Vernieuwing Rijksmuseum kost ruim kwart miljard euro

Met de vernieuwing van het Rijksmuseum in Amsterdam zal tot 2010 een bedrag van 272,5 miljoen euro gemoeid zijn. Voor dat geld komt er een ondergronds plein van 4.000 vierkante meter en wordt het gebouw uit 1885 grotendeels in oorspronkelijke staat teruggebracht. Aan de achterzijde komen twee nieuwe gebouwen van architectenbureau Cruz y Ortiz.

Staatssecretaris Medy van der Laan (OCenW) heeft vandaag de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de vernieuwing van het Rijksmuseum. Het rijk neemt het leeuwendeel van de kosten voor zijn rekening; in 2000 was al besloten dat het museum zelf, met hulp van sponsors, voor ongeveer 45 miljoen euro moet zorgen.

Van der Laan schrijft dat de collectie tijdens de verbouwing, die tot 2008 duurt, zichtbaar blijft voor het publiek. Daarover had de Kamer eerder zorg geuit. Stukken uit de collectie zullen in diverse musea te zien zijn. Zo gaat een deel van de art nouveau-stukken naar Assen en zal in onder meer Dordrecht, Antwerpen en Maastricht werk te zien zijn. Verder organiseert het Rijksmuseum iedere herfst thematische exposities in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Een expositie van topstukken doet de VS en Japan aan.

Het bijgebouw aan de rechterachterzijde, de Philipsvleugel, wordt volgend jaar ingericht met hoogtepunten uit de Gouden Eeuw. ,,Dus De Nachtwacht, zilver en het poppenhuis,'' aldus directeur Ronald de Leeuw vandaag op een presentatie van de plannen in Amsterdam. Na de verbouwing wordt de Philipsvleugel geschikt gemaakt voor tijdelijke tentoonstellingen.

De collectie zal volgens De Leeuw na 2008 anders worden gepresenteerd. Niet langer met zalen vol zilver of aardewerk, maar in een chronologisch verhaal waarin kunst en kunstnijverheid in hun tijd worden geplaatst. Dat past volgens De Leeuw bij het idee van het museum als nationale schatkamer. Er komen op hogere etages aparte zalen vol bijvoorbeeld scheepsmodellen en zilverwerk, waar de breedte van de collectie zichtbaar is voor mensen met een meer dan toeristische belangstelling.

RIJKSMUSEUM: pagina 9