Bod van Argentinië

De Argentijnse regering heeft obligatiehouders gevraagd een korting van 75 procent te accepteren als onderdeel van de sanering van een achterstallige schuld van 94 miljard dollar. Dat is in ieder opzicht een verbijsterend hoog percentage. Ecuador en Rusland hebben een korting van 50 procent bedongen op hun achterstallige obligaties, en het gemiddelde verlies dat beleggers lijden bij bedrijfsschuldsaneringen is ongeveer 55 procent.

De bezitters van Argentijnse staatsobligaties zijn uiteraard in alle staten. Voor sommigen is het voorstel aanleiding om met rechtszaken te dreigen. De snelheid waarmee ze nu reageren toont aan dat ze zich goed hebben georganiseerd sinds Buenos Aires twee jaar geleden zijn betalingsverplichtingen niet kon nakomen. Argentinië heeft sindsdien trouwens ook geen cent van de verschuldigde rente van 11 miljard dollar afgelost. Toch is het voorstel van de Argentijnse regering weinig verrassend.

Een blik op de cijfers laat zien waarom. Argentinië heeft in zijn jongste overeenkomst met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) beloofd een primair begrotingsoverschot (vóór renteafdracht) aan te houden, dat overeenkomt met 3 procent van het bbp. Die overeenkomst loopt door tot 2006. Tegen die tijd zal het overschot zo'n 5,3 miljard dollar bedragen. Als Argentinië erin slaagt een rentepercentage van 10 procent over zijn gesaneerde schuld te bedingen, houdt dat in dat het land 53 miljard dollar aan schuld kan dragen. Als je daar de 30 miljard dollar van aftrekt die Argentinië het IMF verschuldigd is, blijft er 23 miljard dollar over – bijna een kwart van de waarde van zijn achterstallige commerciële schuld. Dat is dus de reden waarom de obligatiehouders een korting van 75 procent moeten accepteren.

Maar wacht eens even. Waarom ondergaat het IMF niet eenzelfde behandeling? Als je de 30 miljard dollar IMF-schuld optelt bij de 94 miljard dollar aan achterstallige obligaties, levert dat een totaal op van 124 miljard dollar. Als Argentinië zich slechts een schuld van 53 miljard dollar kan veroorloven, kan dat net zo makkelijk worden bereikt door iedereen een korting van 57 procent op te leggen.

Het idee spreekt de obligatiehouders wellicht aan en het IMF mag misschien ook wel eens een veer laten. Maar de harde opstelling tegenover de obligatiehouders heeft ook voordelen. In andere crisissituaties is het IMF ontwikkelingslanden te hulp geschoten, terwijl de privé-sector er zonder kleerscheuren vanaf kwam. Nu komt het IMF met de schrik vrij.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld.