Rapport laakt band politiek en media

Het maatschappelijk debat wordt niet meer in de Tweede Kamer gevoerd, maar steeds meer op televisie en in kranten. Parlementair journalisten bepalen de politieke agenda, niet politici. Politici hebben meer moeite een achterban aan zich te binden en hebben meer behoefte aan veelvuldig publiek optreden, bij voorkeur op televisie. Dat maakt politici gevoelig voor de wensen van de media. Die zoeken aantrekkelijk nieuws en richten zich op personen, emoties en conflicten. Politici die dat kunnen bieden, krijgen aandacht, de anderen niet.

De Raad voor het openbaar bestuur (Rob) schrijft dit in het rapport Politiek en media. De Rob komt net als de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, die eerder onderzoek deed naar politiek en media, tot de conclusie dat de relatie tussen politici en parlementair journalisten is als een huwelijk. De Rob zou liever zien dat die relatie werd omgezet in een minder hechte `lat-relatie'. De raad waarschuwt ook voor de effecten van de `wederzijdse gevangenschap' waarin de media en de politiek elkaar houden. De informatie die de overheid verstrekt, wordt minder eerlijk, volledig en betrouwbaar. Voor de kijkers (en kiezers) is het onduidelijk of ze de werkelijkheid krijgen gepresenteerd of een interpretatie daarvan, en of het gaat om informatie over het beleid of over het imago van bewindslieden.

De Rob pleit voor meer afstand tussen politiek en media, en meer onafhankelijkheid van politici.

Volksvertegenwoordigers moeten het publiek debat terughalen naar de Tweede Kamer. Dat kan door meer plenaire Kamerdebatten te houden en terughoudender gebruik te maken van Kamervragen, die vaak gesteld worden na berichten in de media. Politici moeten zich realiseren, zegt de Rob, dat het `Haagse huwelijk' in stand wordt houden door ,,praktijken als lekken, proefballonnen oplaten en het gebruik van communicatie en voorlichting voor eigen politiek-strategische doelen.''