Dollar, Doha, Dubai

De wereldeconomie is in de greep van de drie d's: dollar, Doha en Dubai. De dollar begon deze week met een flinke daling. De Doha-ronde van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) liep ruim een week geleden spaak. En in Dubai aan de Golf kwamen afgelopen weekeinde de ministers van Financiën van de Groep van Zeven, de machtigste industrielanden, bijeen.

De Doha-ronde is ten prooi aan totale verlamming, nadat de WTO-bijeenkomst in de Mexicaanse badplaats Cancún onverrichter zake opbrak. Geen van de hoofdrolspelers van het internationale handelsoverleg was bereid om tot zaken te komen. Voor het voortbestaan van een levensvatbare WTO, de toezichthouder op het wereldwijde handelssysteem, wordt gevreesd. In Dubai bogen de ministers van de Groep van Zeven zich over de wisselkoersen, met name die van de dollar. De Amerikaanse regering streeft naar een dollardaling ten opzichte van de grote Aziatische munten, de Japanse yen en de Chinese yuan. Veelzeggend was dat de Chinese minister van Financiën bij de G-7 mocht aanschuiven. In de verklaring van de G-7 gewoonlijk slaapverwekkende verwijzingen naar het belang van stabiele wisselkoersen stond dat flexibeler koersen gewenst zijn om het proces van internationale economische aanpassingen te vergemakkelijken.

Er bestaan op het ogenblik drie grote onevenwichtigheden in de wereldeconomie. Ten eerste leven de Verenigde Staten ruim boven hun stand. Amerikaanse bedrijven, burgers en de overheid samen geven veel meer uit dan ze verdienen en sparen; de tekorten worden gefinancierd door kapitaal uit de wereld aan te trekken. Ten tweede maken de snelgroeiende Aziatische landen – vroeger Japan, tegenwoordig China – opzettelijk gebruik van hun goedkope munt om hun exporten te bevorderen. De dollars die ze met exporteren verdienen (een kwart van het Amerikaanse handelstekort is met China) sluist de Chinese centrale bank terug door op Amerikaanse staatsleningen in te tekenen. Ten derde staat de economische motor van de Europese Unie stil. Europa worstelt met aanpassingen van de verzorgingsstaat en vergrijzing.

In de beeldspraak van de topeconoom van het Internationale Monetaire Fonds, Ken Rogoff, is de wereldeconomie een vliegtuig dat wordt voortgestuwd door één motor en het gevaar loopt te moeten landen op één wiel. Een crash kan worden voorkomen door sterkere Europese groei, opwaardering van de Aziatische munten (met name de yuan) en grotere Amerikaanse besparingen. Maar het schiet niet op met de overeenstemming over deze mechanismes, die het aanpassingsproces soepel moeten laten verlopen. De Amerikanen hebben hun aloude dollardiplomatie weer van stal gehaald. Met politieke wisselkoersmanipulatie zijn slechte ervaringen opgedaan in de jaren zeventig en tachtig. Het risico van een plotselinge koersdaling – en daarmee ontreddering van de financiële markten en een scherpe economische inzinking – is groot. De politieke ruzies over het wisselkoersbeleid kunnen hoog oplopen, zeker als het vermengd raakt met handelsprotectionisme en verkiezingsopportunisme. Het spookbeeld van de jaren dertig van de vorige eeuw met protectionisme en devaluaties is nog niet terug. Laat het vooral wegblijven.