Politici: integratie is niet mislukt

Over de integratie van immigranten wordt tegenwoordig kritischer gesproken. Maar dat wil niet zeggen de dat overheid alles fout heeft gedaan, zeiden drie oud-bewindslieden gisteren tegen de parlementaire onderzoekscommissie.

Mislukt is het niet. Maar wel was de integratie van immigranten voor de overheid jarenlang eigenlijk ,,geen kernprobleem'', zei oud-minister Hedy d'Ancona (1989-1994) gisteren op relativerende toon in de Tweede Kamer.

D'Ancona werd gisteren gehoord door de parlementaire commissie Blok. Die heeft zich juist ten doel gesteld de mislukking van het integratiebeleid in de afgelopen dertig jaar te onderzoeken. Eerst als staatssecretaris van Sociale Zaken (1981 en 1982), later als minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk (1989-1994) was d'Ancona (PvdA) verantwoordelijk voor integratie. Ook gehoord werden gisteren haar opvolgers: VVD'er Dijkstal, minister van Binnenlandse Zaken tussen 1994 en 1998 en D66'er Van Boxtel, minister van Integratie en Grote Stedenbeleid tot 2002.

Alle drie de oud-bewindslieden trachtten op de eerste dag van de openbare hoorzitting van de commissie een andere draai te geven aan de leading question naar de mislukking van het integratiebeleid. ,,We moeten maatregelen wel in de tijd plaatsen'', zei Van Boxtel. ,,U moet de vraag niet zo stellen'', maande Dijkstal, gevraagd ,,hoe effectief het integratiebeleid van de overheid'' is geweest. Zijn antwoord: ,,Net zo effectief als het sociale zekerheidsbeleid en het onderwijsbeleid. Er zijn weloverwogen keuzes gemaakt. Sommige werkten wel, andere niet.''

De oud-bewindslieden demonstreerden met hun gevecht om de vraagstelling en passant dat het denken over integratie een snelle omslag heeft doorgemaakt. Commissieleden vroegen de oud-bewindslieden naar hun reacties op `geluiden' uit de samenleving. De bewindslieden antwoordden bij voorkeur met hun visie. Zo `bekende' d'Ancona dat ze nog altijd voor ,,het behoud van identiteit van etnische minderheden'' is, ,,al mag je dat tegenwoordig niet meer zeggen''.

Dijkstal en Van Boxtel, beiden pas sinds vorig jaar afscheid weg uit de politiek, verwezen in dit verband nadrukkelijk naar de waterscheiding 2002 - het jaar van de opkomst van de LPF-politicus Fortuyn. Van Boxtel benadrukte dat Nederland het ondanks het veranderde debat over integratie wel behoorlijk voor elkaar heeft, wat hem betreft: ,,we gaan goed met elkaar om.'' Dijkstal, die als zich oud-VVD-leider eerder teleurgesteld toonde door de felle kritiek op de erfenis van Paars, plaatste het integratieonderzoek nadrukkelijk in de context van ,,het spreken van puinhopen''. Naar zijn smaak zijn dat ,,grote woorden'' die vooral passen in een ,,televisiedemocratie''. Maar nuttig is het niet, vindt Dijkstal. ,,Werkt die en die wet, daar gaat het om.''

De oud-bewindslieden kregen ook gelegenheid om de concrete manco's van het integratiebeleid uit te meten. De belangrijkste vonden zij het gebrek aan consistentie in het beleid. Definities over minderheden veranderden in haar tijd voortdurend, betoogde d'Ancona, er waren ,,geen meetbare doelstellingen'' en de `sturing' ontbrak. In de jaren negentig is de aandacht voor integratie zelf ,,weggeëbt'', aldus d'Ancona. ,,Alle aandacht ging uit naar de sociale vernieuwing in de grote steden.''

Volgens de enige oud-ambtenaar die gisteren gehoord werd, voormalig topambtenaar op onderwijs J. Kloprogge (van 1987 tot 1998) gaf hetzelfde beeld. Ook is volgens hem de samenwerking tussen de verschillende ministeries nooit van de grond gekomen. ,,Als ik bijvoorbeeld overleg voerde op het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat het minderhedenbeleid coördineerde, dacht ik na afloop vaak: Wat moet ik er mee?''

Dijkstal, als minister van Binnenlandse Zaken tussen 1994 en 1998 juist verantwoordelijk voor die coördinatie, gaf een andere lezing. Er waren wel algemene problemen, schetste hij, zoals de overschatte representativiteit van de organisaties die door de overheid als woordvoerder van allochtone groeperingen werden beschouwd. Maar mis ging het vooral op deelterreinen: zo is het belang van beheersing van het Nederlands te lang onderschat, kreeg de huisvesting van allochtonen te weinig aandacht.

Zo grepen de ex-bewindslieden de gesprekken vooral aan om nog eens uit te leggen waar zij destijds voor stonden, en wat de ratio was achter hun beleid - bezorgd dat deze vergeten is door de snelle mentaliteitsomslag in het politieke denken over integratie. Dijkstal en Van Boxtel bestreden in dat verband dat integratiebeleid op zijn plaats is bij het ministerie van Justitie, waar het in de kabinetten Balkenende is ondergebracht. Integratie, legden zij elk afzonderlijk uit, hoort bij onderwijs, huisvestingsbeleid, sociaal beleid en bij gemeentelijk, maar niet bij criminaliteit. ,,Dat is pas als het misgaat'', aldus Dijkstal.