Akkoord over status Hongaren

Roemenië en Hongarije zijn het eens geworden over de toepassing van de zogenoemde statuswet, de Hongaarse wet die is bedoeld om de Hongaarse minderheden in de buurlanden te helpen. Over die toepassing is lang geruzied. De premiers van beide landen, Péter Medgyessy en Adrian Nastase, ondertekenden gisteren in Boekarest een akkoord over de kwestie.

Het was aanvankelijk de bedoeling van de Hongaren, hun 3,5 miljoen volksgenoten in Roemenië, Slowakije, Servië, Oekraïne, Kroatië en Slovenië te helpen met tegemoetkomingen op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en gezondheidszorg. Vooral in Roemenië en Slowakije werd daar bezwaar tegen aangetekend, omdat die sociale tegemoetkomingen zouden neerkomen op positieve discriminatie van de minderheid en dus op negatieve discriminatie van de meerderheid. De Europese Unie was het daarmee eens. Naar aanleiding van die bezwaren nam het parlement in Boedapest in juni een aangepaste statuswet aan.

Het akkoord van gisteren brengt Hongarije en Roemenië op één lijn wat de implementatie van de statuswet betreft. De in Roemenië wonende Hongaren krijgen identiteitskaarten die in Hongarije worden uitgegeven en ook alleen daar geldig zijn; ze mogen niet op paspoorten lijken. Financiële hulp voor Hongaarstalig onderwijs in Roemenië kan door de Hongaarse regering alleen aan instanties worden verstrekt – niet aan individuen. Boedapest kan individuen wel beurzen geven, maar in dat geval moeten daar ook etnische Roemenen voor in aanmerking komen. ,We hebben na tweeënhalf jaar een bron van spanning opgeruimd'', zo stelde gisteren de Roemeense premier Nastase tevreden. ,,Dit akkoord schaft definitief alle elementen af die discrimineerden en die in strijd waren met de Europese wetgeving.''

Over een ander punt werden Medgyessy en Nastase het gisteren niet eens: het zogenoemde vrijheidsbeeld in Arad. Dat beeld eert de dertien Hongaarse generaals die in 1848 deelnamen aan de Hongaarse opstand tegen het Habsburgse bewind en die om die reden in Arad werden geëxecuteerd. Het standbeeld werd in 1924, toen de Roemenen in Arad de dienst waren gaan uitmaken, verwijderd. De Hongaren in Transsylvanië èn in Hongarije willen dat het weer in het stadscentrum van Arad wordt neergezet. De Roemenen zien dat als een provocatie. Zij, aldus Nastase gisteren, willen het beeld hooguit in een `verzoeningspark' in Arad neerzetten. In dat park moeten zowel Hongaarse als Roemeense persoonlijkheden worden geeerd.