Kreizberg verrijkt Mahler-traditie

Voor het seizoen dat net is begonnen mét de nieuwe chef-dirigent Yakov Kreizberg, stelt het Nederlands Philharmonisch Orkest zich expliciet ten doel het publiek te behagen. Dat blijkt het duidelijkst uit de programmering van de `kleurrijke serie'. Kreizberg presenteerde zich gisteravond in die serie inderdaad in een kleurrijk, behoudend programma rondom werken van joodse componisten; een Passacaglia (1925) van de in zijn tijd als `entartet' veroordeelde componist Berthold Goldschmidt, Mahlers Eerste symfonie en het Vioolconcert van Mendelssohn.

Hoewel inhoudelijk niet avontuurlijk, is die repertoirekeus opmerkelijk. Met Mahler draagt Kreizberg zijn steentje bij aan de rijke Amsterdamse Mahler-traditie, en sluit hij bovendien naadloos aan bij het specialisme van zijn voorganger Hartmut Haenchen. Diens Mahlercyclus (1999-2002) was hét symfonische hoogtepunt van zijn zestienjarige chefschap.

Ook al ligt de Mahlerstijl van Haenchen het Nederlands Philharmonisch Orkest dus nog vers in de vingers, Kreizberg slaagde er wél meteen in zijn eigen stempel op Mahlers Eerste symfonie te drukken. Zijn Mahlerstijl bleek `sportiever', minder schrijnend van karakter, breed en zwierig gedirigeerd en zo ook gespeeld door het orkest. Klonk Haenchens Eerste in 1999 als één flitsende lijn van de duisterste nacht naar de felste dag, Kreizberg leidde met zijn theatrale gebaren een extreem uitbundige, hoekige Mahler. Levenslust won het van doodsdrift, en de mineurfanfare in het derde deel was geen echo van ontspoorde waanzin, maar doodgewoon goede klezmermuziek. Dat betekende geenszins dat er introspectie ontbrak – in het Scherzo en het slotdeel was daarvoor ruimte in melodisch breed uitgesponnen lyriek. Maar Kreizbergs visie op de Eerste symfonie liet nergens twijfel over het waarom van de oorspronkelijke titel: `Der Titan'.

In het Vioolconcert van Mendelssohn verving de Noorse violist Henning Kraggerud (30) de geblesseerde Akiko Suwanai, maar zijn invulling van de solopartij was te weinig zeker van intonatie en interpretatie om echt te kunnen vervoeren. Interessanter was de met een ironische tonale cadens besluitende Passacaglia van Berthold Goldschmidt. Goldschmidt was medeverantwoordelijk voor Deryck Cooke's `uitvoeringsversie' van Mahlers Tiende symfonie én werd geboren in 1903, hetzelfde jaar dat Mahler hier voor het eerst een uitvoering gaf van Mahlers Eerste symfonie.

Concert: Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Yakov Kreizberg. Gehoord: 22/9 Concertgebouw, Amsterdam. Herh.: 23/9.