VWS wil dat instellingen op eigen benen leren staan

Alleen tijdelijke projecten die concrete, meetbare resultaten opleveren, krijgen nog subsidie van Volkgezondheid, Welzijn en Sport. Organisaties moeten ,,hun eigen broek ophouden''.

Het maatschappelijk werk voor kermis- en circusmedewerkers, de Federatie van klootschieters en kogelwerpers, de Gay & Lesbian Switchboard en de Pinkster Jeugd Beweging. Het zijn minder bekende voorbeelden uit de lijst van 130 instellingen die het binnenkort zonder rijkssubsidie moeten doen.

Maar ook bekendere organisaties ondervinden de gevolgen van het nieuwe subsidiebeleid dat minister Hoogervorst (Volksgezondheid, Welzijn en Sport, VVD) gisteren presenteerde. De Orde van Medisch Specialisten en de Nederlandse Judobond bijvoorbeeld behoren tot de driehonderd organisaties die op structurele basis een jaarlijkse bijdrage van het ministerie tegemoet konden zien. Dat gaat veranderen. Sportbonden, medische beroepsgroepen en landelijke jeugdorganisaties zullen allemaal op zoek moeten naar andere geldschieters. Sommige organisaties, zoals de Anne Frank Stichting, moeten hopen op subsidies van andere ministeries.

De maatregelen zijn ingegeven door bezuinigingen, maar moeten ook zorgen voor een geheel nieuwe inrichting van de subsidieverstrekking. Hoewel het nieuwe beleid nog verder inhoud moet krijgen, zijn ,,de contouren zodanig scherp'' dat Hoogervorst gisteren al bekend kon maken welke subsidies er in ieder geval niet meer onder vallen.

De achterliggende gedachte is dat het kabinet-Balkenende de eigen verantwoordelijkheid bij de burgers wil terugbrengen. Het ,,up-to-date houden van de sportinfrastructuur'' en de ,,organisatie van competities en kampioenschappen'' is geen verantwoordelijkheid van het ministerie meer, vindt Hoogervorst. Medici moeten hun eigen beroepsgroepen maar ondersteunen, waarbij de minister nog aantekende dat het ,,natuurlijk raar'' is om groepen te financiëren die soms, ,,bijvoorbeeld bij de onderhandelingen over tarieven voor medisch specialisten'' tegenover de regering staan.

Landelijke jeugdorganisaties zijn het slachtoffer van de wens de versnippering van subsidies terug te dringen. Het overgrote deel van deze 27 organisaties heeft volgens het ministerie namelijk dezelfde doelgroep (de jeugd), maar benadert die vanuit allerlei verschillende levensbeschouwelijke, voornamelijk christelijke, invalshoeken. Jeugd moet volgens Hoogervorst op lokaal niveau worden ondersteund. Hij zal de helft van de ingetrokken rijkssubsidie op dat gebied daarom doorsluizen naar lokale overheden.

VWS wil niet meer bijdragen aan het overeind houden van de genoemde instellingen. Volgens Hoogervorst hebben deze (semi)permanente subsidies ertoe geleid dat organisaties het ministerie als financier zien, in plaats van geld te zoeken bij de ,,eigen leden, achterban of de markt''. Instellingen moeten in het vervolg ,,de eigen broek maar ophouden'', meent Hoogervorst.

In de toekomst wil VWS alleen nog ,,in bijzondere gevallen'' subsidies verstrekken. Tijdelijke subsidies, voor maximaal drie jaar, zijn wel mogelijk, maar alleen voor afzonderlijke projecten. Daar moeten ook altijd anderen aan meebetalen: VWS wil per geval voor maximaal de helft van de kosten opdraaien. Een andere voorwaarde is dat minimaal 10 procent van het budget aan het verspreiden van opgedane kennis en ervaring wordt uitgegeven.

