaakt, voor de oorlog waren ze vies bruin, zoals de meeste gebouwen in Irak. Het Amerikaanse bouwbedrijf Bechtel, hoofdaannemer voor de reconstructie van Irak, heeft contracten afgesloten met lokale schildersbedrijven om het Iraakse schooljaar over een week fris te laten beginnen. Tientallen leraren kijken in de eveneens gewitte lokalen examens van het vorige jaar na. De rectrix is naar de stad Tikrit overgeplaatst: ze was een nicht van Saddam Hussein. Met het vertrek van Iraks `Grote Oom' Saddam Hussein zijn ook de vakken `Nationale Cultuur', (de grondbeginselen van de Ba'athpartij), `Revolutie en het Volk' (de opkomst van de Ba'ath-partij) en `Olie en Strijd' (de nationalisering van de olie door de Ba'ath-partij) afgeschaft. ,,Die lessen vonden de meisjes toch niet leuk'', zegt Afaaf Abbas die de vakken jarenlang heeft onderwezen. Nu geeft ze nog geschiedenisles en geografie, waarvan de schoolboeken ook bol staan van de Ba'ath-ideologie. ,,Die stukken slaan we gewoon over'', zegt ze lachend. ,,Vanaf nu krijgen onze studentes les in échte vakken.''

Ali Jaber werkte bij de staatstelevisie en -radio als acteur en regisseur. In ieder uur radio dat hij maakte moest hij ten minste één keer verwijzen naar de `Grote Oom' en zijn heldendaden. Nu drinkt hij thee in het kunstenaarscafé met een ex-presentator. Na de oorlog werden alle omroepmedewerkers ontslagen door de Amerikanen. Jaber ook.

Toch, iedere keer als hij ziet dat een Amerikaans konvooi wordt aangevallen doet zijn hart pijn. ,,Deze mensen hebben ons bevrijd van een vreselijke dictatuur'', zegt Jaber. ,,Het belangrijkste is dat we nu vrij kunnen denken, discussiëren zonder dat er iemand meeluistert die het aan de geheime dienst kan doorgeven.'' De andere werklozen knikken instemmend. ,,Het gaat hier niet om een paar explosies, die heb je overal ter wereld. Dat is het werk van een kleine groep. De meeste Irakezen zijn de Amerikanen eeuwig dankbaar.''

Volgens Jaber heeft het hoge verwachtingspatroon van veel Irakezen te maken met de huidige onvrede. ,,Ze dachten dat met de komst van de Amerikanen de straten in goud zouden veranderen. Het is nu duidelijk dat de opbouw van Irak tijd gaat kosten. Over een paar maanden kunnen ook wij weer aan de slag: dat hebben de Amerikanen beloofd.''