David Bowie

Na een stroevere periode, begin jaren negentig, zit Bowie nu weer op een strak werkschema van één cd per jaar – net als in zijn gloriedagen in de jaren zeventig. Het is alsof Bowie, als hij eenmaal op stoom is, de beste platen maakt. Na de vorige, Heathen (2002), is ook de nieuwe cd Reality een hartverwarmende plaat, met liedjes die uit Bowie's hele carrière afkomstig hadden kunnen zijn. Zo is Looking For Water een Motown-stamper die op Let's Dance had kunnen staan, en doet She'll Drive The Big Car denken aan de bezwerende stijl van Heroes.

De flirts met eigentijdse genres, zoals met drum&bass-ritmes op Outside, zijn hier verdwenen. Bowie vaart een eigen koers en leidt zijn band tot grote hoogte: er wordt subtiel begeleid met soms gebruik van merkwaardige, didgeridoo-achtige geluiden. De stijl is vloeiend en gesmeerd dankzij de synthetische geluiden die tussen de twinkelende gitaarnoten door lijken te sijpelen.

Bowie klinkt minder ongenaakbaar dan vroeger. Zijn stem is wat weifelender en zijn teksten persoonlijker. Van een bijna-alien is hij definitief een mens geworden.

David Bowie. Reality (Columbia 512555)