Speuren naar een veilig knippertje

Het is maar een nietig dingetje, de snoerschakelaar. Zo'n knippertje waarmee je zo gemakkelijk de staande lamp aan doet.

Maar op een goede dag hoor je af en toe een licht geknetter en gesis. En dan komt een moment dat het knippertje heet wordt, gaat stinken en de geest geeft.

Er moet een nieuw knippertje komen, en het liefst eentje die niet na een half jaar op is. En ook eentje die veilig is, want je vingers zitten maar een paar millimeter van het blote koperdraad dat in het inwendige van het knippertje zit.

Een korte expeditie langs twee elektrazaken en de Gamma levert zes verschillende snoerschakelaars op. Ze variëren in prijs van 1,35 tot 4,95 euro. Twee zwarte, drie witte en één met een transparante behuizing. Het inwendige is steeds vrijwel hetzelfde: vier schroefjes waarmee beide zijden van het tweeaderige snoer moeten worden vastgeschroefd, en daartussen de eigenlijke schakelaar. Ook hebben ze allemaal een vorm van trekontlasting: een klem waaronder het snoer wordt vastgezet zodat je het snoer niet uit de aansluitingen kunt trekken.

Drie gaan open door het losdraaien van een paar schroefjes, bij drie andere moet je een klein schroevendraaiertje in een gaatje steken. Dan duw je een klein plastic haakje weg waarmee de ene kant van de schakelaar aan de andere vastzit. Dat moet met het nodige beleid gebeuren; bij de duurste ging meteen het gaatje kapot waar het vorkje in moet vallen. De duurste heeft nóg een eigenaardigheid: er zitten twee keer drie aansluitingen in, in plaats van twee keer twee. Hij zal dus wel voor een drieaderig, geaard snoer zijn. Maar waar moet de aarde in? Dan valt een toevallige zonnestraal in het inwendige en kun je in zwak reliëf bij het middelste contact een paar streepjes zien staan. Zou daar de aarde in moeten? Laten we het hopen, want door een verkeerde aansluiting maakt deze schakelaar van een geaard apparaat een ongeaard, en dus onveilig apparaat.

Twee knippertjes waarop trots Made in Italy staat vallen ook door de mand. De contacten liggen zo los in het inwendige dat één ding vaststaat: over een half jaar gaat het daar vonken en knetteren dat het een aard heeft. Zeker bij het transparante modelletje zal dat een feestelijk gezicht opleveren.

Dan is er nog een wit knippertje met een ingebouwd neonlampje, zodat je het in het donker kunt vinden. Misschien is het handig, maar de trekontlasting van dit schakelaartje lijkt me niet in orde: niet met schroefjes, maar met gammele plastic klemmetjes. Toch staat er op het plastic doosje waarin de Gamma hem verkocht duidelijk `Kemakeur'. En dat betekent dat het schakelaartje aan allerlei veiligheidseisen voldoet.

Toch maar eens even met de Kema gebeld. Ze zoeken het uit en bellen terug met de mededeling dat dit schakelaartje helemaal geen Kemakeur heeft. Maar het stond er toch op? Ten onrechte, zegt de Kema: ,,We gaan juridische stappen tegen de Gamma ondernemen''.

Blijven over twee knippertjes waar niks mis mee is: degelijk gemaakt, met een zo te zien echt Kemakeur en voor een redelijke prijs: 1,70 euro.

Alle schakelaartjes, ook de slechte, hebben een Europees CE-merkje (Conformité Européenne). Maar dat zegt niet zoveel. Een CE-merk betekent alleen maar dat de fabrikant zelf vindt dat zijn product aan de Europese normen voldoet.

De Voedsel- en Warenautoriteit, de rijksdienst die toezicht houdt op de veiligheid van de spullen die we in de winkel kopen, laat weten dat we ervan uit moeten gaan dat die spullen `in het algemeen veilig' zijn. De dienst keurt geen spullen, maar houdt wel eens een gerichte actie en komt ook in touw bij klachten. Misschien moeten ze eens naar snoerschakelaars gaan kijken. Tot die tijd moet de consument het zelf naar uitzoeken.