VAN VOD NAAR VINTAGE

Afval verbranden kost 10 cent, hergebruik van spijkerbroeken 6 cent per kilo. Verwerking van tweedehands kleding is niet meer het domein van de voddenman met bakfiets. Het is een grootschalige economische activiteit, met de charitas op de achtergrond.

Waar blijft de kleding die u niet meer draagt en daarom in de container op de hoek heeft gestopt? In Afrika of in een ontwikkelingsland van een ander continent, denkt u waarschijnlijk. Maar dat geldt maar voor een klein deel van uw overhemden en truien. De kans is groot dat ze ergens als poetslap eindigen, of als geluiddempend materiaal in opnamestudio's dienst doen.

Bij een grote kledingsorteerderij in Dordrecht begint de reis van oude kleren ná de kledingcontainer in een enorme loods. Een voetbalveld is er niets bij. Tot aan de nok zijn zakken met textiel opgestapeld. Tientallen vrouwen en een enkele man sorteren de kleren die de lopende band aanvoert. Kapotte spijkerbroeken gaan in een aparte bak, jurken of truien in andere. Wanneer de bakken vol zijn, merkt de ingebouwde robot dat. Hij brengt de inhoud naar een tweede afdeling.

Hier bekijken medewerkers de kleren kritischer. Ze scheiden dunne truien van wintertruien, spannende van oubollige. Het hippe spul gaat vervolgens nog eens naar een aparte ruimte. Met een vorkheftruck wordt er net een vrachtwagen geleegd. Ook hier scannen ze de kleding tweemaal. En wel zo grondig, dat er echt niets te selecteren overblijft. Er staan tonnen met alleen maar bontlaarzen erin, of jacks van Levi's, of tasjes met gouden glitters.

Kwam de kleding in tweedehands winkels twintig jaar geleden nog van oma's zolder of de voddenman, anno 2003 is de branche geprofessionaliseerd. De Dordtse kledingsorteerderij is eigendom van Ben Tingen (41). Tingen is een schoolvoorbeeld van de voddenman nieuwe stijl. Hij begon in 1985 op het Waterlooplein in Amsterdam gebruikte kleding te verkopen. Hij vertelt: ,,We kregen kleren in zakken die we ter plekke sorteerden''. Inmiddels gaat het er anders aan toe. Tingen heeft onder de naam Boer Groep een enorm bedrijf opgezet met tientallen BV's waar duizenden mensen werken. Deze BV's omvatten een enorm netwerk van nationale en internationale sorteerderijen en verwerkingsbedrijven. Winkeliers kopen bij hem in, zelf bezit hij ook tweedehands kledingzaken: `Episode' genaamd, voor het kleine percentage hip in de textielberg. Tweedehands is tegenwoordig modieus. De hippe bladen staan vol met deze `vintage' die in trek is bij een publiek dat zoekt naar unieke kleren en moe is van de bekende kledingketens. Er zijn Episodefilialen in Amsterdam en Rotterdam en sinds kort in Antwerpen en Londen. Tokio volgt. Tingen verklaart de opkomst van de tussenhandel: ,,Nederland en omringende landen werden milieubewust, bovendien groeide de markt''.

Er mag dan maar een klein percentage naar de hippe winkels gaan, dat betekent niet dat de rest terechtkomt in ontwikkelingslanden. Charitatieve instellingen als het Leger des Heils en Stichting Mensen in Nood verkopen de ingezamelde kleren anders dan nog wel eens wordt aangenomen – een deel is voor wegwerpen nog versteld – aan bedrijven als Boer Groep. Het bleek te duur voor de instellingen om alles zelf in de hand te houden. Maar ook: veel kleding is rond de Evenaar niet bruikbaar. Denk aan winterjassen. De charitatieven verkopen het textiel aan commerciële bedrijven tegen zo'n 30 tot 40 cent per kilo. Hoeveel ze krijgen hangt af van de kwaliteit. Tingen: ,,Je haalt minder goede kleding op in Zuid-Oost in Amsterdam dan in een villawijk in Breda.'' De winst gaat overigens wél naar goede doelen.

De commerciële bedrijven komen niet alleen aan kleren via de charitatieve organisaties. Ze zamelen ook zelf in. Ze hebben daarvoor afspraken gemaakt met gemeentes. Gek genoeg is dat niet vanuit de overheid geregeld, zoals bij glas en papier. De `commerciëlen' plaatsen tegen betaling kledingcontainers en zorgen voor het legen en onderhoud. Meer gebruikte kleding komt uit het buitenland. Een groot deel van de in Europa verzamelde kleding wordt in Nederland gesorteerd. Hier is van oudsher de meeste ervaring voorhanden.

Wat gebeurt er vervolgens met al die ingezamelde kleding? Van het textiel dat bedrijven als Boer Groep uitzoeken, wordt maar een deel weer aangetrokken. Slechts zo'n 40 procent is nog bruikbaar als kleding. Hiervan gaat een groot deel naar Zuid-Amerika, Oost-Europa en toch naar Afrika waar het verder wordt geselecteerd en verkocht. Op deze kleding zegt Tingen geen winst te maken. Verdienen doet hij aan de 5 procent van de bruikbare kleren die worden verkocht in kledingzaken als Episode, maar ook in winkels in Frankrijk, Rusland en Litouwen.

En het overige textiel? Een deel is afval. Bij de sorteerderij in Dordrecht staan twee containers vol. Hierin liggen onder meer kapotte koffers, halfvergane kussens voor tuinstoelen en teddyberen. De rest wordt hergebruikt. Er worden poetslappen van gesneden, dekens van geweven en truien van gebreid. Dat gebeurt met name in het buitenland, dat is goedkoper. Winst leveren deze producten evenmin op, toch heeft recyclen zin. Afval laten verbranden kost ongeveer 10 eurocent per kilo, het hergebruiken van kapotte spijkerbroeken zo'n 6 eurocent.

Ondanks de economische recessie is Tingen niet bang dat kleding op een gegeven moment op is. Zo lang mensen kleren kopen, gooien ze weg, zegt hij. Wel merkt hij dat ze dat sinds de economische malaise minder nonchalant doen. Meer zorgen maakt hij zich over het grote aandeel van huisafval en gft in textielbakken. Dat komt volgens hem door nieuwe afvalsystemen. In sommige gemeentes betaal je tegenwoordig per kilo afval, in andere zijn vuilniszakken met opzet duur. Het is aanlokkelijk om dat vuilnis te dumpen in kledingcontainers. Tingen: ,,We zijn van kleding-, afvalsorteerderij geworden''. Met gevolgen voor de omzet. Met 3VO, voorheen van veiligverkeercampagnes, is Tingen nu een kledinginzamelingsactie gestart op scholen.

Uit ervaring blijkt de kwaliteit van ingezameld textiel daar hoogwaardig. Scholen krijgen ervoor betaald. Maar: ,,Je lost er structureel niets mee op''. Pam Evenhuis, woordvoerder van de VAOP, een coöperatie die voor gemeenten inzameling van bruikbaar afval organiseert, signaleert dat er inderdaad veel afval in textielbakken belandt.

Bezorgd is hij over het lot van de charitatieve instellingen. Die hebben het moeilijk. De kosten zijn gestegen, de kiloprijs is gedaald. De kosten zijn soms hoger dan de baten, inmiddels draaien enkele instellingen verlies. Evenhuis: ,,De textielmarkt verzakelijkt''.