Het beeld in het prentenboek

Kunsthistorica Saskia de Bodt en enkele vakgenoten schreven een boek over prentenboeken en hun illustratoren. Het boek is gisteren gepresenteerd en wordt begeleid door een expositie in Amsterdam.

,,Ik had Dick Bruna gevraagd of hij bij de presentatie van Prentenboeken het eerste exemplaar in ontvangst wilde nemen. Hij is de verpersoonlijking van een illustrator die bereikt heeft wat de tekenaars die wij hebben bekeken nooit is gelukt'', zegt kunsthistorica Saskia de Bodt. ,,Hij heeft succes bij veel kinderen en wordt serieus genomen in de kunstwereld. In het Centraal Museum in Utrecht is een aparte afdeling gewijd aan zijn werk. Begin vorige eeuw werd ook geprobeerd kinderen het museum in te krijgen; socialistische wereldverbeteraars en sommige uitgevers organiseerden exposities van prentenboeken die zij als kunst beschouwden, maar ze hebben er nooit een groot publiek mee bereikt.''

Twee en een half jaar geleden begon Saskia de Bodt, met medewerking van kunsthistoricus Jeroen Kapelle en een groepje vakgenoten, aan een onderzoek naar de canonvorming van Nederlandse prentenboeken die tussen 1890 en 1950 zijn verschenen. Ze namen honderden vaak zeldzame prentenboeken onder de loep en raadpleegden onder andere fondslijsten van uitgevers, brieven en paperassen. Het onderzoek kreeg gaandeweg de omvang van een proefschrift, verzucht De Bodt in haar woonplaats Buren. Op basis van het gisteren gepresenteerde lijvige Prentenboeken organiseert museum Willet-Holthuysen in Amsterdam een tentoonstelling.

De bundel is breed opgezet en beschrijft `het proces van professionalisering van het vak van illustrator'. De auteurs gaan in hun bijdragen in op de rol van uitgevers en opleidingen, ze behandelen stijlen, genres en een aantal karakteristieke thema's zoals de in de tekeningen weergegeven dagelijkse omgeving, het heersende modebeeld in kleding en interieurs en vreemde culturen.

Als initiatiefneemster van het project heeft Saskia de Bodt de meeste essays voor haar rekening genomen. In een verhelderend betoog schetst ze in het eerste deel de (kunst)historische ontwikkeling van het `betere' prentenboek dat eind 19de eeuw opgang maakt. Onder invloed van de opvattingen van de Engelse Arts and Craft Movement gaan linkse idealisten zich hier inzetten voor een betere wereld waarin schoonheid het volk moet verheffen en kunst in het dagelijks leven dient te integreren.

Prentenboekmakers als Rie Cramer, Sijtje Aafjes en Freddie Langeler doen dat met zoetelijke plaatjes vol huiselijk geluk die de burger een ideaalbeeld tonen. De Bodt: ,,Het is een beschermde blik waaruit weinig engagement spreekt. De boze buitenwereld dringt niet door in de tekeningen; maar op moreel gebied zijn de makers wel geëngageerd. Ze hoopten werkelijk dat hun boeken bij de arbeiderskinderen terecht zouden komen. Mathilde Wibaut, de vrouw van de bekende socialist, heeft veel gedaan voor de verbreiding van jeugdliteratuur. Ze schreef artikelen over het goede kinderboek en was voorzitster van de Kinderbibliotheek die in 1906 werd geopend. Maar er kwamen weinig kinderen op af. Theo Gielen heeft in ons boek een hoofdstuk geschreven over de boeken die wel massaal werden gelezen: de fabrieksprentenboeken. Dat waren goedkope flodders die nu hoogst zeldzaam zijn geworden, terwijl de artistieke boeken door alle herdrukken bijna afgezaagd zijn.

,,De Tweede Wereldoorlog leek een logische grens om het onderzoek af te bakenen, maar er gebeurde veel in die jaren en er loopt een lijn van de oorlogskunst naar de verfrissende boeken van de jaren vijftig en zestig. We hebben de periode daarom opgerekt tot de Wederopbouw, toen kunstenaars vrijer gingen werken. Het was een vrolijke tijd met een hoos aan geïllustreerde uitgaven zoals de Gouden Boekjes en het werk van Fiep Westendorp.''

In haar inleiding stelt De Bodt met nadruk dat de boeken in de publicatie ,,benaderd (zijn) vanuit het beeld'' en niet zoals gebruikelijk in onderzoeken naar kinder- en jeugdliteratuur vanuit de tekst. ,,Ik erger me aan het woord jeugdliteratuur'', zegt ze. ,,Literatuur riekt mij te veel naar het Woord, het sluit beeld en vormgeving uit, terwijl die voor een kind juist zo belangrijk zijn. Ik zou willen dat er een plek aan de universiteit komt waar illustraties bestudeerd kunnen worden. Het is, zeker in onze beeldcultuur, tijd voor een rehabilitatie van het plaatje.''

Prentenboeken. Ideologie en illustratie 1890-1950. Ludion. €49,50. `Boeken om naar te kijken' in Museum Willet-Holthuysen, 26/9 t/m 15/2. Inl. 020-5231822