Nu aan de slag

Wordt Nederland dommer? vroeg M, het maandblad van deze krant, zich af, na gesprekken met hoogleraren die in verschillende landen hebben gewerkt. Over deze vraag en mogelijke oplossingen is een felle discussie ontstaan. Na eerdere artikelen over anti-intellectualisme en domme studenten biedt deze pagina een nieuwe weerslag van de discussie hierover. Een snelle greep: er zijn bollebozen genoeg, de organisatie deugt niet, onderzoek moet worden gefinancierd op basis van kwaliteit, en docenten zouden hun conformistische korset moeten losknopen.

De financieringsstructuur van de universiteiten op de schop. Dat is volgens Raimond Giard dé oplossing om het slechte universitaire tij te keren. ,,Er is weinig of geen vernieuwend onderzoek omdat wetenschappers op resultaten afgerekend worden en dus onderzoeksrisico's mijden. Maar Flemming ontdekte de penicilline niet op deze manier. En verzuip al die managers die niet doen wat ze zouden moeten doen, namelijk het faciliteren van het werk van onderzoekers. In plaats daarvan scheppen ze hun eigen rijkjes met ondersteunend personeel.''

Student Bas uit Rotterdam vindt de massaliteit en het geringe contact tussen docent en student op de Erasmus Universiteit Rotterdam een groot bezwaar. Maar zijn drie jaar aan het op Angelsaksische leest geschoeide University College Utrecht vervulde hem eveneens met gemengde gevoelens.

,,Op het UCU, word je uitgedaagd om de `beste' te zijn en voor het hoogste te gaan. De voordelen zijn duidelijk, de toppers studeren verder in Engeland, Frankrijk en Italië en in mindere mate in de USA. De druk om te presteren en de vereenzaming op de campus behoorden tot de nadelen.''

,,Nederlandse universiteiten moeten streven naar het beste van twee werelden: de kans voor iedereen met het juiste intelligentieniveau om toegang te verkrijgen tot de universiteit, terwijl men tegelijkertijd de degradatie van de kwaliteit aan de universiteiten tracht te voorkomen'', oppert Simone Melis uit Maastricht.

,,Dit betekent in de praktijk: weg met de nivellering, alleen multiple choice indien het echt niet anders kan, gemotiveerde professoren met liefde voor hun vak die dit ook op studenten kunnen overdragen en docenten die intelligente studenten vroegtijdig in hun studie laten zien dat een wetenschappelijke carrière een enorm leuke en spannende uitdaging kan zijn.''

Matthijs Lok, aio bij de vakgroep geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam, vindt dat minder moet worden geklaagd. ,,Nederlandse hoogleraren lossen de problemen niet op maar accepteren die met een cynische of ironische berusting of vluchten het land uit. Woorden leiden hier niet zoals in de Verenigde Staten tot daden. De Nederlandse universitaire wereld is meer gediend met actiebereidheid, verantwoordelijkheidsgevoel en optimisme dan met jammerklachten en negativisme.''

Voor D. van Leeuwen in New York is ,,meer uitdaging in het onderwijs'' de oplossing. ,,Het bereiken van dat doel ligt in de handen van de participanten, professoren, leraren en pupillen. Leraren op de middelbare school moeten weer eens uit het werk van Shakespeare voorlezen en de stelling van Gödel uitleggen.''