Hoofdprijs

NEDERLAND HEEFT met de benoeming van Jaap de Hoop Scheffer tot secretaris-generaal van de NAVO een diplomatieke hoofdprijs binnengehaald. De procedure achter de schermen verliep zonder het soort incidenten waarop ons land lang patent leek te hebben. Geen ruchtbaarheid en gretigheid vooraf, geen teleurstelling achteraf. Wél in alle discretie het goede gesprek op het juiste moment voeren, met mensen die het voor het zeggen hebben: de Amerikaanse president Bush bijvoorbeeld. De benoeming van De Hoop Scheffer is een beloning voor het Nederlandse standpunt tijdens de Irak-crisis. Het is bovendien een persoonlijke overwinning voor de man die nog maar twee jaar geleden door zijn eigen partij, het CDA, op ruwe wijze als fractievoorzitter werd verwijderd. Als politicus, als persoon op de bühne die stemmen moet trekken, had hij gefaald. Nog geen jaar later was hij terug als minister van Buitenlandse Zaken. Zijn aanpak inzake `Irak' viel op door beheerstheid en gematigdheid. Hij stond voor een degelijke Atlantische koers die Europa in haar verhouding tot Amerika nam zoals het is, namelijk verdeeld, maar die tegelijk het rabiate van de Europese dwarsliggers afkeurde. Op essentiële momenten onderscheidde Nederland zich door een niet onverstandig buitenlands beleid dat kortgezegd de VS volgde, de EU spaarde en de NAVO eerde.

DE HOOP SCHEFFERS diplomatieke loopbaan is weliswaar lang, maar in de top – als minister – draait hij nog maar betrekkelijk kort mee. Zijn Nederlandse voorgangers bij de NAVO hadden meer ervaring. D.U. Stikker was twee keer minister van Buitenlandse Zaken onder Drees; Joseph Luns was de archetypische bewindsman op dat departement. In hun jaren was het bestaan van de NAVO overzichtelijk. Dat is nu wel anders. De Hoop Scheffer treft een organisatie aan die kortgeleden in een bestaanscrisis verkeerde en die zich nu, na een ingrijpende therapie, in een wankele overgangsfase bevindt. Oude vijanden zijn vrienden geworden. Sommige van hen treden volgend jaar als nieuwe lidstaten tot de NAVO toe, de Koude Oorlog, raison d'être van de alliantie, voorgoed naar de achtergrond duwend. De nieuwe vijand, het terrorisme, is onzichtbaar en vereist een andere, flexibelere aanpak. De logge NAVO-legers en verambtelijkte structuren in Brussel en op de militaire hoofdkwartieren zijn hierop nog niet ingesteld. Het veranderingsproces gaat langzaam en kost veel geld. De secretaris-generaal moet politiek leiding geven aan een militair bondgenootschap dat zijn gelijke in de wereld niet heeft, dat uitdijt en onmisbaar is, maar dat worstelt met zijn identiteit en makkelijk speelbal kan worden van de grote landen.

De Hoop Scheffers nieuwe baan kan worden gekenschetst als dienstbaar, eenzaam en gevoelig voor het geschut van degenen die echt de baas zijn bij de NAVO: de lidstaten. Van de lijn van zijn voorganger, Robertson, zal hij waarschijnlijk weinig afwijken. Expansief, zoekend naar een nieuwe rol en actief buiten het eigen grondgebied. Dat is de enige manier om de NAVO te laten overleven. De brandhaarden opzoeken – het betekent niet alleen werkzaam zijn in Afghanistan, maar ook in Irak en zelfs in Israël en de Palestijnse gebieden. Dat laatste is deze zomer als idee geopperd door de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken. Als NAVO-topman moet hij er snel mee aan de slag.