VWS wil ook dat subsidieaanvragers met betere, ook voor andere partijen interessante voorstellen komen. Daarvoor wil het ministerie een strenge inhoudelijke toetsing opstellen. Projecten die voor subsidie in aanmerking willen komen, moeten concrete, meetbare resultaten opleveren op de gebieden van ,,gezond en wel blijven'', ,,beter worden'' en ,,zorg voor kwetsbare groepen''.

Omdat er maar weinig geld is, ligt de prioriteit bij projecten die bijdragen aan betere en meer klantgerichte zorgvoorzieningen en het in stand houden van ,,de kennisinfrastructuur'' op het gebied van zorg. Ook het versterken van de positie van gehandicapten, chronisch zieken en vrijwilligers in de mantelzorg krijgt prioriteit. Risicojeugd, oorlogsgetroffenen, en herdenkingsorganisaties krijgen ,,specifieke aandacht''. Hoogervorst wil later dit jaar de nog abstracte definities verder invullen.

Het ministerie wil de toekenning en administratie van subsidies uit handen geven en onderbrengen bij organisaties die ,,in nauwe verbinding staan met de praktijk''. Hoe dat precies moet, is nog niet duidelijk, maar op het ministerie denkt men bijvoorbeeld aan nieuw op te richten, zelfstandige bestuursorganen.

Dat moet ook een einde maken aan de ,,vervlechting'' die Hoogervorst constateerde van zijn eigen ambtenaren met de door hen gesubsidieerde instellingen. Door jarenlange, soms innige banden met instellingen kregen ambtenaren de neiging zich te veel daarmee te identificeren, waardoor ze de subsidieaanvragen ,,onvoldoende kritisch'' bekeken.

De getroffen instellingen moeten op zoek naar andere geldschieters. Van het ministerie hoeven ze daarbij geen hulp te verwachten. Het verhogen van de contributie voor bijvoorbeeld sportbonden ligt voor de hand. Bij de medische beroepsgroepen zouden zorgverzekeraars een grotere rol kunnen gaan spelen, zegt een woordvoerder van VWS.

,,Het ligt niet echt voor de hand dat we die landelijke beroepsgroepen financieren'', zegt een woordvoerder van Zorgverzekeraars Nederland echter. Volgens hem is het waarschijnlijker dat individuele zorgverzekeraars op lokale schaal specifieke projecten ondersteunen, zoals dat nu ook al gebeurt, bijvoorbeeld bij avond- en weekenddiensten voor huisartsen.

De politieke partijen reageren verschillend. Regeringspartij CDA onderschrijft het terugbrengen van ,,de wildgroei aan subsidies''. Ook de VVD steunt in grote lijnen het beleid van de eigen minister, maar ,,claimt politieke ruimte'' om die anders te intepreteren dan Hoogervorst doet. ,,Ik heb al getroffen organisaties gezien die niet op de lijst thuishoren'', zegt Kamerlid Schippers (VVD). Welke dat zijn, wil ze niet zeggen. D66 wil de voorstellen verder bestuderen, maar zou het ,,heel slecht vinden'' als de bezuinigingen de sportdeelname van jongeren zou aantasten.

De ChristenUnie noemt de bezuinigingen ,,onbegrijpelijk''. De SP vindt dat Hoogervorst ,,het cement uit de samenleving haalt''. De PvdA begrijpt niet dat de minister ,,het verenigingsleven, een van onze belangrijkste cultuurkenmerken, aantast''.

Het is niet de eerste keer dat een ministerie subsidies schrapt. Zo hoorde Theatergroep De Appel drie jaar geleden dat zij zonder 230.000 euro rijkssubsidie verder moest. Na anderhalfjaar procederen tegen het rijk, waarbij het gezelschap dreigde zichzelf op te heffen, bestaat het nog. Maar het is niet makkelijk, zegt zakelijk leider Gerrit Diekstra. ,,Het gaat om zulke enorme bedragen, die kan je nooit structureel ergens anders vandaan halen.''

SPORTBONDEN: pagina 11