Welkom in het buffelkantoor

Het lukte niet mét Pim, maar zonder hem gaat het prima. Ook zijn eigen partij, de LPF, was nog een hinderlijk obstakel, maar nu die uitgeruzied in de touwen hangt, staat niets een eerste kabinet-Fortuyn meer in de weg.

De plannen van het kabinet om de sociale zekerheid aan te pakken, en met name een einde te maken aan het klaplopen op kosten van de gemeenschap, zijn de afgelopen dagen omarmd als een hoognodige, te lang uitgestelde sanering van de verzorgingsstaat. Niet om budgettair-financiële redenen, maar om ideologische en zelfs morele. Burgers moeten weer leren hun eigen boontjes te doppen.

In de eerste krantencommentaren werd die lading nog niet herkend, en werd er veilig gekoerst op het traditionele kompas bij aanstaande bezuinigingen: het kabinet had `geen visie'. Maar als eerste kwam het weekblad de Groene Amsterdammer tot de slotsom dat dit integendeel het meest ideologische kabinet was sinds kabinet-Den Uyl (1973-'77), met een moralistische visie op mens en maatschappij die bijna `een vergezicht van communistische allure' opent. Trouw zag de steven juist westwaarts gewend naar `het Amerikaanse model', met een daverende nadruk op persoonlijk initiatief en verantwoordelijkheid.

Welke windrichting het ook opgaat, sommige denkers zijn altijd gevoelig voor ambitieuze koerswendingen, en het hoeft niet te verbazen dat in het programma Buitenhof zondag de publicist Paul Scheffer en de jurist Afshin Ellian nog tegen het kabinet opboden in daadkracht: ook zonder financiële kopzorgen was een aanpak van de verzorgingsstaat hard nodig. Immigranten bijvoorbeeld zijn `zieken', geproduceerd door de verzorgingsstaat, meent Ellian. De onderbenutting van het Nederlandse arbeidspotentieel is asociaal, aldus Scheffer. Die over zijn eigen arbeidsambiance in Vrij Nederland overigens ooit opmerkte: ,,Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen wel eens kribbig worden als ze mij opbellen en me midden op de dag horen roepen: goh, ik zit net naar Brahms te luisteren, ken je dat stuk? Dan voel je aan de andere kant van de lijn de verwelkte kamerplanten in de kantoortuin nog één keer hun kop heffen van ontzetting.'' Nou goed dan, namens alle verwelkte kamerplantjes van Nederland: welkom in het buffelkantoor, collega, het is goed voor je!

Maar de steun voor het kabinetsbeleid gaat verder dan intellectuele sympathie, en ook dat is geen wonder. De uitwassen van de verzorgingsstaat worden al decennialang besproken op verjaardagen en personeelsfeesten, iedereen kent wel een bijklussende arbeidsongeschikte of een prille doctorandus die liever tot half elf uitslaapt dan de handen uit de mouwen te steken. Kijk ook eens om je heen, op een mooie vrijdag. Eén blik op de blozende karavaan vroeggepensioneerden die in sereen tempo met fietstassen vol boterhammen door het land peddelt, en je hoeft je niet meer af te vragen of dit land wel optimaal met zijn beroepsbevolking omgaat.

Een herverkaveling van de vut-regelingen, of de WAO, en andere maatregelen die deelname aan het arbeidsproces ontmoedigen, is daarom helemaal niet zo gek, en kan vermoedelijk rekenen op brede steun, ook bij de achterban van linkse partijen die ze nu afdoen als een afbreuk van de beschaving.

Maar betekent dat nu ook werkelijk dat Nederland aan de vooravond staat van een dramatische `cultuuromslag', hetzij naar het communautaristische model met een inzet van het hele gezin voor de samenleving, hetzij naar het competitieve Amerikaanse individualisme? Het lijkt allebei overdreven. Hoezo bijvoorbeeld `Amerikaans model'? Het kabinet hamert wel voortdurend op eigen initiatief en verantwoordelijkheid van de burgers, maar blijft nadrukkelijk eisen en voorwaarden stellen aan de uitkomst. Zo wordt bij de inburgering gehamerd op de noodzaak Nederlandse normen en waarden te onderschrijven, zonder dat duidelijk wordt gemaakt welke dat dan zijn. Nederland is geen Amerika, een land dat is opgericht volgens wat we nu zouden noemen een `beginselprogramma'. Opvallend is bovendien, dat de aanjagers van de Leitkultur en harde inburgering van vooral islamitische allochtonen tolerantie eisen (op het intolerante af) voor liberale verworvenheden uit de jaren zestig die ze op andere fronten juist aan het bestrijden zijn. Concreet: nieuwkomers uit de Rif moeten homo's respecteren, maar met die Gay Parade mag het wel eens afgelopen zijn. Moslims moeten vrouwen gelijke rechten geven, maar als het even kan zou het mooi zijn als meer vrouwen weer op de kinderen gingen passen.

Een soortgelijke instabiliteit zit in de kabinetsplannen om vut-regelingen en pre-pensioenen aan te pakken. Iedereen zelf verantwoordelijk? Prima, maar mag ik dan ook zelf weten of ik op mijn veertigste, blakend van gezondheid, ophou met werken? En waarom zeuren over het ongetwijfeld marktconforme inkomen van een Ahold-bestuurder? Dát doen ze niet in `het Amerikaanse model'.

De onthutste geluiden over een ziekmakende verzorgingsstaat, die het kabinet presenteert als een eigen ontdekking, klinken in werkelijkheid al vanaf de vroege jaren tachtig, met vrijwel dezelfde accenten, en dezelfde morele oproep tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid als nu.

Twee verschillen met die tijd dringen zich op. Eén: er lijkt, eindelijk, een maatschappelijk draagvlak om zulke ingrepen uit te voeren. Waarbij de smaakmakers als vanouds weer doorslaan, alsof werkelijk níemand ooit nog met recht en reden aanspraak zou kunnen maken op per definitie ziekmakende – overheidssteun. Totaal achter de horizon verdwenen lijkt bij hen het idee dat ook werk `ziekmakend' kan zijn. De volgende logische stap in deze ideologische pirouette is het idee dat werknemers hun ziekte – ja, tenzij ze van een steiger vallen of onder een auto komen – aan zichzelf te wijten hebben, omdat werk, nu eenmaal, van zichzelf niet ziekmakend kán zijn. Dat komt, inderdaad, in de buurt van een communistische utopie.

Twee: de verzorgingsstaat wordt nu uitsluitend geassocieerd met `links' of met de sociaal-democratie. Ook dat is de eenzijdige erfenis van Fortuyn en zijn emotionele tirades tegen `de linkse kerk'. En ook dat is een vertekening van de werkelijkheid. In Nederland is de verzorgingsstaat het gezamenlijke product van sociaal-democraten en christen-democraten, waarbij de laatsten, in het centrum van de macht, doorgaans liever de eerste dan de tweede viool speelden. Balkenende moet nu niet doen of hij zelf een, moeizaam inburgerende, nieuwkomer is in de polder.